23-02-16

De voorbijganger


Zoals bij liefde op het eerste gezicht.
Je denkt de ander die eerste seconde helemaal te kennen.
Zijn verleden, heden en toekomst waarin je voor jezelf een hoofdrol ziet weggelegd.
De rest van de relatie ben je bezig de ander minder goed te leren kennen.
Op een dag kom je erachter dat de ander een vreemdeling is geworden
en dan moet je weer van voren af aan beginnen. En hem opnieuw leren kennen.
Voor de allereerste keer misschien. Zonder projecties.

Je moet in de loop van je leven ook jezelf minder goed leren kennen.
Vroeger wist ik precies wie ik was. Nee, ik deed alsof ik het wist. Ik herinner mijn eigen worsteling.
Ik vroeg mij voortdurend af, zwevend tussen de mogelijkheden:
wat is er persoonlijk aan mij? Wat is er onvervreemdbaar aan mij? Wat is mijn harde kern?
Ik kan me alles voorstellen, me overal bij neerleggen, van iedereen houden,
heb ik echte gevoelens, ik zou het niet weten, het enige wat ik heb zijn verlangens,
die voortdurend van vorm veranderen, ik heb altijd het gevoel dat ik moet kiezen om te zijn wie ik werkelijk ben,
die keuzes geven mij het gevoel dat mijn identiteit willekeurig is,
mijn leven is als bladeren door een tijdschrift, etc.

Wat een melancholie leverde dat besef van willekeurigheid op.
Al die levens die je niet leidt, al die mensen die je niet leert kennen,
al die gesprekken die je niet voert, al die kanten in jou die zich niet ontwikkelen.
Ik denk in mogelijkheden, heb het gevoel dat de dingen aan mij voorbijgaan...

 

Uit 'Wie ben ik?' - Oscar van den Boogaard
DS - Di 23 februari 2016

 

De voorbijganger


Niemand kent me. 'Ze' zien slechts een voorbijganger.
Een fractaal. De inwisselbare delen van een leven.
Het geheel zit in mijn herinneringen.

Gekneusd en gefragmenteerd.
Vergeten en verdwenen.
En nu en dan ontfutselt een geur een gedachte.

Een stukje achtergebleven ik.

Ondergedoken of weggestopt.
Bang om ontdekt te worden.
Om zichzelf te herkennen.

Wie is deze passerende heer, opa en minnaar.
Hoe hij spreekt of zwijgt.
Ziet of zoekt. Weet of vermoedt.

Ik ken hem niet.

 

 

 

PS.
Het licht ligt te loeren onderaan de wolken.
Ik snak naar ginder.
Buiten. De verte. De stilte. De ruimte.

Ik wil mezelf verlaten. De man voor het scherm.

Luisteren naar de wind. En de zerken.
De abdij. En de getuigen van de dood.
Allemaal voorbijgangers. Voor even.

De jaren vertellen mij dat eeuwig slechts thuishoort
bij een geliefde. Die zich vergist.
In de tijd.


PS.
Troost.
De tulpen die zij gisteren in een vaas schikte.
Op de ronde marmeren tafel.

Haar weelderige topografie waarin mijn zinnen
verdwalen. Tastbare verlangens. En begeerlijk gemis.
De herhaling. Van het komen en gaan.

PS.
De troost van woorden.
Van een enkele dichter.
De textuur van een boek. En een leeslint om te koesteren.

Weg van het lawaai. Van een krant.

 

 271868

 

De commentaren zijn gesloten.