15-12-15

Van de schoonheid en de troost

 
 Huiselijke Aubade

 Nog
 En nog
 En nog
 Ben jij mijn liefste.
 Dag en nacht en dag
 Ben jij mijn liefste
 Tot vervelens toe.

 Ik hoor je slapen, ik hoor
 In de ochtend je slaap
 Zijn ogen opendoen.
 Licht loopt op kousenvoeten
 Door de kamer, gaat
 De trap af, dekt
 De tafel met trage ovalen.

 Gerinkel en koffie beklimmen
 Het trapgat en roepen.
 Ik slaap nog wat na
 In je afdruk, zink weg
 In je diepdruk, verdwijn
 In die vormvaste leegte.
 Ik slaap op de wijze van jou.

 En het zingt in mijn slaap
 En je zingt het mij na, ja
 Nog en nog en nog
 Ben jij mijn liefste
 Tot vervelens toe.
 En dag en nacht en dag
 Ben jij mijn liefste.
 

 Leonard Nolens

 

 

Neen, ik kan deze dag niet beleven
zonder een snipper schoonheid.
Een vleugje vreugde.

Hoe anders overleven wij
de leegte.
En dat gemis en verlangen

naar zin. En de troost ervan.

  

 

PS.
Zelden lees je zo'n lichte Nolens.
In zijn 'dagboek van een dichter'
kruip je door de krochten in zijn donker hoofd.

Hier waait er amoureuze lente doorheen zijn woorden.

 

PS.
Laat mij Toon maar herhalen.
Tot in den treure toe.
Telkens is het een vonk van ontroering.

                        ***

 

Mijn vader rookt een pijp. Maar hij rookt alleen
voor het mooie, niet voor het lekkere.
(Zo kan je ook pudding alleen voor het mooie eten.)

Hij blaast rookwolken uit die op bomen lijken,
en soms op een kasteel. Dan vertelt hij
wie er in dat kasteel woont, wie daar gevangen
gehouden wordt. Iemand die jammert en
handen wringt en holle ogen heeft.

Hij blaast een ridder van rook uit zijn mond,
die over een slotbrug gaat en aan de poort
van het kasteel klopt.

Uit 'Mijn vader' - pagina 22 - Toon Tellegen

 

 264613

 

De commentaren zijn gesloten.