18-05-16

De flaneur

Flaneren, herhaalde ze misprijzend, alsof ze dat een zéér oppervlakkige bezigheid vond. Tijd voor een beetje theorie.

‘Flaneren is een soort lezen van de stad waarbij mensengezichten, vitrines, etalages, caféterrassen, trams, auto’s, bomen, gelijkwaardige letters worden, die samen woorden, zinnen en bladzijden vormen van een altijd nieuw boek.’ Franz Hessel, Spazieren in Berlin, 1929.

Ik had voordat ik naar Berlijn kwam het woord flaneur nooit goed begrepen. Ik dacht dat flaneurs mensen zijn die juist niet kijken, maar bekeken willen worden, die helemaal niet geïnteresseerd zijn in de wereld, die de blik van anderen gebruiken om zelf iemand te zijn, ik dacht dat ik geen flaneur was, maar jawel, volgens de definitie van Hessel zeker. De flaneur als lezer, de stad als boek.

 ...

Uit 'De Standaard'
Expat
17 mei 2016 | Oscar van den Boogaard

 

 

Een flaneur. Juist. Dat ben ik.
De stad lezen. Als poëzie.
Of kijken naar een schilderij.

Un tableau vivant.

Gelukkig zijn er nog schrijvers
die op papier je eigen gedachten
zichtbaar maken.

Zodat je kan lezen wat je denkt.
En wie je bent.
Een spiegel van papier.

Dank u, Oscar.

 

 

Sindsdien is Berlijn de stad waar ik schrijf. Het liefst in cafés en restaurants. Ik loop extatisch of ingetogen rond, en spreek met kelners, verkopers, onbekende voorbijgangers en laat me door hen inspireren. De korte gesprekken zijn vaak betekenisvoller en diepzinniger dan lange gesprekken met vrienden.

‘Heeft u soms geen vrienden?’, vroeg ze bezorgd. ‘Al die korte ontmoetingen zijn samen één heel grote vriendschap’, zei ik. Ik houd niet van mensen die doen alsof ze weten wie je bent. Onbekenden laten je in je waarde. ‘Ik heb gelukkig wel vrienden’, zei ze wijsneuzig. ‘En praatjes met onbekenden maak ik niet graag, ik houd absoluut niet van smalltalk!’ Wat een trut!

Uit 'De Standaard'
Expat
17 mei 2016 | Oscar van den Boogaard

 

 

De commentaren zijn gesloten.