22-12-15

Een beetje eenzaam

 

Vroeger was ik tegen Kerstmis, uit gewoonte, maar ook wel om
de bekende en door velen gedeelde redenen:
dolle consumptiezucht, culinaire krampachtigheid, geveinsde familieliefde, verplichte vreugde.
Een mens kan niet eens in alle rust een beetje eenzaam zijn.

Vandaag zie ik het anders.
...
Maar nu een heel andere reden waarom ik Kerstmis fijner vind dan vroeger:
het is een feest dat ons toelaat om te dromen.
Een kribbe, een onschuldig kind, een jonge moeder, een man die zich voedstervader waant,
wijzen die er als koningen uitzien, schapen die hun herders hoeden.
En natuurlijk de os en de ezel.

‘De os en de ezel? Die beesten niet’, schreeuwde mijn godsdienstleraar al
in de vroege jaren zeventig van vorige eeuw.
‘Ze staan in geen enkele evangelietekst vermeld! Ze waren er niet bij!’
Hij verkondigde het luidkeels, de twee uitroepingstekens staan hier niet per ongeluk.
Want hij was echt boos.

De waarheid ging voor alles, dus moesten os en ezel weg,
al gnuifden zij nog zo lieflijk en bliezen zij bij gebrek aan duurzame radiatoren fideel warmte in de stal.

...


Uit 'Kerstmis' - De Standaard
21 december 2015  | Rik Torfs

 

Het weer is ongehoorzaam
aan Koning Winter.
Geen sneeuwvlok aan de hemel.
Geen slede in het bos.

Het lijkt eerder op een lauwe lente.

De druivelaartjes in mijn pover tuintje
staan prematuur te dromen.
In het teder groen van een bedje jonge sla.
Ik denk aan Kopland en de tranen in zijn ogen.

En hou mijn hart vast voor hun blauwe kopjes.

Want dromen zijn bedrog.
En als straks de ijstijd weer is aangebroken,
dan zijn zij gebroken in de knop.
Mijn blauwe liefste-lingen.

Ik een oude ezel. En zij zonder os.

 


PS.
Toen ik zopas Rik Torfs zag zitten in 'De nieuwe wereld' van Nederland,
dacht ik aan zijn gevleugelde woorden over Kerstmis.
Herkenbaar. Voor een bejaarde 'eerste communicant'.

Ik heb Kerstmis gekend in alle varianten.
De mooiste waren die uit mijn jeugd.
De hoogste boom, de schoonste simpele geschenken.

Er was immers niets zopas na 'den oorlog'. Tenzij de verbeelding.

Later tussen de grote mensen, was ik eerder verdwaald.
Vooral bij die verplichte 'acte de présence' in het restaurant.
Ik verloor mezelf. Tussen de gerechten en de verplichte familiale vreugde.

Nog enkele dagen en ik zit hier
zonder boom of stal, zonder os of ezel, engelachtig eenzaam te wezen.
Tussen de warme muren en de thermostaat.

En denk aan Connie Palmen en de titel van een boek:
'Het geluk van de eenzaamheid'.
Maar dat gaat over wat anders.

 

 Jonge sla

Alles kan ik verdragen,
het verdorren van bonen,
stervende bloemen, het hoekje
aardappelen kan ik met droge ogen
zien rooien, daar ben ik
werkelijk hard in.

Maar jonge sla in september,
net geplant, slap nog,
in vochtige bedjes, nee.

 

Rutger Kopland

Uit: Alles op de fiets, 1969.

 

 265299

De commentaren zijn gesloten.