04-03-16

Het futiele selfie


Hij kan er ook nog eens fijn over filosoferen. Facebook, zegt hij,
zou ons niet moeten vragen wat we ‘aan het doen’ zijn, maar waaraan we zitten te denken.
Onze handelingen zijn sowieso futiel, in the greater scheme of things.
‘Het is één groot kansloos gemorrel aan het cijferslot van de brandkast van het toeval.
Het gaat erom wat we daarbij denken.
Onze identiteit wordt niet gedefinieerd door een reeks min of meer nutteloze handelingen,
maar door onze herinneringen en dromen, die welbeschouwd volledig samenvallen.’

Dat is wat dit boek ook is: één lange Facebook-update,
één lange, gracieus onder woorden gebrachte gedachtestroom. Als de mens samenvalt met zijn gedachten, dan zijn deze 699 bladzijden het perfecte zelfportret-in-gedachten.
...
Je zou elke dag moeten kunnen beginnen met een brief van Ilja Leonard Pfeijffer.
Dan kun je het helemaal aan.
‘Op grond van wat mensen van mij denken te weten, heb ik de plicht om elke ochtend juichend uit bed te springen en mijzelf voor de spiegel op de borst te trommelen alvorens ik mijn geweldige leven in al zijn volheid omvaam’, schrijft Pfeijffer ironisch.

Ironisch genoeg is dat precies het effect dat zijn brieven hebben.
Mijn advies? Omvamen dit boek.

Uit 'Schrijven met de selfiestick'
04 maart 2016  | Mark Cloostermans  - De Standaard der Letteren

Een selfie: zo noemt Ilja Leonard Pfeijffer zijn nieuwe boek dat bestaat uit zevenhonderd pagina’s brieven, gericht aan onder anderen een vriendin, zijn moeder en zichzelf. Post om te omvamen.

 

Omvamen.
Dit moet een zetfout zijn, denk ik.
Wellicht moet er omarmen staan.
Uit interesse leg ik het even voor aan Meneer Google.

Maar het woord bestaat! Het wil ondermeer zeggen: omarmen.

Schrijven: jezelf omarmen.
Brieven schrijven aan jezelf.
En daarna lezen wie je bent.

En vooral: wat je denkt.

Want: 'Onze handelingen zijn sowieso futiel'.
De mijne, alleszins.
Maar er is nog een bijkomend probleem:

het soortelijk gewicht van mijn gedachten.

 

 


PS.
Gisteren nog (en dan val ik in herhaling) toen wij onthaast
langs gerimpelde vijvers en statige zwanen wandelden, zei ik aan Mrs. Jones:
'Gelukkig toch dat ik in die voorbije jaren heb mogen werken.
Wat zou er toch van mij geworden als ik nu een twintiger was.
In welk arbeidscircuit zou ik dàn terecht kunnen?!'

Zij troostte mij bedachtzaam.

Ze zag mij ondermeer als een pastorale werker:
luisteren tussen de zieken en de stervenden.
Ook als een psychotherapeut zag ze me wel zitten.
Maar ze maakte, in al haar behoedzaamheid, toch enig voorbehoud.

Een sofatherapie leek haar dan weer te ver gegrepen.
Voor mijn talenten.
Ach, zei ze, jouw handelingen zouden erg futiel kunnen zijn.

Tja.
Zou ze niet een beetje partijdig spreken, dacht ik stiekem.
Tussen de stervenden... jawel.

 

273121

De commentaren zijn gesloten.