18-10-17

Elle

 

 

Toeval brengt de mensen samen;
een goede reden haalt ze weer uiteen!

Uit: Flessenpost - Dimitri Verhulst

 

 

 

Elle


Eeuwen hield ik haar verborgen
in mijn hoofd, liet ik haar driemasters varen
als zeilende meeuwen

en legde ik mij neer breed
als een strand waarop zij kon ademen
en rusten van al dat gaan en komen

zij schreef haar naam
tussen mijn tenen
met aangespoeld gemis

en schreeuwde oorverdovend
opdat ik haar zou lezen
en wie ze was.

Voor we uit elkander dreven.

 

 

 

 

332933

17-10-17

Amen

Afbeeldingsresultaat voor kringelende rook

Radio 1





Wij vertellen elkaar verder aan de vogels

en zwijgen voorts geheel bevlogen.
Het is al moeilijk genoeg
dit zelf te geloven
dat jij en ik
elkaar hebben gevonden in dit ogenblik,
dat wij elkaars bestaan mogen bedenken
en dat dit ruim volstaat.
In deze afwezigheid zijn wij volmaakt.

Uit: Flessenpost
Stoppen met roken in 87 gedichten
Dimitri Verhulst

 

                                                      °°°

 

Onze huid is van papier,
jij ademt ginder
en ik hier.

Tussen de trage plooien
van de tijd
haasten wij ons naar mekaar.

Het is de stilte die ons draagt.
De verte
van ons zwijgen.

Verder dan dit alphabet kunnen wij niet verdwijnen.

 

 

 

PS.
Hoe een gedicht een plek wordt.
Een samenscholing van woorden.
En huis om in te wonen.



332797

16-10-17

woord en beeld

 

 

 The pillow door Berlinde de Bruyckere, 2010 - Weekblad De Standaard - 14 oktober 2017

 

                                               °°°

 

Mijn woorden worden traagzaam wakker. Ze zoeken beelden.
Om zich aan te kleden.
Ze gelijken op mensen.

Onzeker en angstig. Trefzeker voor anderen.

Verkleed met de huid van een mild masker.
Over straten en pleinen.
Een beeld dat zich creëert. In de verbeelding.

Van de andere. Die je soeverein schept tot wie je bent.


 

 

PS.
Het wordt weer zomer. En de dag zal zich genadig vullen.
Met voetstappen. Bomen en water.
Vallende bladeren en rimpelingen.

Ontbijt en brunch. Samen. Als de anderen ons genadig zijn.
O, ja en verse lakens.
Dat heerlijke hotelgevoel.

 

 332706

15-10-17

de grens van het verlangen

...
Ons ingeboren verlangen naar de ander kan leiden naar de hemel en naar de hel. Talloos zijn de levens, de huwelijken, zelfs de vriendschappen waarin het verlangen naar de ander ons vernietigt.

Maar de grondtoon in mijn verlangen naar de ander is toch de onkenbaarheid van de ander. Nooit zal ik de vriend, de vrouw, niet eens mijn bloedeigen kind werkelijk ‘kennen’, laat staan dat ik er ooit mee zal samenvallen.

Zoals gezegd, ik beleef dat als zowat het meest bestendige verlangen in de dagen. Het uit zich even geestelijk als lichamelijk. Elke omarming is in gedachten een vereniging, maar in de armen zelf een mooie, moedige of armoedige poging. Toch beschouw ik het niet als een tragische kwestie.

Het zou, alweer, geen leven zijn.

Meer zelfs, met de jaren heb ik er de genade en de schoonheid van ingezien. Heb ik allengs begrepen dat net daarin, in die eeuwige nadering, ons menselijkste onvermogen en onze uiterste samenkomst schuilen. Dat de ander een grens is waarlangs wij verlangen naar de overgang, die nooit zal plaatsvinden. Altijd, tussen alles en iedereen, gaapt een niemandsland.
...
Het lijkt me de even uitzichtloze als natuurlijke beweging die elk wezenlijk verlangen bezielt. Wij komen nooit verder dan onszelf, terwijl net wijzelf niets liever zouden willen. Niet omdat we dat per se zelf willen, maar omdat we gewild worden.

Na die vaststelling rijst de onontkoombare vraag: hoe wordt er naar mij verlangd? Anders gezegd, in welke mate ben ik zelf het voorwerp van al dat verlangen dat ik belijd jegens de ander? Hoe word ik als doel van andermans verlangen, begeerte of hoop beschouwd?

Het is geen onbelangrijke vraag. Ze kan genadeloos zijn.

Niet alleen is ze een romantische verzuchting naar de wederkerigheid van het verlangen. Dat is een bekend thema in de hoofse minne- en andere lyriek. Of in menige hedendaagse ballad.

Vooral keert ze de beweging om. Het verlangen dat als een boemerang terugkomt. Wie begeert, wil zelf ook begeerd worden – of niet? Wie zelf verlangt, zal het zich toch ooit weleens afvragen: hoe en hoezeer word ik zelf verlangd?
...
En al even natuurlijk, zo heb ik het met de jaren leren aanvaarden, word ik niet begeerd wanneer ik dat wel zou willen. Zowel uit de verte als van nabij.

Concreter: verlangen de borsten naar mijn handen zoals mijn handen naar hen? Of ben ik meer verlanger dan verlangde? Meer zender dan ontvanger? Meer begerend dan begeerd? Dat geschil is zo oud als de straat. Het is de weerloosheid die elk verlangen noodzakelijk in zich draagt.

Onvermijdelijk wordt de ene mens meer ‘aangeraakt door begeerte’ dan de andere, in de breedste zin van dat woord. En ikzelf adem nu eenmaal vooral aan de kant van de begeerders. Dat heeft voor- en nadelen.

Wie hoopt dat zijn verlangen als in een spiegel vanzelf teruggekaatst wordt, staat weleens voor een lege spiegel.
En daar ontstaat een nieuw verlangen, misschien wel het vreemdste van alle. Het kan even afgrondelijk als vluchtig zijn: het verlangen naar onszelf.

Uit het: Het wankele evenwicht van het verlangen - Essay van Bernard Dewulf
De Standaard - Het weekblad - 14 oktober 2017

                                                                   

                                                                     °°°


 

 Het verloren verlangen

Zal ik haar neerschrijven
als een dwarrelende vlok
of als een dartele gedachte

zal ik haar taille omcirkelen
met de accuratesse
van een landmeter
die zijn verlangen afstapt

of ben ik een biddende sperwer
boven het gemis
en de breedte van haar hunkering

terwijl ik me verlies in de vertwijfeling.

 

 

Lacan zegt over de mens en zijn verlangen:
"le désir de l'homme, c'est le désir de l'autre. "


Vrij vertaald:
"de mens verlangt verlangd te worden door de andere'.
Gehoord in 'Het voordeel van de twijfel'.

 

 

 

PS.
Moe word ik van dat verlangen. Wanneer stopt dat eindelijk eens.
Ik vrees enkel aan de rand van dat gat of
wanneer ik een stofje word dat nog even dwarrelt boven het gras.


In mijn dromen word ik (bijna) elke nacht geconfronteerd met mijn machteloosheid.
Mijn (bijna) voorbije leven. Had het enige zin?


332606

14-10-17

ne me quitte pas

 

 

 

 

 

https://www.youtube.com/watch?v=0Q7w7gk1JhQ

 
 
www.youtube.com
:) Enjoy

 

als de avond valt,

geen schoner moed dan weemoed...

332572

11-10-17

mijn stad

 

 

De zintuigen van de dichter worden gescherpt door de nieuwe indrukken op de plaatsen waar ze komt. Maar ze houdt net zo van vertrouwde plekken en landschappen. Want ook die kunnen vragen oproepen en je alles opnieuw doen overdenken. Want, zoals ze schrijft in 'reis en bestemming':

'het is waar,
in andere steden doen wij meer moeite, kijken
naar peuken en stof op de weg'.

Van hee koos niet toevallig een motto van de bijzondere Oostenrijkse schrijver Robert Walser, voor wie het wandelen zo belangrijk was: 'Je hoeft niet veel bijzonders te zien. Je ziet al zo veel.'
Dat sluit ook aan bij de manier waarop ze schrijft. Alles in haar poëzie lijkt op het eerste gezicht vredig en vertrouwd. Het rustige ritme van haar gedichten, de herkenbare situaties en de heldere zegging dragen daartoe bij.

Bron: De Morgen 11 oktober 2017 - Verrassingen in het vertrouwde
Alles is voortdurend in verandering. Miriam Van hee toont er zich gefascineerd door in haar nieuwe bundel als werden wij ergens ontboden. De dichter is 65 geworden, maar ze blijft zich verwonderen.

Paul Demets
 
 
                                                                   °°°
 
 

Zij wacht

op mij. Achter elke hoek en kant.
Ik ben haar genodigde.

Wij kennen elkaar reeds eeuwen.
Onze handel en wandel.

Ik stokstijf. Zij springlevend.

Ik bevolk haar banken.
Struin over haar pleinen.
Bewonder haar kerken.

Maar vooral haar gebenedijde benen.






 
 
PS.
Sommige dichters schrijven poëzie over de stad.
Voor mij is de stad poëzie.

Geen gedicht evenaart haar gevels.
Geen erudieter woorden dan haar eeuwigdurende muren.
Geen schoner enjambementen dan haar fietsende studenten.


332346



10-10-17

Elke dag een dag als een perzik.

 



Ik moest mijn dichtersvriend bekennen dat ik het meest was geraakt door de levenskunst van Jan Wolkers. Zijn vitaliteit. Nadat Jan als jongen van het geloof viel, geen heilsgedachte meer koesterde van de god zijns vaders en het uitzicht op het hiernamaals verloor, heeft hij elke dag op aarde op volle kracht geleefd.

Niet alles wat Wolkers heeft gedaan en gemaakt strekt tot aanbeveling. Laat staan dat ik het zou willen navolgen. Maar de gloedvolle intensiteit waarmee hij leefde, zijn opgewonden hartenklop die in alles doorklinkt, heeft van het schrijven van zijn biografie een fantastisch avontuur gemaakt.

Uit de stapel met Wolkers' dagboeken, die hier op mijn schrijftafel ligt, kies ik er blind één uit. 1970. Ik sla hem open in het midden. Donderdag 27 augustus. Zwierig handschrift.
'Om 1 uur even naar het IJsselmeer bij Muiden. Prachtig weer. Lichte mist en warme zon. De slootjes zijn knalgroen van het kroos. Rooie appeltjes drijven erin in de buurt van boerderijen. De boerenkool staat al ergens in een moestuintje dik en kroezig te velde. Als je de warme dijk beklimt en je komt er bovenop hoor je ineens het water klotsen en meteen de wind en de koelte.
Karina gaat in Chandler liggen lezen. Ze zegt, voorlezend: 'It was a peach of a day.'
Karina gaat even zwemmen, naakt, terwijl ik foto's neem. Mijn Missouritrui in de bomen.'


Ik vis een van die foto's uit het archief en kijk ernaar.

Elke dag een dag als een perzik.

...
Onno Blom werkt aan de biografie over Jan Wolkers. Voor de Volkskrant houdt hij daarover een dagboek bij - waarvan we in zoveel delen de notities presenteren.
Bron: Memoires van een biograaf - Onno Blom

                                                                  °°°

Waarom zou ik dit beeld aanvullen met woorden.
Ze zouden slechts hinderen. Overbodig zijn.
Je afleiden van de essentie.

De schoonheid van naakt. Van een ontklede vrouw.

Maar kan ik wel zuiver zien?
Ik ben misgroeid. Opgevoed met zondigheid. En bekoring.
De zonde van de vrouw. En de begeerte.

Terwijl zij goddelijk schoon is. Een hemel van verlangen en gemis.


 

 

hoe alles nog moest beginnen...

 

 

 

 

 

De foto staat op de cover van een boek.
Hoe moet ik dit meisje lezen?
Misschien haar gewoon onleesbaar laten.

Zijn wij mensen niet allemaal onleesbaar?

Hoe dikwijls lezen wij elkaar
zoals we geschreven staan.
In ons leven.

Schrijven we de andere niet naar ons beeld en gelijkenis?

 

 

 

PS.
Op straat wandelen ze voorbij. De naamlozen.
Ik lees ze als een kortverhaal.
Van begin tot einde, zolang de Grote Markt duurt.

Nooit komen ze nog terug. Tenzij nu en dan. Later.

Gekleed in oudere jaren.
Een andere snit.
Haren kwijt, rimpels rijker.

Steeds een ander. Zij schrijven mij naar de voltooid verleden tijd.

https://www.tzum.info/wp-content/uploads/2017/10/hoe-alles-moest-beginnen-thomas-verbogt.jpg

 

 

332221

 

06-10-17

de brief als uitzicht


Lieve Arnon,

Boventitels zijn te vergeven.

Afgezien van die genade, ben ik er wel van overtuigd dat een papier op podium de onmiddellijkheid van de tekst onmogelijk maakt. Aflezen is de herhaling van het schrijven, uitspreken de illusie van gebeurtenis.

Ik moet toegeven dat ik zelf minder perfectionistisch ben dan pakweg een jaar geleden. Misschien is dat perfectionisme in de eerste plaats de luxe ruimte over te hebben in het hoofd, om het vol van buiten geleerde tekst te stouwen. Het is ondertussen moeilijker om telkens de opslagruimte te vinden.
...

Of we na negen maanden schrijven dichterbij zijn gekomen of eerder op afstand?
Je vraag doet me denken aan de titel van een bundel van de Nederlandse dichteres Bernke Klein Zandvoort: Uitzicht is een afstand die zich omkeert. Dat vind ik zo’n beweeglijke zin. Zoiets geldt ook voor ons schrijven, denk ik: onze brieven zijn een afstand die zich omkeert.

Je hebt me het afgelopen jaar vaker discreet genoemd. Je voorliefde voor nieuwsgierigheid kennende, had ik telkens het gevoel je daarin een beetje teleur te stellen. Daarom verklaar ik onze volgende en laatste brief vogelvrij van discretie.

Discretie en voyeurisme sluiten elkaar niet uit. De beste voyeurs lijken me juist erg discreet, laten misschien net een elleboog achter in het blikveld van de bekekene, om zo de illusie van het betrapt worden spannend te houden, wetende dat ze zich nooit echt zullen laten betrappen. Het is niet zo dat ik nooit iets over mezelf vertel, of benoem – vaak genoeg heb ik hier een elleboog ontbloot. Eerder ben ik nog niet helemaal zeker of een goed verhaal altijd een goede werkelijkheid nodig heeft.
...

Charlotte

Bron:  De Standaard der Letteren - vrijdag 6 oktober 2017

                                                         °°°

Op vrijdag is mijn schrijfhonger altijd groter.
Dat komt omdat ik
op donderdag naar 'La Grande Librairie' kijk.

Een heilig ritueel.


Nergens, in geen enkel ander land,
-ik ben geen reiziger-
ontmoet ik zoveel liefde.

Voor de Taal. Het Woord. Met hoofdletter.

Ik hang aan hun lippen.
Zoals lippenstift kleeft aan een glas.
Geen enkele syllabe laat ik ongehoord ontsnappen.

Ook al versta ik vele woorden niet.

En dàt is mijn literair verdriet.
Hoe ik bliksemsnel hun frases aan mekaar moet knutselen.
Met de gaten die ze achterlieten.

Ik red me wel. Desnoods verdrink ik in hun zinnen.


 

 

 

PS.
Iedere voyageur is een voyeur.
Schrijven is kijken.
Eerst zien en dan het papier.

Opdat ik het niet zou vergeten, schrijf ik dit neer:
Gisterenavond hing ze voor het raam te staren. Een volle maan.
Ze begluurde mij. Ik deed alsof ik het niet merkte.

La Callas stond naast mij. Samen met Puccini
deden wij de afwas.
Het was de mooiste plek op aarde.

Met uitzicht op la Luna.


 

https://www.youtube.com/watch?v=UgaN3vIqJUY&index=9&a...

 
www.youtube.com
TOO MANY STUPID COMMENTS = SORRY, NO MORE COMMENTS Maria Callas Giacomo Puccini- La Boheme "Si, mi chiamano Mimì"

 

331771

 

 

05-10-17

in de naam

Je lijkt me iemand die heel veel voelt.
"Daarom teken ik. Al tekenend krijg ik vat op de werkelijkheid. Als ik lang geen potlood of penseel heb vastgehad, word ik onrustig. Ik vraag me vaak af hoe mensen dat doen: een stolp over hun emoties plaatsen en olifantenhuid kweken. Ik ben er nog altijd niet in geslaagd. (lacht)

"Noem mij naïef of onbezonnen, maar ik kan mijn emoties totaal niet doseren. Wat ik voel, komt vrij hard binnen en moet er meestal meteen weer uit. Het helpt dat ik een vrij evenwichtig leven leid. Ik heb al 22 jaar dezelfde vriend, die gelukkig even passioneel is als ik. Wij konden elkaar geen twee uur missen of we begonnen al liefdesbrieven te schrijven. Ik heb veel geluk gehad dat ik zo snel de juiste ben tegengekomen, anders was ik mezelf waarschijnlijk onderweg verloren.

"Het is eigenlijk simpel: ik ben erg positief ingesteld, maar als ik triest ben, huíl ik. En dan bedoel ik niet zacht een traan wegpinken, nee, echt snikken en stikken. Ik heb er geen controle over. Niet dat ik zo dramatisch ben, hoor. Eerder gevoelsmatig; ik kan niet doen alsof."
...
"Ik omschrijf mijn eigen werk het liefst als suggestief: weinig lijnen, maar wel krachtige. Kleine verwijzingen roepen vaak meer op dan het hele verhaal. Dat heb ik van mijn vader. Ik herinner me nog dat hij zei dat je in plaats van de vrouw beter haar lippenstift beschrijft die op het glas achterblijft wanneer ze weg is.

Bron: De Morgen - De naam van de vader

Bijna twintig jaar nadat Herman de Coninck stierf in Lissabon, is Laura (38) nog altijd het 'miniatuurmensje' uit de gedichten van haar vader. Hij dichtte wat hij niet kon uitspreken, zij tekent het. "Af en toe moet ik weer even met hem praten."
Jana Antonissen

04-10-17

verzameling zinnen


Alles - droom en realiteit, verleden en heden - zit vol leven en licht bij Verbogt.
Juist dan komt de dood harder aan. Zo beschrijft Licia op een gegeven moment het overlijden van haar vader:

'[...] de glans in zijn ogen vervaagde. Ik moest aan inkt denken die als je aan het schrijven bent heel even glanst en daarna droog wordt, je ziet het bijna niet gebeuren.'

Bron: Het Parool -  Bijna tastbaar leven op papier - Arie Storm


Wordt vervolgd.

09:44 Gepost in zinnen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook

altijd een beetje verloren - lost in translation

...

Taal is geen precisie-instrument waarmee mensen als evenzovele ingenieurs tot op de millimeter nauwkeurig opereren. Ze bestaat eerder uit strandvondsten waarmee we - om met de antropoloog Claude Lévi-Strauss te spreken - ons al knutselend door het leven slaan. Het woordenboek probeert de anarchie daarvan zo goed mogelijk te beteugelen, maar heel goed lukt dat niet. Vandaar die eindeloze reeksen betekenissen bij één en hetzelfde woord, en de noodzaak om iedere zoveel jaar een nieuwe editie uit te brengen. Taal verandert en verslijt razendsnel onder het gebruik.

Je zou ook kunnen zeggen: taal is écht. Ze is niet een ideëel soort netwerk dat over de werkelijkheid heen gespannen staat. Woorden zijn dingen, net zoals voorwerpen dat zijn. Ze lijken een soort gedachten-inhoud te bezitten en over zichzelf heen te wijzen naar iets anders, maar hoe en waarnaar ze verwijzen en wat die inhoud precies is: wanneer we dát onder woorden proberen te brengen, staan we al snel met de mond vol tanden. Wat we zeggen blijkt altijd meer of zelfs iets heel anders te betekenen dan we denken.

De mens is een taal-wezen, zo heeft de twintigste-eeuwse filosofie ontdekt. Wat hij is, is hij dankzij de woorden die hij bezigt, de zinnen waarmee hij de wereld ordent en de namen waarmee hij wordt genoemd. Maar veel houvast biedt dat niet. Onder zijn handen glibberen de woorden alle kanten op; in zijn mond blijken ze steeds weer te ontsnappen aan wat hij eigenlijk zeggen wil.

In de taal ploeteren we rond zoals in de wereld zelf. In beide heerst dezelfde ongewisheid, waarin we ons altijd een beetje verloren weten.
...
Uit: Letterlijk betekent zelden letterlijk -  Ger Groot

 

 Zonder begin

Ik ben niet meer dan een illusie. Besta niet.
Tenzij in uw hoofd.
Hier is het zoals elders. Un plat pays.

De herhaling van het ik. Nooit het meervoud.
Wij. Hoelang nog betreden wij de paden
van de taal. De virtuele verlatenheid.

Het verlangen. En het gemis met de wortel uitgerukt.

 

 

PS.
Zoals een schilder zet ik wat teksten aan. Onafgewerkt verdwijnen ze.
Doeken onder het stof. Woorden onder vergetelheid.
En dan komt er zo'n ochtend. Je slentert wat rond.

In je ontwerpen. Je kan alleen de titels lezen.
'altijd een beetje verloren'
Dat staat er. Altijd is lang en dikwijls.

Maar je slaat de titel open. Want je bent nieuwsgierig.
En je leest:
'Wat we zeggen blijkt altijd meer of zelfs iets heel anders te betekenen dan we denken.'

Tja, lees maar er staat niet wat er staat.

 

Ik lees wat ik schreef. Als een vreemdeling in een stad.
Geraak de weg kwijt.
Woorden veranderen met de tijd.

Soms krijgen ze een betekenis voor iets wat nog moest komen.


331562

 

03-10-17

spijtige illusie

Afbeeldingsresultaat
Michel Onfray -Franse filosoof -  Mediamass

 

 

Vijftien jaar is hij nu al dood.
Mijn apotheker.

Zopas sprak ik met zijn nog immer durende weduwe.

Ze schrok dat ik nog wist
hoelang exact dat geleden was.
Dat was niet zo moeilijk, vertelde ik haar.

Mijn tante overleed op 2-2-2002.
Zo'n datum kies je om te trouwen.
Of te sterven. Rouwen.

Toen ik daarna voor de eerste keer terug in de apotheek kwam,
lag er een doodsprentje. Op de toonbank.
Van de man. Met wie ik uren filosofeerde.

We hielden een beetje van mekaar.

 

 

 

PS.
Er waren nog mensen die haar aanspraken over haar man, zei ze.
Maar ze verdwijnen. Zachtjesaan.
Geen medicijn opgewassen tegen de dood.

'Spijtig, zei ze, 'dat hij niet wist dat ze hem zo apprecieerden.
Hij was ervan overtuigd dat 'hij het niet goed deed. En leed eronder.'
Dààr schrok ik van.

'Hoe kan dat nu?, vroeg ik haar, 'een apotheker. En in die jaren.'


PS.
Spijtige (des)illusie. Voor deze man.

O, ik denk nog vaak aan hem terug. Ik kan niet anders.
In La Grande Librairie passeert Michel Onfray meermaals de revue.
Hij gelijkt sprekend op mijn destijdse apotheker.



herfst en nu en dan een vraag

Maakt u nog wel wandelingen door de stad?
"De rondjes zijn klein geworden, moet ik zeggen. We gaan geregeld naar het Stedelijk, hier om de hoek, om even iets te eten.
Heeft dat invloed op uw werk?
"Hoe bedoel je?"
Dat u nu minder buiten komt en minder inspiratie kunt opdoen?
"Daarvoor heb ik in mijn leven al genoeg rondgelopen. Mijn herinneringen zijn mijn goudmijn. Ik kan me vanuit mijn luie stoel bijvoorbeeld zo verplaatsen naar Frankrijk, waar we 35 jaar een huis hebben gehad.

Het is niet nodig grote afstanden af te leggen om ergens door geraakt te worden. Op elke hoek van de straat gebeurt wel iets. Of zelfs op elke stoeptegel."

"Wat me wel opvalt: een mens past zich altijd aan. Ik heb tegen deze periode, de ouderdom, behoorlijk opgezien. Nu het zover is, valt het me mee. Er zijn gebreken, maar die hinderen me niet in die mate dat ik niet meer kan genieten."

Uit : Het Parool - interview Remco Campert - Ronald Ockhuysen

                                                                   °°°

 

De zon zich zien losrukken uit de horizon. Dat is een luxe.
De herfst is mij welgezind. Maakt van mij een welstellende burger.
Er zijn mensen die de kans niet krijgen.

Omdat ze naar het werk moeten. Of naar school.
Omdat ze in te smalle straten wonen.
Of gewoon omdat ze het niet zien. Door zorgen of gewoonte.

Of gebrek aan talent. Ik heb veel geluk gehad.

Nog elke dag besef ik dat. In de badkamer.
Op de trappen. In de leefkamer.
Zeker in de keuken. Waar de koffie in mijn kopje druppelt. Ambachtelijk.

Misschien is de 'de tijd' waarin ik mocht leven,
nog het grootste geschenk voor mij geweest.

In de jaren vijftig opgegroeid. Ondergedompeld in een elitaire opvoeding.

En later in de jaren zestig, een werkplaats voor 'onhandigen',  als ik.

Hoofdarbeider.
Deze titel heb ik menig keer
moeten invullen op een ernstig formulier. Een hele eer toen.

In een tijd van apartheid. Witte boorden of vuile handen.

...

Elke mens blijft een raadsel. Jij en ik.
Misschien weet je het zelf nog niet.
Of is het voor je makkelijker
om het in de bolster te laten.

Hoewel de tijd rijp is.

Elke dag vallen de kastanjes uit de bomen.
Ze spatten uit hun stekelige  bescherming. Zomaar op de grond.

Ik bedoel, mag ik mijn raadsel zo vertalen:
waarom heeft iemand mij nodig?

Lees de vraag zoals ze daar staat,...

Ergens in de andere,
groot, middelmatig of minuscuul is er een
'leegte een soort tekort',
waarin ik of jij past...


In het hoofd van deze oude man, woont er zo'n vraag.
Ze heeft niets tekort.
Ik kan er gerust mee leven.

Met mezelf heb ik het moeilijker, nu en dan.

Maar het gaat wel...
Aanvaarding. Juist. Dàt is de methode.
Il est très simple ...


Mooie dinsdag nog, lezer'es.

 

 

PS.
Ergens is er een leegte, een tekort waarin ik pas.
Als dat niet meer zo is, dan ben je omgeven
door de leegte van eenzaamheid.

Niemand die je nog ziet. Achter het venster. In de straat. Op de bank.

Geen vraag meer waard.
De passanten zijn ikken.  Opgesloten in hun bubbel. Hun stekelige bolster.
Met een bordje op hun voorhoofd. 'Mijn gedachten niet storen'.

Zoals vroeger in het stadspark. 'Verboden het gras te betreden'.




331460

02-10-17

een eenzaam gedicht

 

Daar loopt ze

en ze wordt

door niemand

gefotografeerd.

 

Dit is een gedicht van K. Schippers uit de bundel Bij Loosdrecht, een keuze uit de gedichten. Waarom wordt ze door niemand gefotografeerd? Omdat ze eenzaam is of omdat ze door niemand wordt gezien? Ze is niet eenzaam, ze heeft vier kinderen en een man die hard werkt om genoeg geld te verdienen. Ze wordt opgeslokt om deze idylle in stand te houden. Als ze alleen buiten loopt, blijft er niets van haar over. Niemand ziet haar, ook de fotograaf die alles ziet, ziet haar niet. Je weet het nooit met gedichten.

Uit: Eenzaam -A. L. Snijders schrijft ons elke week een (*) Zeer Kort Verhaal
De Standaard - Weekblad - zaterdag 30 september 2017
                                                     °°°


Idylle

Jij kijkt me aan
ik ben een flaneur
een straatbeeld

je leest me

er staat niet wat er staat
ik ben niet
die je ziet

maar slechts een voorstelling van je verbeelding.

 



PS.
Tientallen keren werd ik gefotografeerd.
Gevraagd of ongevraagd.
Een straatbeeld. Een wandelend curiosum.

Herleid tot wat pixels. Gestolen en bevroren.
Een man met een hoed.
Winter en zomer.

Voor sommigen een steen des aanstoots.
Een stoorzender.
Representant van iets wat ze verfoeien.

Voor anderen een stukje stad.
Folklore.
O, daar is ie weer.

 

http://uvi.skynetblogs.be/zelfportret/

 

331363

 

01-10-17

enkel voor gevorderden...

 

Voor hen die langer lezen en schrijven dan een tweet.

Voor hen die nog gegrepen worden door schoonheid.

Die tijd willen investeren in ontroering.

Leben? oder Theater?

Het leven van een meisje dat stierf.




http://www.uitzendinggemist.net/aflevering/146024/Leven_O...

 
www.uitzendinggemist.net
Uitzending gemist van Leven of Theater? op Nederland 2. Bekijk deze uitzending van "Leven of Theater?" dan nogmaals op Uitzendinggemist.net

Dillemans en de geur van terpentijn...

...

Precies die schilderkundige bedrevenheid mist Dillemans bij veel van zijn collega's. 'Een dictatoriaal regime van wansmaak', noemt hij de hedendaagse kunstwereld. 'Een sekte waarin het idee primeert op het metier en waarin goed kunnen lobbyen belangrijker is dan goed kunnen schilderen.' Dat hij zichzelf met zulke uitspraken vrijwillig isoleert, deert hem niet. "Ik lijd geen seconde onder dat isolement. En ik voel mij ook niet eenzaam: ik word omringd door de oude meesters. Hun werk is voor mij veel eigentijdser dan het werk van kunstenaars die met fallussen smijten in de hoop om erbij te horen."

"Sinds de jaren 60 gaat het barslecht met de kunst. Of toch met de kunst die in the picture staat. Alle aandacht gaat naar de blaaskaken, de marketeers. Van Andy Warhol tot Jeff Koons: de totale willekeur regeert. Het zal niet lang meer duren voor iemand het in zijn hoofd haalt om bij wijze van performance het werk van Veronese (Italiaanse schilder uit de 16de eeuw, red.) te bekladden.

"Salvador Dalí heeft in een tv-programma ooit Piet Mondriaan op zijn plaats gezet. Hij stond naast een werk van Mondriaan en zei: 'Dames en heren, hier ziet u Victory Boogie Woogie van Piet Mondriaan'. Hij wachtte even en voegde er sarcastisch aan toe: 'Piet. Pjet. Njet'." (lacht)
U zei ooit: 'Wat iedereen kan, is voor mij geen kunst.' Als een kritiek op het werk van heel wat hedendaagse kunstenaars. Maar het idee achter Smoking Machine bedenken (de door Kristoffer Myskja bedachte machine die op eigen kracht sigaretten paft, rook uitblaast en as verwijdert), kan ook niet iedereen. En dus is het ...
"Ik moet je onderbreken, Stef. Het idee achter Smoking Machine bedenken, kan wél iedereen. Dat ís helemaal geen inventief idee. Maar nu dwing je mij om iets te zeggen over het werk van een kolderkunstenaar. En daar heb ik geen zin in. Voor je het weet, beland ik na dit interview in een zinloos debat dat mij alleen maar van mijn werk afleidt."
Het gaat mij niet om Myskja, maar om de rekbaarheid van het begrip kunst. Ik heb zowel bewondering voor Smoking Machine als voor uw ...
"Bewondering? Voor de wetenschappers die Smoking Machine gemaakt hebben, bedoel je dan toch? Want die machine heeft niks met kunst te maken. Het is een wetenschappelijke prestatie. En dan nog. Ik heb meer bewondering voor de wetenschappers die de Kanaaltunnel gebouwd hebben dan voor degenen die Smoking Machine in elkaar geknutseld hebben. Als we dan toch over wetenschap gaan praten, laten we het dan over de Kanaaltunnel hebben. "
Het is voor u ondenkbaar dat ik zowel van Sam Dillemans als van Kristoffer Myskja hou?
"Laat ik het zo zeggen: het lijkt mij moeilijk om én van het fietswiel van Duchamp te houden én van Las meninas van Velázquez. Als je dat kunt, heb je in mijn ogen een behoorlijk verwrongen kijk op kunst. Of wil je krampachtig bewijzen dat je ruimdenkend bent. Dat je het begrijpt. Maar er valt helemaal niks te begrijpen. Het werk van Duchamp is de totale leegte. Zelfs zijn kuisvrouw wilde zijn fietswiel weggooien.

"Ik hoop dat ik je ideeën over kunst wat kan bijstellen, Stef. Want je bent misleid. Zullen we samen eens een experiment doen? We spreken hier morgen opnieuw af. We nodigen een paar tv-zenders uit, eten allebei vijftig horloges op, wachten tot ze er langs onze sluitspieren weer uitkomen, boetseren er een beeldhouwwerkje mee en noemen het vervolgens feces art. Wedden dat we luid applaus zullen krijgen? In de hedendaagse kunst is de psychiatrie nooit veraf."
...
Uit een interview in De Morgen. Stef Selfslagh - 30 september 2017 -

In de luwte van zijn atelier werkt Sam Dillemans (52) momenteel aan een compleet nieuw hoofdstuk in zijn oeuvre. Omdat je kunstenaars moet bezoeken wanneer ze nog naar terpentijn ruiken: een gesprek. Over technisch meesterschap en chronische ontevredenheid.

   °°°



Zelfportret

Ik geraak blind van het licht
dat uit de grond kruipt.
Mijn letters worden gevlekt.

God schildert een ochtend.

Ik moet mijn ogen sluiten
voor zoveel schoonheid.
Dat beweeglijk palet.

Van deze archaïsche Kunstenaar.

Die halsstarrig blijft volhouden
aan de wetten van de verf.
Het gevecht tussen ruimte en canvas.

Het levende Kader. En de souplesse van zijn penseel.


                                            ...


PS.
"Je kunt kunstenaars gaan interviewen wanneer hun harde labeur erop zit. Wanneer ze de verf van hun vingers hebben geschrobd, hun nieuwe werken aan witgekalkte galeriemuren hebben gehangen en het vernissage-applaus in ontvangst hebben genomen. Of je kunt ze gaan interviewen wanneer ze hun dagen nog slijten in zelfgekozen eenzaamheid. Wanneer hun zoektocht naar nieuwe vormen nog volop aan de gang is, het witte doek hen soms nog onbegrijpend aanstaart en de ­genialiteit van het verleden tijdelijk van geen tel meer is."
...

U noemt uw tienerjaren rebelse jaren. Waartegen moest er in uw allesbehalve ­verknechtende omgeving dan gerebelleerd ­worden?
“Tegen de kunstscholen, tiens. Ik had verwacht dat ik er een gedegen technische opleiding zou krijgen. Maar dat was helemaal niet het geval. Er werd zelfs meewarig over Rembrandt gesproken. Daar moest je bij mij niet mee afkomen.

“Het probleem was dat ik op artistiek gebied een heel andere richting uit wilde dan mijn docenten. Ik spiegelde mij aan de oude meesters en wou me bekwamen in mijn ambacht. Maar mijn leraren hadden het over ‘culturele ontvoogding’ en noemden ook ‘happenings’ kunstwerken.

“Ik voelde mij op de kunstschool een dinosauraus in een kwekerij vol debiele kikkers. Een beetje zoals ik mij vandaag voel in de hedendaagse kunstwereld. Maar daar hebben we het al over gehad.” (lacht)
Stef Selfslagh
...

PS.
De jaren zestig verdroegen geen autoriteit. Pedagogen braken ze af. Zelfs de pedagogische tik werd strafbaar.
In de Kunsten werd de Kunstenaar God. Met eigen geboden. En Schepping.
Een Keizer zonder Kleren. Geprezen en gelauwerd door eigentijdse Pausen. Ex cathedra. En onfeilbaar.


PS.
Het is nog niet veranderd. Voorbije week sprak ik met een student uit het 'Kunstonderwijs'.
Hij had met enkele jongeren een tentoonstelling in een 'pop up winkel', weet je wel.
De werken ademden stiekem figuratief.

Tegen de wind in. Zijn docenten waren nog altijd tegen figuratief, vertelde hij me.
Volgende generatie werkt dus weer figuratief, denk ik.
Ze contesteren hun leermeesters. En zo was het steeds doorheen de geschiedenis.

De mens die dacht god te worden.

PS.
Ik spreek de taal van verf niet. Met figuratief bedoel ik eerder:
"de waanzin van het detail". -Naam documentaire-
Figuratief is niet synoniem voor Kunst.
Iedere kunstenaar zet de werkelijkheid naar zijn hand.
Maar met respect voor het meesterschap.

https://www.youtube.com/watch?v=hCeMgtoRago

 
 
www.youtube.com
Sam Dillemans - The Madness in the Detail Awarded biography of Sam Dillemans, a famous Belgian painter living in Antwerp.



331229


08:38 Gepost in Dagboek | Tags: sam dillemans | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook

30-09-17

jij zegt het

Ik ben zoals iedereen niemand minder en vooral niemand meer dan ik. Ik ben mijn enige, eenzame, hulpeloze en onvervreemdbare mogelijkheid in de krappe kantlijn naast al de eindeloze onmogelijkheden die ik dus niet ben.
...
Het is zowat de verhouding van een mier tot de melkweg. Van een glimworm tot het donkere heelal. Ik ben me er dagelijks van bewust, de schaal van mijn nietigheid. De lucifer van mijn bestaan. De vonk, de steekvlam, de waakvlam van mijn voorbijgaan. En meestal kan ik daar best mee leven.

...
Zelden wil iemand het toegeven: ik kan het niet meer. Ik ben opgebrand. Uitgevlamd. Zelfs een dansende kaarsvlam kan ik niet meer zijn. Ik ben nu even alleen nog mijn onmogelijkheden.

...
Uiteindelijk eindigt dat denken zowat altijd bij dezelfde vraag, in de volgende gang van de doolhof of het spiegelpaleis: wie denken we dat we zijn? Ik kan me daar dagelijks over verbazen. Onze pretenties, onze ijdelheden, onze hoogmoed. Sterker zelfs, zowat dagelijks kan er ik heel even razend om worden. Vooral op mezelf.

Want tegelijk: wie verbeeld ik me eigenlijk dat ík ben – dat ik die vraag mag stellen aan u, mijn levendigste onmogelijkheden om me heen?

Uit "Si & la" - Bernard Dewulf
De Standaard - Weekblad - zaterdag 30 september 2017

                                                                      °°°

 

 

Zeg mij niet
wie ik ben
maar steek mij aan

een haperende kaars

in jouw bestaan
een glimwoordje maar
bij valavond

als je niet in slaap geraakt

en blaas dan
even over mijn sluimerend vuur
zodat ik een knetterende genster word

misschien zelfs een ster. Une nuit étoilée.

Afbeeldingsresultaat voor knetterend haardvuur

Immovlam

 

PS.
Misschien is het wel de herfst.
De tijd, de stad of de mensen.
Wellicht ligt het gewoon bij mezelf.

Ik durf amper nog in de spiegel te kijken.
Soms doe ik het stiekem en vluchtig.
In een vitrine. Die ik rakelings passeer.

En wie zie ik dan? ik durf het mij niet te vertellen.



331112

26-09-17

Hij kuste niemand.


Ik stond in de file op de Tervuursesteenweg. De deur van een rijhuis ging open. Terwijl een moeder een klein blond meisje op haar arm hield, nam een oudere, lichtjes verfomfaaide man afscheid. Hij kuste niemand. Hij stapte weg op het trottoir langs de grijze gevels. Het meisje, veilig bij haar moeder, wuifde hem na. Met de iets te wilde bewegingen van het kleine kind.

Een heel alledaagse scène. Toch greep ze mij diep aan. Misschien juist omdat ze zo terloops plaatsvond, en ik wellicht de enige mens ter wereld was die ze zag.

Het afscheid heeft iets heel bijzonders. Het is een voorafspiegeling van de dood, waarna niets meer komt, of iets geheel anders.

De deur ging zachtjes dicht, het meisje en haar moeder verdwenen in het huis. De man stapte verder over straat, waarbij niet duidelijk was of hij nog aan het meisje dacht, of aan haar moeder. Misschien was hij al verder. Wanneer iemand over straat loopt, weet je niet wat hij denkt. Rustige mensen hebben vaak kolkende gedachten.

Terwijl de file langzaam in beweging kwam en de auto's bumper aan bumper voortschreden als maakten zij een vredige avondwandeling, bleef ik aan het meisje denken en aan de dartele, onbezorgde wijze waarop ze afscheid nam.

Later wordt ze groter, moet ze naar school waar de liefde niet langer onvoorwaardelijk is. Vroeg of laat wil ze weg van haar moeder. Wat vandaag veiligheid heet, is morgen gebrek aan vrijheid. Hoe zal ze dan denken over de man die zopas haar huis verliet en nu geduldig wacht tot het verkeerslicht op groen springt? Blijft hij in haar leven? Hoelang?

Nog even duurt de schoonheid van haar prille kinderjaren. Een wereld zonder vijanden. Honden en katten die een naam dragen en het leven waarvan zij het centrum is herbergzaam maken. Dagen die eindeloos zijn en verdriet dat overgaat.

 Uit HLN - COLUMN | Tervuursesteenweg - RIK TORFS 26 september 2017

 

                                                                        °°°

 

Terwijl de Togati de stad folkloristisch kleurden,
wat archaïsch en carnavalesk,
reed de vroegere Rector Magnificus,
bumper aan bumper door de Tervuursesteenweg.

Diep in gedachten verzonken. Weg van de Ratio. En de Alma Mater.

Hij werd geroerd en ontroerd.
Door een alledaagse scène.
Het achteloze afscheid van een dochter. En haar vader.

Mooier inaugurale rede kon de kersverse Rector niet uitspreken.



 

 

PS.
Torfs, over wie veel kan gezegd en geschreven worden,
wordt hier de dichter van het kleine.
Dat hijzelf al vlug verafschuwt en kneuterig noemt.

Keukentafelpoëzie.

Wel, geef mij maar deze cordon bleu.
Zacht en teder als een zomeravond.
Die de dag toedekt met een briesje.

Nog even voor het slapen gaan.

 

 

Veto

330764

 

 

10:19 Gepost in Dagboek | Tags: rik torfs | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook

24-09-17

het geklapwiek in de spiegel


Honderden vrienden, of noem ze vogels, heb ik met de jaren – op hun verzoek – toegevoegd, als ornitholoog van ons hopeloos geklapwiek. En zowat allemaal bleken we ineens pauwen te zijn in het diepst van onze gedachten. Dagelijks de staart spreidend en krijsend om mijn aandacht. En de uwe. En de onze. En uiteindelijk die van zichzelf.

Spiegeltje, spiegeltje aan de wand, wie is de mooiste van Facebookland?

Anders gezegd, Facebook heeft me intussen meer geleerd over de medemens dan ik ooit had kunnen vermoeden. Zelfs na het lezen van de somberste misantropen of dagelijks wezenloos turend naar ons journaal.

Nooit, dat kan niemand ontkennen, hebben wij hier op aarde een reusachtiger spiegelpaleis voor onszelf opgericht. Waarin dagelijks en wereldwijd het blootste in ons wordt blootgelegd: onze chronische zelfliefde.

Wij stikken in onze ikken. We sterven starend in onze eigen spiegels. Wij maken ons dagelijks iets wijs in het paradijs van onze flits in de tijd.

Al jaren daarom ga ik er dagelijks, elke ochtend, even naar kijken. gewoon om onder de mensen te zijn. Als ochtendgymnastiek. Als vogelaar onder de vogels.

En nog altijd weet ik niet wat ik zie.

 

Uit "Si & la" - Bernard Dewulf
De Standaard - Weekblad - zaterdag 24 september 2017

 

                                                       °°°

 

Geen spiegel meer voor mij.
Ik zit vol craquelé.
De puistjes van een oude lezer.

Die zich neerlegt op het wit.

Dat laken van papier.
Waarin hij de kreukels telt.
Uit zijn verdwenen leven.

En de vegen die hij achterliet.

 

PS.
Facebook. Het Land van de Glimlach.
En de blinkende duimen.
Waar vriendschap voor het venster hangt. Als gordijnen.

Ik heb er geleerd
hoe eenzaam het ik kan zijn. Tussen al die vrienden.
Achter de luiken.

Waar je enkel geduld wordt om te liken. Likken.

 

https://www.youtube.com/watch?v=Pa58TdbRGJ4

 
 
www.youtube.com
"Three Superstars" Live at the Waldbuhne

 




330566

 

 

23-09-17

Het sprookje van de verdrietige Borsten

 

 https://www.catawiki.nl/stories/1349-de-gruwelijke-verhalen-die-schuilgaan-achter-je-favoriete-disney-sprookjes

 

 

Glazen schoentjes

 

Ik dacht dat ik glazen muiltjes droeg.

Ik weet zeker dat ik glazen schoentjes

had! Een prins die mij kwam redden

uit dit dal, weg van mijn moeder die

mij zelfs geen zevenmijlslaarzen gunt,

galoppeerde mij tegemoet op het paard

dat ik tegen wilde houden. Maar het

rende me voorbij. Ik riep nog: papa,

ik sta hier! Maar hij had in de verte

een stiefmoeder gezien met grote borsten.

Ted van Lieshout

 

Uit: De Standaard der Letteren - vrijdag 22 september 2017

 

                               °°°

 

 

Ik stam nog uit een tijd
dat er geen borsten bestonden.
Die zaten ergens veilig en wel, onzichtbaar opgeborgen.
En een melkflesje speelde voor moeder.

Brigitte Bardot was nog niet geboren. In de cinema.

Toen dus moest ik nog later worden.
Als de borsten groeiden.
Tot ze groot en gewillig waren.
Dat duurde heel lang.

Nog veel langer dan een sprookje.

 

 

 

PS.
En toen mijn handen volgroeid waren, waren ze soms te klein. En soms net niet.
Ze luisterden nauwgezet naar hun verhalen.
Van gemis en verlangen.

Als ze verlaten en verdrietig waren.


Hoe ze zich koesterden. In mijn tastzin.
Hun fluwelen contouren zich nestelden.
In mijn geliefde handpalmen. Alsof ze lagen te zonnen. Prinsessen.

Soms driftig. Dan weer achteloos. Maar altijd een sprookje.





330474

21-09-17

onderdak

... hoe sommigen denken over taal.

Ze zien ze als een instrument. Een middel om ideeën aan anderen bekend te maken. Een nuttig vehikel. Zonder franjes, zonder schoonheid. Klinkt het niet, dan botst het. Zolang iedereen maar begrijpt wat je bedoelt. Dat is het belangrijkste, toch?

Misschien wel wanneer je in een café een koffie bestelt. Maar niet altijd. Jan Jacob Slauerhoff (1898-1936), scheepsarts en dichter, schreef:
"Alleen in mijn gedichten kan ik wonen/ Nooit vond ik ergens anders onderdak."
Voor een wereldreiziger is dat een uitspraak die kan tellen. Wat hij schrijft over gedichten, geldt evengoed voor taal. Zij drukt niet enkel uit wat we willen zeggen, maar ook wie we zijn.
...

Uit ''And the same for the Flemings'. - Rik Torfs

 

                                                            °°°

Afbeeldingsresultaat voor herfstbladeren in bomen
Internet

 ...

Wer jetzt kein Haus hat, baut sich keines mehr.
Wer jetzt allein ist, wird es lange bleiben,
wird wachen, lesen, lange Briefe schreiben
und wird in den Alleen hin und her
unruhig wandern, wenn die Blätter treiben.


dichtte Rilke in zijn Herbsttag ,

want de herfst is de tijd om je terug te trekken en kachels te ontsteken waaromheen je je met geliefden schaart.

 Uit Trouw (Nederlands Dagblad).


                                                            °°°


Nu
het koper van oktober op de loer ligt

in de bomen,
verpopt de zomer.

Tot de herfst.

En schrijf ik je brieven.
Over dromen.
Die nog ongeboren uit mijn jaren vielen.

Te laat de kachel ontstoken. Geen geliefde die het ziet.



PS.
Tijdens de opening van het academiejaar aan de Arteveldehogeschool in Gent
brak VBO-topman Pieter Timmermans een lans voor meer Engels in het hoger onderwijs.
En dus voor minder Nederlands, kan niet anders.

.... hoe sommigen denken over taal. Torfs.


Ik zie de winstmarges in hun ogen. Daar bloeit hun liefde open.
Hun moedertaal.
Van procenten. Venten met een zuurverdiende bonus.
Hoe zij hun moedermelk verloochenen.

En zelfs hun vader zullen ontslaan. Als dit na de komma nog rendeert.
Zij kennen slechts de taal
die hun schimmige balansen spreekt.

330315

 

20-09-17

beginnersgeluk

Theorie

Hij is uit de hoge klimtoren gevallen. Achterover, op de rug. Hij wou nog eens proberen wat hem nog maar twee keer was gelukt. Een halve schroefsprong van de ene balk naar de andere. De derde keer moest de proef op de som zijn, hij wantrouwt beginnersgeluk.

Ik had ‘je bent toch wel voorzichtig?’ gevraagd, toen hij me eerder over zijn hoge kunsten verteld had. Dat had dus niet geholpen.

...

 

 

Veel begin rest er mij niet meer.
Meer einde
dan geluk.

In de verte wacht de eeuwigheid.

Ze lonkt als een overjaarse tippelaarster.
Ik doe mijn ogen dicht.
Voor zoveel niets.


 

 Afbeeldingsresultaat voor oude man schrijft

 

PS.
Terwijl er al zovele woorden rondhossen op schermen en in boeken,
kranten en weekbladen, draag ikzelf, nog bijna elke dag, bij
tot deze visuele pollutie.

God met zijn emmertje naar een zee van woorden.
En scheppen maar: lettertjes om mijn luchtkasteel te schrijven.
Vergeef mij, genadige lezer, mijn onvoorzichtigheid.

 

330207

19-09-17

de reiziger par excellence

 

Wie zich alleen maar thuis voelt in zijn eigen straat is de ware kosmopoliet, de reiziger par excellence. Hem is de gave der verwondering geschonken. Hem is gegeven wat de kenner onthouden wordt: verrassing.

Godfried Bomans

 

 

Afbeeldingsresultaat voor lege straat leuven

Internet - Streetart in Leuven

 

 

Hoe verwonderd ik baad in het alledaagse.
Water is altijd nieuw.
Zo ook de dag. De ochtend en de avond.

Telkens anders. Zoals je hen nog nooit zag.

Het krieken en de schemering.
En wat er tussenin
te wachten staat.

Het niets waarvan je iets mag maken.

Hier in dit huis.
Of in de armen
van een straat.

Wat oud is, maak ik nieuw.





PS.
Zonder verwondering komen we nergens.
De ziekte van deze tijd: vanzelfsprekendheid.
Niets is vanzelfsprekend. Alles is een cadeau.
.


Wakker worden. De trappen die mij dragen.
De frigo die voorbeeldig koelt.
De verwarming die voor mij de temperatuur meet. En aanzwengelt.

En dan is er koffie. Met speculoos.
O, wat een wonder.
En seffens dompel ik me onder. Onder stromend water.

Hoe is het mogelijk dat nog elke dag dit vreedzaam gebeurt.



330076

16-09-17

woord & beeld & sluitertijd

 

Afbeeldingsresultaat voor fotografe

Internet

 

 

In een woord kan veel schuilen. In een beeld zit wat je ziet.

Je glimlacht. Ingehouden. Je weet dat er iemand je steelt.
Met zo'n toverdoos. Die je bewaart.
Het tijdelijke dat eeuwig wordt. Bevroren in een moment.
Of gestold.

Zelf ben ik meer verbeelding dan beeld. Voor jou.

De sluiter van een woord wordt opengehouden door de lezer.
Hij filtert het licht. Of verdonkeremaant de overbelichting.
Een schrijver is eerder een schilder dan een fotograaf.

Die archiveert een moment, een dichter zet het wagenwijd open.

 

 

 

 

PS.
Er staat altijd wat je ziet.
Wat je niet ziet, bestaat niet.

 

329926

 

13-09-17

Hoe

 

 

Hoe ontmantel ik mij.
Kleed ik mijn leed uit.
Laat ik het als een rouwkleed vallen.

Voor de sponde van het bed. Als de nacht mijn weduwe wordt.

Hoe omarm ik de dag.
Ontrafel ik morgen.
Tot een tamme ekster.

Die naar mij luistert.

En sprankeltjes hoop verstopt.
Daar waar ik ze kan vinden.
Alvorens de winter

ze ondersneeuwt. Met wit verdriet.


 

PS.
Ik moet vechten. Met en tegen mezelf.
Of geen enkel uur heeft nog zin.



329547

12-09-17

en dan vind je dit

 

 

Geplaatst: Di 06 Jun 2006, 17:04  

 

 

Bootje verdriet


Ik teken
in het water
rimpels
van een gebroken lach

vaar
met natte vingers
naar jou
en raap de druppels samen

lijm
je tot stukjes
vrouw
en zet je over.

 

 

PS.
En dan ga ik nu troost zoeken bij de stofzuiger.
En de afwas.
En bij Klara en Nolens.

 

https://progressive-audio.lwc.vrtcdn.be/content/2017/04/17/31_Leonard_Nolens_170417200229_20170417200237_ondemand_128.mp3

 

verdriet aan tafel

 

En dochter vertelde nog maar eens haar groot verdriet over de kinderen.
En ik verdronk in die treurigheid.
Want ik kan slecht zwemmen.

En dan is de zondagavond een ruïne. Met een stervend hart en een troosteloos hoofd.
En dan staat daar de nacht te wachten.
Die niet wil slapen.

En dan wordt de maandag wakker. En is zij er.
Om mee te gaan wandelen.
En mee weg te zinken. In mijn verdriet.

Maar het is nu dinsdag.
En ik leer weer zwemmen. Om aan de overkant
van zo'n dag te geraken.

Waarin het verdriet wacht. Op de avond. Om te gaan slapen.

 

 

 

 

PS.
Het zal voor iedereen anders zijn. En mijn woorden geraken niet verder dan mezelf.
Jij zal het anders zien. En voelen.
Zo gaat dat.

Je weet pas echt wat water is, als je verdrinkt.

Maar voor mezelf weet ik dit:
wat zou ik een gelukkig(er) man geweest zijn.
Zonder nageslacht.

Nu ben ik niet meer dan wat wrakhout.
Drijvend op een zee van verdriet.
En nergens land in zicht.

329414

 

08-09-17

liefde & lusten op latten

 

 

Het is hier stil sinds Dinska Musca (mijn huisvlieg) verdwenen is
en Mrs. Jones haar wettelijk verplichte dagen uitzit.
Vakantie. Dat gaat zo in echtelijke verbintenissen.

Daarstraks las ik in de bib een artikel over 'de Lat-relatie'.
De interesse ervoor stijgt steiler dan aandelen op de beurs.
Het rendement blijkt immers aantrekkelijk. En veilig.


Komen en gaan. A la carte. Maar wel apart.


Ik ben te vroeg geboren, dacht ik.
Want deze formule lijkt mij best te passen.
Een trage minnaar op jaren.

L'amour. Prêt-à-porter.

In mijn tijd moest je nog naar de kleermaker. Voor de couture.
Die tastte je af om zeker te zijn dat alles goed zat.

Ook op de gevoelige plaatsen.

Desondanks knelde de plek soms meer dan gewenst.


Maar nu zitten we in de confectietijd.
Inclusief scheuren in de nieuwe jeans.
Wat een profetische metafoor voor de liefde.

Reeds versleten nog voor ze geconsumeerd is.

 



PS.
Misschien zit ik wel mis met die consumptie.
Ik vermoed dat dit eerder right here, right now is.
Voorwaar, ik ben veel te vroeg uit het ei gekropen.

En zeggen dat ik vroeger always too late kwam.


Tussen zonde en lezen


Lezen is geen neutrale bezigheid. Dat bleek weer eens toen ik onlangs terugkwam van vakantie en een collega me grappend vroeg of ik eindelijk de tijd had gevonden om eens geen boeken te lezen. Zelf wilde hij tijdens zijn vakantie wel graag tijd vrijmaken om te lezen, maar het probleem was, vertelde hij, dat hij rusteloos wordt na een halve dag met een boek bij het zwembad, en zich schuldig begint te voelen omdat hij op zijn luie reet zit terwijl er in de buurt zo veel interessants te bezoeken valt.

Mensen voelen zich schuldig omdat ze niet aan lezen toekomen, en als ze dan toch aan het lezen slaan, voelen ze zich alweer schuldig omdat ze niet iets anders aan het doen zijn. Omdat ze, onbewust, lezen associëren met luiheid.

Misschien is lezen wel een anachronistische bezigheid geworden nu we worden geacht goed voor ons lijf te zorgen en veel te sporten, en via de sociale media voortdurend in verbinding horen te staan met tientallen andere mensen. Als je leest, zit je niet alleen stil, je sluit je ook nog eens helemaal af voor je omgeving om je aandacht exclusief te richten op iets waar anderen geen deel aan hebben.
...
Uit: Subversief -
De Standaard der Letteren - vrijdag 8 september 2017

                                                °°°

 

 

Schuld en boete.
Ik ken het fenomeen, ben ermee opgegroeid.
Dat gevoel heeft me nooit verlaten.

Het kleeft aan mijn geweten.

Elke dag moet ik wat nuttigs doen.
Zo niet word ik gestraft.
Met een ontevreden en een malheureus humeur.

En dat nog altijd na die jaren.

Gelukkig wacht er de penitentie na het berouw. Op mij.
Het stof. De afwas. De strijk. Boodschappen en koken.
Valabele boete om mijn luie ledigheid af te kopen. En te vergeven.

Tussen zonde en leven.


 

 

PS.
Zo dadelijk ga ik mijn zonde afspoelen. Onder het warme water.
Vrijdag ben ik nog zondiger dan op andere dagen.
Dan wacht mij de bekoring van De Standaard der Letteren.

Ik laat mij graag verleiden. Door de Muze. Haar lusten en zonden.



328949

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende