17-06-13

Son miroir individuel

 


Ik schrijf omdat ik geen verstand bezit
en mij een intelligentie moet kneden, aanmeten, aanmatigen.
Uit zelfbevestiging. Uit een permanente frustratie tegenover
de overdonderende kennis en eruditie van anderen.

Uit 'Dagboek van een dichter' pag.157 - Leonard Nolens

...

 

Héhé, denk ik dan. Wat een heldere spiegel is die Nolens.
Zie me daar nu staan.
In mijn blootje. En elke pukkel uitvergroot.

Maar meteen dampt die reflectie weer aan.
Want hoe durf ik me spiegelen aan Nolens.
Goed, laat het dan een spiegeltje zijn.

Zo'n beschouwend diminutiefje dat (in mijn tijd) de dames
altijd bij zich hadden. In hun 'sjacoche'.
Om hun rouge te fatsoeneren.

Wat konden ze dat frivool.
Hun lippen tuiten en verschuiven.
Zodat ze ongerept weer gezien konden worden.

Met dat vleugje verleidelijke onschuld.

 

 

 

 


PS.
Cfr. het citaat van Rémy de Gourmont, boven links.
Onder mijn foto.


 

171.222

De commentaren zijn gesloten.