04-08-16

vier acht bis quater

 

 

Jij offreerde me alles
wat je bij had.
Je ziel en lichaam.

Ik nam ze gretig aan.
Je gaf jezelf toen
bloot. En ik mocht beginnen.

Aan de zonde
die de wetten brak.
Van het huwelijk.

Je verloor dus veel.
Je trouw. Je eer.
En wat nog allemaal meer.

Je kleren.
En je praktische bezwaren.
Je vrijde als een op hol geslagen paard.

Nooit waren rozen nog
zo wit. En talrijk.
Gingen de kaarsjes zedig uit.

Als toen die dag. Tenzij elk jaar
op een augustusavond.
In de weemoed van een oude man.

 

 

 


 

 

 

 

 

Commentaren

Inderdaad: al die tinten die weemoed kan hebben.

Voor mijn deur staan witte rozen al jaren sterk te glanzen: de schneewittchen-roos. We krijgen er complimenten voor. Maar hoe de bladen van de cornus straks zullen verkleuren, daar kunnen zelfs de rozen niet tegenop.

Maar ik mag ze niet vergelijken. De strak glanzende lijven van de jonge rozenblaadjes (maar ze verouderen zo slecht tot depressief) naast dat verrassende ouder worden van de grote cornusbladeren, in kleuren en schakeringen en verglijdingen en tinten en lijnen (maar als ze jong zijn, zijn ze ordinair groen, doorsnee, onopvallend).

Ik weet of je ooit roos was, Uvi, maar de schilder cornus ben je alleszins wel...

groet
G

Gepost door: Guido | 04-08-16

Reageren op dit commentaar

dank voor dit heerlijk commentaar, Guido!

Gepost door: uvi | 04-08-16

De commentaren zijn gesloten.