02-02-16

Geh nicht in die Stadt


De laatste jaren spreek ik steeds vaker af in Grimbergen, Zaventem of Jezus-Eik.
Aan de rand dus. Ik doe dat niet bewust. Er wordt Brussel zoveel verweten,
een verwonde stad beschimpen is te gemakkelijk.
Maar als je mooie etablissementen kan vinden aan de rand, waar je komt en gaat
als een dief in de nacht, waarom zou je dan te allen prijze binnen proberen te dringen
in de ontoegankelijke stad? Zeker wanneer je ouder wordt, tijd kostbaar is, de klok tikt, niet die van de vruchtbaarheid, maar die van de dood.

In mijn jeugd waren steden plekken waar je van buitenaf naartoe ging.
Nu zijn ze een cocon voor de stedeling zelf. De stad is een reservaat dat hij niet hoeft te verlaten. Alles is er op loopafstand. Kunst en cultuur, winkels en bioscopen, herbergen met verdriet aan het behang.

Ondertussen dromen stadsvisionairen van een aanlokkelijke publieke ruimte. Met grasvelden waar eens pleinen waren, met zitbanken waarop buren elkaar geheimen toevertrouwen terwijl ze coca cola zero drinken uit plastic bekertjes.

De visionairen tonen afbeeldingen van het plein nu en later.
Nu: een sombere foto, barsten in het asfalt, plassen, altijd regen,
geen levende ziel op straat te bespeuren.
Later, zo zien wij in een mooi ingekleurde simulatie: gras en groen,
onveranderlijk lente en zon, lachende mensen die zich sterk tot elkaar aangetrokken voelen.
De stad is er voor de stedeling. Ze is niet langer naar buiten, maar naar binnen gekeerd. Steeds vriendelijker voor wie erbij hoort. Op weg naar harmonie en volmaakt geluk.

Bakfietsen vol met liefde.

Geh nicht in die Stadt - 01 februari 2016  | Rik Torfs - De Standaard


Wanneer een oude groene reus geveld wordt,
in het dorp van hun vader, dan zijn ze, de elitaire denkers,
gewond tot in hun wortels.

Maar de stad zelf moet een oord blijven van stinkende straten
en wegen van zacht glanzend asfalt.
Waarop hun paardenkracht onbesuisd kan galopperen.

De stad moet hen opwachten als een onmondige geliefde.
Voor iedereen. Die komt en gaat.
In dat geval denk ik er al vlug rode lichtjes bij.

In de stad die de erudiete Professor in zijn jeugd bezocht,
denderde de melkboer nog met paard en kar door de straten.
En de boeren reden er met de fiets naar toe. Of met de stoomtrein.

De pendelaar wil graag de liefde van de stad.
De stank laat hij graag over aan de stedeling.

 

PS.
In mijn stad parkeerde je, jaren zeventig nog, de auto op de Grote Markt
voor de deur van het café.
De handelaren kwamen er in opstand toen de eerste winkel-wandelstraat 
door het stadsbestuur geplaveid werd. En de heilige koe geslacht.

Maar het is wel altijd zo geweest. Waar ik woon, daar resideerden
vroeger de heren Professoren in hun riante villa's.
Aan de groene en rustige rand van de stad.

Maar het getal en de tijd dreven hen verder weg. Naar het platte land.
Geen nood. Want de auto was net op tijd geboren.
Om hen met of zonder chauffeur naar de Alma Mater te brengen.

Ik vermoed dat ze nu met de fiets of de bus komen.

Niet de bakfietsen doden de ziel van mijn stad.
Maar de gekloonde 'ketens' en de aanstormende 'webverkoop'.
De jongeren shoppen op hun I-pad. Luierend in hun zappende zetel.

Terwijl de stad treurt om haar verloren jeugd.

 

 ***

Brussel was toen nog een bruisende stad
Brussel was toen oh la la en olijk
Brussel was toen nog een ruisende stad
Brussel en Brussel was vrij en vrolijk

Op de parkeerplaats was het vol en dol
Heren met strohoeden, zware knevels
Dames met sleepjurk en kant parasol
De paardentram schoof langs oude gevels
Op 't tramdak zaten twee mensen blij te praten

 

https://www.youtube.com/watch?v=rn6q_Mcwh7E

 
 
www.youtube.com
liesbeth list brussel

 

 

 

 https://www.youtube.com/watch?v=TbwhvKeASqU

 
 
www.youtube.com
Juliane Werding - Geh nicht in die Stadt 1984 Den ganzen Tag hast Du geschwiegen Wozu hast Du Dich heute entschieden Ich fürchte Du hast etwas vor Was Dich u...

 269922

 

08:27 Gepost in Dagboek | Tags: rik torfs | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook

De commentaren zijn gesloten.