03-06-13

Een Luikse metafoor

 

 

 

Denk jij, vraagt hij, dat een taal over zichzelf kan gaan?
Hij heeft er een hele middag voor uitgetrokken, speciaal voor deze kwestie.
Linguïsten houden er congressen over, filosofen en logici zitten er mee verveeld:
het probleem van de zelfreferentie. De kwestie is: kan een taal ooit
over iets anders gaan dan over zichzelf? Kan God naar zichzelf verwijzen? Kan ik dat?

Uit 'Het onverwachte antwoord' - pag. 150 - Patricia de Martelaere

...

Ik bijt in de zee.
Die zoete metafoor.
Een warme Luikse wafel
en een lief op het strand.

Dat is de zee. Ik luister naar haar taal.

Zij golft over mijn land.
Queen for tonight.
Ik ben een kikker die kust
en prins wordt.

De deinende kust. Die eeuwig rusteloze.

Een kind, een puber,
een man.
En een meisje dat vrouw wordt.
Wie niet weg is, is gezien.

En blijft een muurbloempje.

Om de zee te troosten.
Die troosteloos wordt
van al dat sleffende volk.
En die bakken gebruinde lijven.

De beklemming van dijken. Haar getroubleerd zicht.

 

 

 

 

 


PS.
Ooit was de zee ver weg. En bijna van niemand.
Vakantie. Het was nieuws in een dorp.

Ik herlees PdM al minstens voor de tweede keer.
Las eerder Didion, Barnes, Mortier, Verhulst (tegenvaller)
en de laatste Dewulf.

Ik kies voor haar. Mijn dode filosofe.
Hoop nog lang te leven. Elke zin van haar mag me vergezellen.
Er hoeft geen antwoord te komen.

 

 

http://www.youtube.com/watch?v=T_PJKGEDRBQ

 

 

 

 

De commentaren zijn gesloten.