14-12-15

De schuld van onze hersenen en DNA


Jullie vielen immers voor een combinatie van lichaam en geest
die in de werkelijke wereld ... niet bestáát.
Maar: doen we dat niet allemaal wanneer het op liefde aankomt?

Ooit vertelde een lief me dat ze het uit wilde maken.
Ik zei: hoe kun je dat nu doen, we kennen elkaar zo goed!
Waarop zij zei: nou, zo goed kennen we elkaar niet.
We praten alleen maar over muziek wanneer we elkaar zien.

En daar gebeurde het. Het meisje naast me op de bank viel in twee delen uiteen.
Er was haar stem, haar taal (‘nou, zo goed kennen wij elkaar niet’) en
er was haar voorkomen, niet alleen haar lichaam ...
maar ook hoe dat lichaam mij de afgelopen maanden was vóórgekomen:
als een huls om iets wat ik kende, iets wat ik liefhad,
iets waarmee ik over zoveel meer dan muziek gepraat had.
Althans, dat had ik gedacht.

Wat ik, geloof ik, wil zeggen, Roxane,
is dat onze geliefden misschien wel uitsluitend in onze schedel kunnen wonen.
Creaturen zijn het, die zich voeden met onze fantasieën en
de dingen waar we op hopen, van onze wensen en verlangens drinken
en zo steeds groter worden, uitgroeien tot iets waar we intens van gaan houden,
terwijl – of moet ik zeggen ‘omdat’? – we vergeten dat het hier niet om een ander gaat,
maar om iets wat zelf hebben gemaakt.
...
Lieve Roxane, ik schrijf je geloof ik vooral om je te troosten.
En misschien ook wel om mezelf te troosten.
We zijn niet alleen, we hebben elkaar, zijn bovendien in constant gezelschap
van wat we hebben gemaakt: honderden, duizenden liefdes, creaturen, fantomen
die hun kampen onder onze schedeldaken hebben opgeslagen.
Wanneer we ons alleen voelen, zullen we ons aan hen laven ...
och, Roxane, wie neemt het ons kwalijk?

 

Briefgeheim
11 december 2015  | Hanna Bervoets - De Standaard der Letteren

Een auteur schrijft een brief aan een collega, een personage of een boek.

 


Ik woon dus onder mijn schabouwelijk schedeldak.
In een huis waar het wemelt
van de spoken.

Die er zijn en toch weer niet.

Het is een bont gezelschap. Herinneringen
die bewaren wat er nooit was. En geïndoctrineerde hersenen.
We doen wat we niet laten kunnen.

Gevangenen van ons DNA. Bij gebrek aan een vrije wil.

Dat hoorde ik gisteren een knappe advocate
beweren bij Elvis. Plusminus.
Wij worden gestuurd door onze predestinatie.

Ik ben dus niet meer dan
een pakketje schimmige hersens.
En een kwakje bandeloos DNA.

Allemaal achteloos samengesteld door mijn onbesuisd voorgeslacht.

 

 

PS.
Buiten hoor ik Ella weer maar eens wenen. In de vroege en duistere ochtend.
Ik denk aan haar bazige oma. Een Hongaarse die in Duitsland woont.
Ik ken ze alleen van achter het raam. Nu en dan. En weet niet of ik een spook zie.

Maar in mijn hoofd lijkt zij een bazige blonde. Geassisteerd door haar
brave loebas. Goed om de pakjes te dragen. Een wandelende hofhouding
voor 'her Majesty.

Misschien zijn de vensters van mijn hersenen wel aangedampt.

 

PS.
Het stemt mij een beetje gerust.
"We zijn ons brein. Dick Swaab".
Ik dus ook.

Als ik nu nog mijn hardleers schuldgevoel daar kan van overtuigen,
dan lacht het leven mij toe.
Tenminste wat er nog van overschiet.

'Kennis is geluk', schreef Joost Zwagerman. Maar hij stapte uit het leven.

 

 

 264472

De commentaren zijn gesloten.