02-01-16

De verlegen liefde

Lila en de oude Ames groeien naar elkaar toe, heel geleidelijk.
Hun liefde heeft een verlegen karakter. Ze zijn totaal verschillende wezens;
hij is een man van het woord, zij is intuïtief, heeft altijd geleefd als een dier en wantrouwt woorden.

‘‘Ik heb altijd vertrouwen gehad in woorden’, zegt Marilynne Robinson.
‘Ik kon al lezen voor mijn zesde, als kind zat ik voortdurend met mijn neus in de boeken. Personages als Doll en Lila heb ik moeten verzinnen. Ik heb wel veel gelezen over de grote depressie van de jaren 1930 in de Verenigde Staten, dat hielp.’

Eenzaamheid

Robinson schrijft enkel over eenzame personages.
‘Die interesseren me,’ vertelt ze, ‘omdat ze meer moeten nadenken dan anderen.
Ze kunnen niet terugvallen op gelijkgestemden, ze moeten alles zelf ontdekken en overdenken.
Ik geloof ook dat ze de wereld van een grotere afstand bekijken,
ze staan niet midden in het leven. Ik vind dat een boeiend perspectief om over te schrijven.’


Uit een 'Interview - Marilynne Robinson en het vertrouwen in woorden'
31 december 2015  | Kathy Mathys - De Standaard der Letteren

 

De ochtend blijft donker.
Ik puur het licht
dan maar uit het wit.
En de oppervlakte van woorden.

Hun liefde heeft een verlegen karakter.

Dàt staat er. Wonderbaarlijke combinatie.
Verlegen, zouden mijn kleinkinderen
nog de betekenis ervan kennen.
En het gevoel dat erin ondergedoken zit.

Ooit was ik een zwaar verlegen jongetje.

Waar ben ik het onderweg verloren.
Aan de oppervlakte ben ik een vlotte jongen.
De mensen kijken er niet meteen doorheen.
Ik kan ze bedriegen met mijn wervelende woordenschat.

Maar als ik even naar binnenglip. Dan zie ik het zitten. Met opgetrokken knieën.

 

PS.
Nu nog hoor ik mezelf voordragen in de Parochiezaal.
Na het eerste studiejaar. Met knikkende knieën.
"Men zegt dat ik verlegen ben."

En dan wapper ik met mijn rechterhand langs mijn rechteroor.
Alsof er een vlieg langs zoemt.
Beneden in de zaal duizelen de ouders van kleine jongens.


PS.
Ik herinner me ook Jozefien.
Ze was de vriendin van m'n oudste zus. Had zwarte vlechten.
En een brilletje. Waaronder ze licht loensde.

'Een lui oog', noemden de grote mensen dat.
Wat ik totaal niet begreep. Van Jozefien.
Ze was twee jaar ouder dan ik. En ze was me liever dan Onze Lieve Vrouw.

Voor wie ik elke avond op mijn knieën ging.
Voor het bed. En het gebed. Van drie Weesgegroetjes.
Hoe kon ik toen beseffen, dat een bed niet alleen maar om te slapen was.

Voor verlegen jongentjes met ongrijpbare dromen.

 

 266373

 

De commentaren zijn gesloten.