22-04-13

De gast

Edegem, donderdag 10 maart 1983

Het verlangen naar het feest wordt nooit bevredigd:
moment suprême van menselijke uitgelatenheid, van dionysische
uitzinnigheid, van magistraal georkestreerd exces - zo wordt het opgezet.
...
Slechts één ding ontbreekt, altijd: de gedroomde gast. ...
ik ben een en al oor en zeg niet wat ik denk of voel,
want de mens die ik verwacht bestaat niet.

Met dat onbestaan zal ik wel nooit genoegen kunnen nemen.
Die gedroomde gast moet ik nog worden. Ikzelf.
Vraag me niet wie hij zal zijn. Ook ik wil immers verrast worden
door zijn verschijning.

Uit 'Dagboek van een dichter' - pag. 179 - 180 - Leonard Nolens.

...

Mijn huis is een trouwe vriend. Die geduldig op me wacht.
Als ik even weg ben. Op zoek naar de gast.
Ik word al lang niet meer verrast. Door mezelf.

Het tuindeurtje piept als het me ziet.
De trappen kraken van plezier.
En de leefkamer legt haar muren om me heen.

Het schilderij herschikt haar palet als een oude minnares
voor een jeugdige geliefde. Hoe dikwijls trok ik me terug
in de keuken voor het schoonste perspectief. Van haar.

O, mijn god, en de tafel met haar lange benen. En schrijvers.
De luchter, een vlinder verward in z'n eigen kleuren.
En de bevallige lampen die ik koester als ware het mijn beminden.

En al deze dagelijkse weelde moet ik delen. Met mezelf.
Gastheer en gast.

 

 

PS.
Ik word heen en weer geschud. Als hoge kruinen door de wind.
Mijn herinneringen aan de vrienden. Enkele.
Toen vriendschap nog uitzonderlijk en gelimiteerd was.
Geen groot getal, maar een warm gevoel.

Tastbaar dichtbij. De verte van het verlangen is nooit afgestorven.

 165.190

 

De commentaren zijn gesloten.