18-02-13

Altijd is wel lang


'Een ander verhaal is dat Patricia altijd minnaars had.'

Uit 'Als je weg bent' - pag. 156 - Marja Pruis

...


Tienduizend. Vrouwen. In z'n bed.
Het moet zowat
'de ontdekking van de wereld' geweest zijn.
Voor Mulisch. Al die prooien in zijn trofeeënkast.

Ik zou jaloers zijn.
Maar dit adembenemend getal
is te omvangrijk.
Voor dit onbeholpen rekenkundig jongetje.

Ondeelbaar groot.
Voor mijn dagelijks denkvermogen.
Of een negenproef.
Tussen de lakens.

Ik die nog niet eens geraakte tot aan
alle vingers van m'n ene hand.

 

 

PS.
Dit ene zinnetje. Het brengt mijn oude hoofd op hol.
Altijd is wel lang. En misschien ook veel.
Ik wil me niet braver voordoen dan ik ben. Mijn onkuise verboden
kriebelen als ik zo'n ter-loopse opmerking lees.

De vleselijke driften galoppeerden levenslang door mijn verbeelding.
Altijd stiekem jaloers. Altijd een verdoken bewondering.
Maar nog meer nieuwsgierigheid.

Hoe zou dat zijn? Welk gevoel zou je hebben? Zou je het beu worden?
Zou je hen vergeten? Ook als je ze noteert. In een een beduimeld carnetje.
Ik heb het gevoel dat zij, 'de actieve minnaars', leefden.
Terwijl ik er stond op te kijken. Op dat lillende leven.

Wat zou er overblijven van de jacht als je grijs geworden bent? En passief.
Zou je dan die vergeelde activa consolideren? En nagenieten. Stiekem.
Of zou je nog eens een poging doen in het bejaardenhuis om een verpleegster
in haar billen te knijpen. Als ze voorbij vlindert...

O, wie kan mij ontnuchteren met de saaie werkelijkheid? Ondertussen troost ik mij wel met de gedachte: 'Niet de kwantiteit, maar de kwaliteit telt'.

 

 

De commentaren zijn gesloten.