23-01-16

De poëzie van een villa

 

Charlotte heet ze. En ik ben er zeker van,
ze gelijkt op Yvonne de Galais.
Waar Augustin verliefd op wordt. In Le grand Meaulnes.
Un coup de foudre. Pour la vie.

Zij komt aangelopen op haar winterkousen.
En groet mij lachend.
Vanachter het hek dat de villa verwijdert. Van mij.
De aardse omgeving en de camera die mij bespiedt.

Charlotte (maar haar naam kende ik toen nog niet)
nodigt mij meteen uit om binnen te komen.
En ik sta aan de grond genageld. Achter de deur met het gakadreerde bovenlicht,
ligt een vergeten wereld. Een architecturaal sprookje.

Voor welstellende mensen.

Voor mij is het: poëzie geschreven door schilders
en ambachtslieden. Bourgeoisie met een voorname smaak.
Ik kan mijn schoonheidsontroering en enthousiasme
niet in toom houden.

Maar Charlotte en de hulpdame des huizes
genieten van mijn teugelloze bewondering.
Ik moet absoluut terugkomen, zaterdag of zondag,
het maakt niet uit. Mijn ouders zullen u graag rondleiden.

Zij insisteert.

De hulpdame van het huis kent mij al.
Bent u niet de heer die hier gisteren stond te kijken.
Ach, mevrouw, ik kijk iedere keer als ik passeer. Aan de overkant. In de dreef.
Dat weet ik, ik zag u al vele malen. Wanneer ik boven aan het strijken ben.

Maar ook vandaag nog eindigen sprookjes.

Buiten word ik overvallen door de werkelijkheid.
Het snerpend gekrijs van een slijpende schijf.
De vochtinsijpeling onder het gerestaureerde dak.
En het verkeer dat onverschillig verder rijdt.

O, mijn God, Gij die het Geld schiep naar Uw Beeld en Gelijkenis,
ik dank U voor de Schoonheid
die het achterlaat tussen Uw Schepselen.

En hier en daar, een meisje dat Charlotte heet.


 

PS.
Op de plek zouden studio's komen en de villa moest afgebroken worden.
Maar de buurt nam dat niet. 2009. Ik deed mijn kleinkinderen naar school
en tekende een petitie tegen de afbraak.

Nu staat ze daar bijna hersteld in haar authentieke schoonheid.

Tijdens m'n wandeling, voor ik bij de villa aankwam, dacht ik:
Gedichtendag, zovele strofen die mij onberoerd laten.
Maar zie: de verte over de abdij en de schuivende wolken.

De bevroren rozen op het graf van de zanger. In het portaal van de kerk:
een papa die een huilende peuter sust. En voor de deur een lege lijkwagen.
Het heden houdt de toekomst in zijn armen. Het kerkhof wacht op het verleden.

Zoveel poëzie. Om van te houden. En toen moest ik de villa nog groeten.

 

 

 268913

De commentaren zijn gesloten.