29-03-16

Het elfde gebod

 

Ouders van jonge kinderen zijn meestal twintigers en dertigers, die het allemaal willen: die mooie carrière, toffe en slimme kinderen, spannende ervaringen in hun schaarse vrije tijd om op Facebook mee uit te pakken. Hun yolo-filosofie passen ze ook toe op hun kinderen.
Elk uur van de dag telt en moet nuttig besteed, verveling is taboe.

Ten onrechte, vindt professor psychologie Sarah Bal (UGent).
‘Bij heel wat ouders leeft het idee dat ze pas goede ouders zijn als ze voortdurend interessante dingen met hun kinderen doen. Maar het is heel gezond voor een kind om een dagje thuis in zijn pyjama te lopen niksen.

Net zoals een kind moet leren om alleen te slapen, moet je het ook de kans geven om zich te vervelen.
Verveling is goed voor de exploratiedrang van kinderen.
Ze moeten actief op zoek naar wat ze leuk vinden en wat niet. Dat is belangrijk voor hun ontwikkeling.’

Uit 'Ouders, gij zult uw kroost de hele vakantie entertainen.'

Help! Mijn kind dreigt zich te vervelen. Het lijkt het elfde gebod van ouders geworden:
‘Gij zult uw kinderen tijdens vakanties de klok rond bezighouden’.

DS - 29 maart 2016

 

Na Pasen
slibben de dagen weer dicht.
Met alledaagse dingen.

In de sleur en de saaiheid van ons bestaan.

Vakantie is een woord
dat muteerde.
Van uitrusten na het werk.

Tot moe terugkomen van de verte. Voor het werk.

 


PS.
In die tijd waren er maar tien geboden.
Die werden dan nog herleid tot de voornaamste: het zesde en negende,
Die van onkuisheid. Mei '68 was bijlange na nog niet geboren.

In die tijd dus, hadden wij geen tijd om ons te vervelen.
Geen televisie, laptop of I-pad om ons te helpen.
We moesten het allemaal zelf doen.

Ouders hadden ook geen tijd om het kleine grut te vermaken,
zonder huishoudpersoneel, zoals de gesofisticeerde domotica,
met diepvriezers, rumoerige stofzuigers en andere hippe machines.

Ze waren al blij als ze ons in het oog konden houden.

Maar wij hadden het ganse dorp en de Vlaamsche Filmkes.
Speelden De Witte van Sichem of Old Shatterhand en Winnetou.
En voor het overige ambeteerden wij de grote mensen.


PS.
Het was iets minder romantisch dan dat.
Ik zie nu nog mijn grootvader kwaad ons weg jagen uit het weideland,
waar wij het rustende hooi hadden omgebouwd tot snelle koersauto's.

Voor het overige plantten wij patatten.
En als ze groot waren, raapten wij ze weer op.
In manden. Velden lang.

Mijn vakanties waren werkkampen: vanaf m'n veertiende, bij 'veva'.
Tussen de kolen, de meststoffen en het graan, de bieten en de wortelen.
Onderweg van 's morgens tot 's avonds. Naar de koolmijnen of de haven.

Treinwagons vullen of leegmaken. In het groot.
Daarna in het klein, zakken vullen of uitkappen. Bij de klanten.
Nog later zelfs chauffeur op een vijftonner. O, ja, en dat allemaal gratis. En voor niks.

Ge moet maar geluk hebben in je leven.

275669

 

 

De commentaren zijn gesloten.