24-01-17

Later was een ver land

 

Later was een ver land

 

Vakantie is mij een ontheemd woord.
Een vreemdeling.
Die ik ooit tegenkwam. Ergens.

Toen ik nog aan m'n pen likte.
En over mijn dag kraste.
Als een jongetje.

Knikkers in een gelapte broek.
En langzame weiden
als wiegende zeeën.

Die wij kenden
uit schoolboeken.
En tekenden.

Wolken en een zeilbootje
waarop wij lagen
te dromen. Van later.

Later was een ver land.

 

 

23-06-12

 

 

PS.
Niet ver van hier,
stond enkele minuten geleden, mijn lieve princesse
gespannen op de bus te wachten.

Dat weet ik. Want vorige week, stond ik samen met haar te oefenen.
In het vroege donker.
Zij moest naar school. Van de stad naar het dorp waar zij gevlucht was.

En dus was alles nieuw. En leerde zij de omgekeerde weg. Kennen.

Wij giechelden als pubers. Zij een prachtig gekleurd meisje.
Dat dertien werd.
En ik. Haar grijze opa. Die later al lang gepasseerd was.

En vooral veel vroeger overhield. Om van te houden.

 

23-01-17

Protestanten....

[p. 4]



illustratie

 
 
 

 

[I]

Fladderen,’ vroeg de zwaan aan de vlinder, ‘hoe doe je dat toch? Dat probeer ik nou zo vaak.’

Hij steeg op van de grond aan de oever van de rivier en probeerde te fladderen, maar het leek nergens op.

‘Pas maar op,’ zei de vlinder. ‘Straks stort je nog neer.’

Mistroostig ging de zwaan weer zitten.

‘Ik begrijp er niets van,’ zei hij.

‘En toch is het heel eenvoudig,’ zei de vlinder. Hij fladderde even om de zwaan heen en ging op de top van een grasspriet zitten.

De zwaan liet zijn hoofd in zijn veren zakken en keek somber naar de grond.

‘Je moet eerst je gedachten laten fladderen, zwaan,’ zei de vlinder. ‘Dan pas jezelf.’

De zwaan zweeg. Hij wist niet of hij nu boos zou worden of verdrietig of onverschillig.

...


Uit: Langzaam, zo snel als zij konden(1990) Toon Tellegen  - http://dbnl.org/

                                      ***


Soms zijn er woorden die twijfelen aan zichzelf.
Wellicht erfelijk belast.
Door de schrijver. Die twijfelt alsof het een Kunst is.

Neem nu die zin, in mijn vorig dagboek:
"Mag ik het zo verwoorden.
Dat ik schilder. Vegen verf penseel. Over het canvas."

Zou het woordje op daar niet beter staan,
vroegen de toetsen zich af.
Neen, protesteerden mijn vingers meteen. En gevoelsmatig.

Op is een statisch punt, zoals in het pointillisme. Een gestold accent.
In over glijdt de beweging van het penseel over het doek.
Als een "verfwoord". Een werkwoord.

Zo kan een veeg niet anders dan over het doek schuiven.
Breed en traag als een statige zwaan of sierlijk en scherend als een meeuw.
Alleszins...

Langzaam, zo snel als zij konden...

 

 

 

PS.
Penseel van: ik penseel. De ik is gedropt.
Penseel als schildersgerief. Het kan ook.

Hoe zou u een traan schilderen.
Niet met een punt, hoop ik.

Dat zou slechts een imitatie zijn.

Neen, de traan moet een tracé van treurnis achterlaten. Een veeg verdriet.

PS.
Ik moet u dringend nog eens schrijven over mijn geliefd ampersand.
Het mooiste onder de lettertekens.

 

 

 304107

18:03 Gepost in Dagboek | Tags: toon tellegen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook

22-01-17

Maar laat de barsten onherstelbaar mooi...


Vannacht zaten Bernard Dewulf en Benno Barnard samen op m'n zolder.
De uitvinders keuvelden diepzinnig over wat woorden.
Ik mocht braaf luisteren zonder hun aura te verstoren.

Plots realiseerde ik me tot mijn schaamte dat ik de heren scribenten
niets aangeboden had.
Dewulf wilde slechts wat water, Barnard vroeg 'ne Delftse'. Die ik niet in huis had, zei ik.
Hij insisteerde. Hij is dan ook een Engelse Landjonker die verdwaalde in Vlaanderen.
Maar uit Holland kwam.

Beschroomd vroeg ik Bernard D. of hij zich zijn briefje nog herinnerde
voor mijn verjaardag. Vorig jaar.
Even fronste hij zijn denkend voorhoofd, maar schudde ontkennend.

Ik was lichtjes ontgoocheld. Volgens mij was er een barst in zijn hoofd
waaruit zijn herinneringen weggevlogen waren,
zoals vlinders uit hun cocon.


Tot zover een waargebeurde droom. En nu over naar Freud.

                                                           ...

Lectori salutem,

 

We kunnen beginnen.
Aan het avontuur van onze vingers.

Ik als schrijver. U als lezer.

Vele brieven schreef ik u. In gedachten. Ze kwamen en ze gingen.
En ze bleven wit. Want zonder inkt hebben ze geen leven.
Slechts die ene. De deze, overleefde. Hier en nu.

De bevruchting van een denkbeeld. Na het introïtus.
Zoals herinneringen zich nestelen in de scripta.

En een tweede leven hebben.

Zo zat ik bedeesd en bang voor deze sneeuwwitte vlakte. Een gapende leegte.
Mocht ik deze tabula rasa wel betreden?
Krassen doorheen haar onbevlekte onschuld. Nog zorgeloos.

Zonder woorden.

Hoe moest ik schrijven, wat zou ik schrappen?
Wat mocht er overblijven. En was dat wel voldoende.
En vooral, hoe zou u deze woorden lezen?

Want woorden zijn kwetsbaar. Door interpretatie.
Het lijken soms wel kinderen van een (v)echtscheiding.
Slachtoffers. Van de schriftuur en de lectuur.

U merkt het, dierbare lezer,

ik haper en ik aarzel. Ik adem en ik wacht.
Op het wit tussen de regels.
Alsof de betekenis daar ligt. Duidelijker dan inkt.

Mag ik het zo verwoorden.
Dat ik schilder. Vegen verf penseel. Over het canvas.
U spant het kader rond de kleuren.

En u zegt:
dit is wat het woord mij toont.  Doch ik zal het kneden.

Tot er staat. Wat ik wil lezen.

Ik schrijf de woorden. En u geeft de betekenis.

Zouden we dit kunnen afspreken?
Dat we beiden streven, niet naar Weten'schap in deze woorden,
maar zoeken naar het Vermoeden

en de Troost van Schoonheid.

Ook al vinden we die separaat. En verschillend.
Ik hoor u denken, lezer (m/v),

"zo onduidelijk. Hoe moet ik dit alles begrijpen."

Kunnen we niet trachten
om andere normen en waarden aan te kleven? Dan de exactitude  van een meetbaar getal.

Zou u zich daarin kunnen vinden?

Zoals we de zee en de verte niet begrijpen.
Licht en schaduw.
De bomen en de bloemen.

En de trektocht van een zwaluw. Zou ik zo onduidelijk mogen schrijven?


een gebarsten roerloze schrijver

 
 
 
 
 

PS.
Voorwoord
verpakt in Post Scriptum.
Lees deze woorden alstublieft met een roze bril op, die van La vie en rose.
Weet dat ik weker ben dan boter.
Kwetsbaarder dan een slak. Zonder huisje.

Dit is geen gebod, maar een smeekbede.

Jawel, ik ben waziger dan een bevroren venster.
Maar ik schrijf er ijsbloemen op.
Die ik ontdooi. Eenvoudig door ze te beademen, schrijf ik uw naam.

Lees ook de achterkant van mijn woorden.
Misschien verberg ik me daar wel.
Maar zoek me niet. Lees mij onvindbaar.

Want ik ben veel 'misschien'...  geen axioma. Of ex cathedra. Geen protocol.

Maar wel een craquelé cursiefje.
Gevallen en gebroken.
Misschien kan u me wel lijmen.

Maar laat de barsten onherstelbaar mooi...

 

 

https://www.youtube.com/watch?v=mDTph7mer3I&feature=y...

 
www.youtube.com
LEONARD COHEN: A FINAL INTERVIEW | September 2016| David Remnick from The New Yorker - Duration: 19:47. Joao Miguel Figueiredo Silva 75,492 views

 

303987

 

18:13 Gepost in Dagboek | Tags: leonard cohen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook

20-01-17

Als een ondoordachte vraag





Zij slaapt in mij
zoals een ondoordachte vraag
haar adem baadt door mijn verlangen

zoent de hitte van de zomer
plukt de koelte van een bries
zij lijkt een ansichtkaart

zo verkleedt ze haar gemis

ik leg een komma
aan haar voeten
opdat de jamben trager

zouden vloeien
dan het licht
dat haar bewaakt

als een jaloerse minnaar.

 

 

 

19-01-17

Wiegelied voor oude jongetjes

 

 

 

 

      Wiegelied voor een oud jongetje

 

 

Wieg mij
als een incunabel
in je akte van geloof

druk mij
als een onbeschreven blad
op de verte van je hoop

ooit adem ik
je wakker
als een oud gedicht

over liefde en verlangen.

 

 

 

https://www.youtube.com/watch?v=AkUVfOb__dQ

 
 
www.youtube.com
Elisabeth Schwarzkopf sings "Wiegenlied" op 41 No 1 by Richard Strauss London Symphony Orchestra George Szell, conductor 1969

303697

 

18-01-17

de uitvinder

 

Zijn brieven

 

Dit zijn zijn brieven, ze ruiken naar
oud papier, de inkt is grijs

ja, zo was zijn handschrift, zo zagen
zijn brieven er altijd uit, dit was hij

schrijven is uitvinden wat er in je leeft
op dit papier heeft hij dat geprobeerd

schrijven is lezen, een poging te lezen
wat een ander leest – die ander was ik

...


Uit: 'Een man in de tuin' - Rutger Kopland 
Uitgeverij G.A. van Oorschot, Amsterdam 2004

                                                           ...

" schrijven is uitvinden wat er in je leeft "

 

Lire c'est écrire

 

Laat ik naar mezelf schrijven. Lankmoedig.
Mij lezen en dan zeggen: jij probeert het.
Elke dag. Weerloos. Meermaals moedeloos.

Blijf vinden. Wat je niet zoekt. Jezelf. Een ander.

Alles komt aangespoeld.
Aan de oevers
van je woorden. Dat nest van papier.

Trouvailles. Stop ze weg. Als je ze ooit wil vinden.

 

 

PS.
Ik ben een strandjutter. Ik jat zinnen. Of een woord.
Overboord gevallen.

Van een Kopland.
Dat kabbelende leeslint.

En ik een tuinman. Die letters plant. Woorden om te rooien.
Maar geen jonge sla.

Want daar groeien enkel zijn tranen van.

 

                              ...

 

 

Jonge sla

Alles kan ik verdragen,
het verdorren van bonen,
stervende bloemen, het hoekje
aardappelen, kan ik met droge ogen
zien rooien, daar ben ik
werkelijk hard in.

Maar jonge sla in september,
net geplant, slap nog,
in vochtige bedjes, nee.

------------------------------
uit: Alles op de fiets (1970)

 

 

 

21:16 Gepost in Dagboek | Tags: kopland | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook

De onvoltooide verte






Le temps qui reste


Ik hoor
hoe de avond zwijgt.
Ook het
ruisen van haar stilte.

Die tastbare afwezigheid
voelen mijn vingers. Ongehinderd.
Hoe zij
haar huid te vinden legt.

In de verte van een vermoeden.

 

 

 

PS.
Een oud vers, vind ik. In een herinnering. Van mijn boek, zonder bladen. FB.
Ik luister of de zinnen mij nog horen.
Une phrase qui sait nous entendre.

 

PS.
Mijn oude dagen zijn dochter-dagen.
Van ochtend naar avond.
Over de nacht.

Ik hoor haar slapen. Als ik ze wakker bel.
In het vroege duister. Van de dag. Maar deze ochtend scheen de zon
reeds in haar stem.

En aan de einder, hoorde ik hoop. In haar dwarrelende woorden.

 

17-01-17

un livre heureux

 

 

 
 
www.youtube.com
Invité d'honneur de François Busnel, Daniel Pennac vient évoquer son tout dernier roman, «Ils m'ont menti», premier tome du «Cas Malaussène», publié début ja...

 https://www.youtube.com/watch?v=kShOEYENg6U

 doorschuiven naar 5'

 

 een ongelukkig dagboek

 

Ik heb een moeilijke relatie.
Met Facebook. Ook met mezelf.
En zo kan ik nog wel wat opsommen.

Juist, ook met getallen, bijvoorbeeld.

Neem nu Facebook.
Dat boek verwaarloost mij. Geen duimen of hartjes.
Net of ik niet besta.

Het is een ongelukkig boek, denk ik. Misschien moet ik het wel mijden.

En zo denk ik plots terug aan La Grande Librairie
en de dichter Christian Bobin.
Et sa si belle parole:

Un livre heureux est un livre qui sait nous entendre.

Une phrase qui sait vous entendre.
Zo'n zin wil ik je schrijven.
Maar waar vind ik de woorden.

Want zonder woorden kan een zin niet gelukkig zijn.

 

 

PS.
Twee dagen van groot verdriet. En spanning.
Gisterenavond, een gebroken man.
Dolend in zijn eigen stad. Verdwaald in zichzelf.
En het leven.

Soms wou ik dat ik een hondje was. Met een stamboom.
En een baasje dat me uitliet...

                 ***

 

 ...

Soms scroll ik door Facebook en lijkt het weer alsof iedereen weet waarmee hij of zij bezig is, behalve ik. Natuurlijk is het ook belangrijk om sterk te zijn. Tijdens mijn depressie huilde ik soms uren achter elkaar en wilde ik iedereen omhelzen. Ik dacht dat ik me na jarenlange afstandelijkheid voor iedereen moest openstellen.
‘Nee,’ zei dr. Engel, ‘kwetsbaarheid heeft geen aan-en-uitknop. Het heeft een dimmer, waar je voorzichtig aan kunt draaien. Kies je momenten. Bij een gesprek met je geliefde in bed ben je eerlijk, bij een gesprek met een collega op de kerstborrel zeg je gewoon dat het goed met je gaat.’
Dit realisme hielp me: mijn vriendin en ik ­bleven bij elkaar en gingen samenwonen, mijn knieoperatie dwong me om stil te ­zitten, en de revalidatie leerde me om op dezelfde wijze mijn boek stap voor stap op te bouwen. ...
... Een depressie kent lang niet altijd een positief einde. Bovendien kunnen we helemaal niet overleven zonder verzinsels, dan zouden we geen verhalen meer vertellen of grappen maken – de mooiste onderdelen van het leven. Maar ik denk wel dat zelfinzicht en ontwikkeling altijd pijn met zich meebrengen. En die pijn gaan we te vaak uit de weg.

Uit De Standaard - 17 januari 2017 - Rutger Lemm - schrijver

                                                  ...

303434 

15-01-17

Mag ik dan bij jou...

 

Slaap wel!

 

 

https://www.youtube.com/watch?v=jBDKnFfAwR8

 

 

En dan denk ik aan mijn dochter, die nu weer kan slapen met haar kinderen,

zonder angst...

en aan al die anderen die nog moeten wachten...

 

Slaap wel!

 

 

 

 

Luister goed naar wat ik verzwijg

 

Poëzie


Van mooie poëzie heb ik nooit zo erg gehouden
tenzij je niet merkte dat ze mooi was
zoals snel het licht
dat schampt langs een spoorrail
of de sneeuwvlok die smelt op de straatsteen
maar verder
heb ik van mooie poëzie nooit zo erg gehouden
tenzij ze heel mooi was
zoals toen je op de tramhalte stond
en ik je zag in het voorbijgaan


Uit: Nieuwe herinneringen (2007) Remco Campert

                                                     ...

 

En toen ze voorbij ging
dacht ik dat ze nooit zou sterven

ik hield mijn adem in
terwijl zij lucht en licht werd

lichter dan een sneeuwvlok
maar langer dan de schaduw

van de tijd

die zij verleidde alsof zij
eeuwig was

minutenlang, een uur of zo
tot aan de lente alleszins

en dat zij dan bloeide als geen ander.

 

 

PS.
Ik luisterde zopas naar Remco Campert in Berg en Dal.
Bij Klara. Een beminde.

En hij was een kuchend jongetje.
Van koppig roken.

Maar ook van verzen.
Vers als vrieslucht in een berijpte ochtend.

En dan weet ik dat mijn aandachtige vingers
luistervinken. En zich niet kunnen bedwingen.

Om hun alphabet te ontbloten. Ook op dit late winteruur.


Hier tikt een allenige man.
Die geniet van zijn lege-nest-syndroom.
Een ziekte die hij niet zou willen missen.

                            ...

 

 Luister goed naar wat ik verzwijg   -     Remco Campert

 

 

19:17 Gepost in Dagboek | Tags: remco campert | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook

Soms wou ik dat ze een hondje was...

 

Snoesje, de gesteriliseerde kattin van buren M. & P.,
kijkt hautain en ogenschijnlijk onverschillig toe, hoe buurvrouw K.
voor de zoveelste maal vandaag met Pistache, haar nieuwe liefde,
naar hetzelfde vertrouwde plekje trekt om daar zijn behoefte te laten doen.

Zij draagt de puppy voorzichtig en overbezorgd over het natte gras.
Tot aan de plek, die hij later in zijn (haar, het is een vrouwtje, met dank aan Koning Filip)
aankomend hondenleven mag vinden. Op de geur.

Mijn buren K. & W. zijn welstellende en weldenkende mensen.
Een huis hier, een optrekje ginder en dan nog een buitenverblijf aan onze Noordzee.
Pistache moet het lege nest opvullen, zegt buurman W.
Terwijl hij gulzig ruikt aan een relikwie uit zijn vroeger nest. Pistache, bedoel ik, niet de buurman.

Sommige honden hebben geluk, denk ik.
Terwijl ze wegrijden. Het hondje illegaal vooraan op de schoot.
Van 'de lege nest oma'.

 

Enkele huizen verder woont sedert gisteren mijn haveloze dochter.

Zij is buitensporig lyrisch deze ochtend. Want een nieuwe lente, een nieuw begin.
Maar het gevaar loert al om de hoek.
Op haar terras komt een winterkat haar verleiden.

Verwaarloosden ruiken mekaar. Op afstand.

Gelukkig volgens haar huurcontract,
mag ze niet roken. Geen dieren in huis. Woeste mensen wel.
En ademen is ook toegestaan.

Doch, ik beaam. Allemaal goed voor haar. En haar vertederde gevederte.
Ik weet er alles van. -Als ervaringsdeskundige en autodidact.-
Hoe vlug ze valt. Waar anderen moeiteloos rechtop blijven staan.

Soms wou ik dat ze een hondje was.



 

PS.
Koffiezet en kopjes, suiker en eieren, zetels enzoverder vanochtend al naar ginder gesleurd.
Een ademzucht verwijderd van opa.
Da's wel heel erg dichtbij.   Gelukkig geen zolder deze keer.

Maar daar moet ik wel duur voor betalen. Sponsor van haveloze kinderen.

Gisteren, zelfs met de hulp van politie, amper wat mogen meenemen.
Terwijl daar alles van haar (van opa, feitelijk) is.
Een briesende man met twee gevaarlijke honden, gebarricadeerd in zijn living, 

daar begint zelfs een team politie-agenten niet aan.

Trouwens, dochter mag wettelijk, zonder bevelschrift van Rechter, niets meenemen.
Maar zij heeft nog geluk
dat ze de bedden en het meubilair van de kinderen mag meenemen.

Maandag, met versterking van het politiecorps een nieuwe poging
om nog wat uit de brand te slepen.

 

Ondertussen ben ik zo gelukkig met mijn lege nest. Geen Pistache nodig om mij te redden.

 

 

 

14-01-17

Het helderst herinner ik me niets.

Het helderst herinner ik me niets. Dat is geen boutade. Wie lang genoeg naar vallende sneeuw kijkt, kijkt ook naar een stilte in het hoofd. Een wak in het geheugen.

Sneeuw is domweg bevroren water. Maar zijn hart schittert in een onuitputtelijke symmetrie. Zijn vel is even ijzig als donzig. Zijn val is sprookjesachtig. Zijn ligging is zonder onderscheid, zowel over tuinen, snelwegen, skipistes als vliegvelden.

En altijd valt hij uit de lucht.

Sneeuw valt uit een nergens. Geen nieuws is hem bekend. Geen klimaat heeft hem veranderd. Geen geschiedenis heeft hem aangetast. Altijd lijkt hij als voor het eerst op te dagen. En laat hij vervolgens de wereld even verdwijnen – om haar heel even schitterend te laten verschijnen.

 

Uit: Si & La - Bernard Dewulf - DS - Weekblad

 

 

Want niemand kan mooier vallen

Vandaag dus.
Er ligt meer herinnering op de daken.
Dan sneeuw.

Het vermoeden van vroeger.

Want
het helderst herinner ik me niets. Tenzij
de grote mensen die een sneeuwman willen maken.

Terwijl het jongetje enkel wil kijken.

Niemand kan immers mooier vallen.
Dan de vlokken.
Waarom dan een beeld bouwen.

Tenzij om even voor God te spelen.

Maar wie kan Hem imiteren.
Neen, laat de witte rimpelingen onaangeroerd.
Verzamel je woorden. Vul ze met vlokken.

En schrijf dan met je handen vol: niets.

 

 

 

PS.
Ik schrijf sneeuw. Maar moet me haasten.
Om tien uur staan de heren voor de deur.
Een dierenarts gewapend met een advocaat.

Dochter en ik zullen wachten.
Op de sleutel.

En dan?

Mijn hoofd is kalm. Van de Xanax.
Mijn maag gromt vervaarlijk.
Als een kwaaie hond.

 

 302957

13-01-17

nog even

 

Toen ik de nacht over mijn schouders trok,
dacht ik dat er witte engelen
uit de hemel zouden vallen...

maar deze ochtend bleven de wolken donker
en het gras sliep onbesproken zacht
zonder de witte lakens van een eerste sneeuw...

diep in mij zong Jan de Wilde

alsof hij mijn gemis en verlangen
naar stilte, rust, een helder hoofd
en vrede in mijn hart wou troosten.

Met vroeger en moeder. Die nog eens langskwam.


 

 

PS.
De tempeesten die mij gisteren geselden,
alsof ik een zwalpend bootje was, gingen liggen
als een oude vermoeide dame.

Mrs. Jones had mij een wit pilleken gegeven
dat mij een zalige rust gaf.
Alsof ik in de hemel was.

Raar, dat menselijk lichaam,
na die minuscule Xanax, mijn eerste keer,
werd ik, van blode Jan weer Jan Zonder Vrees,

bizar zo'n onooglijk klein chemisch wonder...

 

https://www.youtube.com/watch?v=C4lb5vlk5gA

 
 
www.youtube.com
Eerste Sneeuw van Jan De Wilde Ik werd heel langzaam wakker, ik wreef m'n ogen uit, ik werd heel langzaam wakker, ik wreef m'n ogen uit, ik kon het niet gelo...

 

 302847

 

http://uvi.skynetblogs.be/archive/2016/01/15/alsof-het-al...

 
uvi.skynetblogs.be
hoe zij tasten naar de vertealsof ginderhet verlangen stopt aan de rand van het gemiswaarin de leegtezichtbaar wordt in ogen die hun...

 

12-01-17

dagboek van de angst

 


Hoe kan ik hem bedwingen. Dat monster van Loch Ness.
De oude man en zijn angst.
Hoe een dochter en haar turbulenties
hem dag en nacht in stormen stort. Van vrees.

Waar kan ik heen?

Ook het bed biedt geen troost.
Noch de radio of de krant.
Overal wordt hij achtervolgd.
Dichters zijn weerloos. Hulpeloos als barricade.

Enkel het getik op dit witte venster vergeet de tijd.

 

 

 

PS.
Ziek van angst voor geweld.
Nog enkele dagen en er is meer duidelijkheid.
Dan zie ik het monster boven komen. De verhuis nadert.

Nu maken gedachten het misschien wel groter dan het is.
Misschien blijft het onzichtbaar. En weg.
Zoals aangekondigde stormen.

Hoe overleven mensen? Hun angsten. Thuis en in de wereld.

Mijn struisvogel is wakker.

Van de pijn.
Ik trek zijn hoofd uit het zand.

PS.
Dochter moet weg. Hoe reageert een agressieve man?
Zaterdag wordt huurcontract getekend. En dan?
Ik kokhals van de angst.

PS.
Haal ik dit hier straks weg? Welke zin heeft dit hier?
Een therapie. Om het in de ogen te zien?
ik denk nu vooral aan partners en ouders die lijden onder stalking
en geweld bij hun kinderen.

 

PS.
De pesterijen zijn al gestart. Hij heeft de (haar) wasmachine al onklaar gemaakt.

 

https://nl.wikipedia.org/wiki/Monster_van_Loch_Ness

 

 302731

11-01-17

de voorbijganger

 

 

Een reactie van mij bij Guido. Een man die weet wat schrijven is. Zelfs over een glimlach.

"Geen gebaar dat mij altijd al meer heeft gefascineerd dan een glimlach. Het lijkt een beweging van niksmendal, zo’n glimlach, maar wat een effect heeft het. Een glimlach doet echt wat het woord belooft: glimmen,...".

 

Uvi

 

“Ik heb dan altijd de neiging om halt te houden en een gesprek te beginnen. Maar ook ik ben lid van de burgercultuur die zegt dat je je medemens niet mag storen, en dan stap ik aarzelend een paar passen door, en dan is het moment verkeken.”

 

Dag Guido,

en dan vergeet je nog de ‘glimwoordjes’. De vuurvliegjes van het alphabet.

Gisteren anderhalf uur gestaan en gesproken (er stond gepraat)
met een onbekende burger. Architect.
Zoals gans zijn familie. Zelfs aangetrouwd.

Getrouwd met de schoonste vrouw van de wereld.
Vierenveertig jaar al. In letters lijkt dat nog langer dan in een getal.
En nog steeds verliefd.

Hoewel hij aan “een ziekte” leed. Hij kon alles slechts ‘zwart-wit’ zien.
Terwijl er zoveel grijs was.
Daarin was zijn vrouw z’n gids. En toeverlaat.

Ik wenste hem al lachend ‘een goede gezondheid’.

 

Kijk, Guido,

als ik mijn moeder was, dan had ik hem angstvallig gemeden.
Maar communicatief ben ik mijn vader.
En sprak hem dus aan. Terwijl we beiden naar hetzelfde gebouw in opbouw keken.

En straffer nog: hij kende mij al. Zei hij. En passant.
En liet me daarna blozen. Als een oud jongetje.
Dat goede punten kreeg van de meester.

Niet twijfelen, Guido!

 

 

 

 

PS.
Moeder zou straten rond gegaan zijn om niemand te moeten groeten.
Zij bleef de schuchtere vrouw van het dorp.
Het liefst in de tuin. Of aan het raam.

Leven vanop afstand. Tenzij binnen de familie dan kon het niet dicht genoeg.

Vader kwam uit de stad. Veertien jaar was hij, toen hij van 'A'
naar de bossen van de Kempen trok. Met zijn ouders.
De eerste 'expats' van die tijd. 1928.

Hij werd nooit een jongen van 'den boerenbuiten'. Hij bleef een stadsmus.

Zodat hij, na zijn pensioen, terug naar zijn wortels wilde.
Maar een veto kreeg. Van moeder.
Er werd een compromis gesloten. Niet naar 'A' maar naar 'de Alma Mater'.

Die stad kende ze nog van "onder den oorlog". Toen zij met mij,
nog wiegend als een bootje in haar schoot, naar de Kapucijnenvoer moest.
Voor bestralingen.

Ik was gepredestineerd. Voor mijn stad. Met haar mooie benen.

 

 

https://guidovanhercke.wordpress.com/

 

 

Alsof



Daar liggen ze dan op kille stenen
de afgestorven bomen
alsof dat de reden van hun bestaan was geweest

weggerukt uit hun groene hemel

om tussen mens en droom
even een verlangen te troosten
dat gemis aan leven

getranscendeerd tot pakjes

die slechts luttele dagen later
op eBay
ongelukkig staan te wezen

wezen van verkeerde wensen.

 


PS.
Ik had vandaag iets over advocaten willen schrijven.
Maar die lenen zich slecht tot poëzie
of andere weerloze dingen van waarde.

Die koene ridders van het Recht denken immers
in komma's en punten, paragrafen en artikels.
Hun hart gebarricadeerd door de wet.

De eigenaar van de huurwoning, die we (dochter + ik)
hebben kunnen bemachtigen, spreekt enkel bij monde van zijn advocaat.
De naam proeft zuur. Naar vroeger.

In mijn dorp woonde er geen enkel. Het was er rustig. Zonder moordenaars.

Ik schrok dan ook, toen in die jaren zestig, ik een man hoorde zeggen:
"mijn advocaat". De kerel leek mij plots gevaarlijk. Alsof zijn hond,
vastgebonden aan een tafelpoot, vervaarlijk lag te grommen.

Toen ik later ze in mijn eigen leven tegenkwam, ik kon niet anders,
verkleedden ze zich eerst. Als in het theater.
Om mij te scheiden van een verloren helft.


PS.
Op het plein liggen zomaar, skeletten van kerstbomen.
Eenzaam te wachten.
Op hun doodskar. O, mijn god, laat hen nog één keer verteerd worden.

Door het vuur.

 

 

302598

10-01-17

de kleine filosofie van een oude struisvogel

 

Zoek niet naar een diepe zin
in wat volgt.
Lees de woorden zoals je naar de mist kijkt. Aan de kust.

En je weet dat daarachter de zee ligt.

Vragen nestelen zich in de mist van twijfel.
Doodgewoon voor mij.
Ik ben immers een geboren twijfelaar.

Twijfel spruit misschien wel voort uit verwondering.
Zien leidt tot vragen.
En dat is denken.

"Cogito ergo sum." En dan pas heeft de twijfel een kans. Dubito.

Ik begeef me op glad ijs. Met deze gedachten.
Ook al vriest het niet meer.
Zolang het metaforen blijven. Kan het.

Pas als het die periferie verlaat, ontstaat het gevaar.

Als woorden zich bekleden
met de schijn van weten.
Want ik ben slechts geschoold in vermoeden.

Ach, ik ben immers ook maar een lezer.

Van wat die kleine hersenen van mij,
mijn adellijke Dupuytren-vingers,
over dit weerloze wit spannen.

Dikwijls laten ze mij achter
met vragen en verwondering.
Wanneer ik lees wat ze schrijven.

Vermoeiend voor een oud jongetje. Dat rust wil. In hart en hoofd.
Maar dat weer aangemaand wordt tot onvoorzichtig leven.
Door de dochter. Zij vertrappelt mijn veilige paadjes die ik opzoek.

En in wezen blijf ik altijd dat bang jongetje. Dat ik nu al ken van onder WO II.

 

 

 


PS.
Terwijl ik deze woorden op de wereld zet, krijg ik een sms van haar.
Of ik aan de eigenaar wil vragen: waar de aansluiting voor wasmachine en
de afloop, zich bevindt.

Zij stelt zich geen vragen of opa-struisvogel, die 1.865 €
al betaald heeft aan Meester advocaat.
Als waarborg. Voor dat stenen nest, waarin ze wil schuilen.

Zij weet.

Terwijl ik elke dag meer bang word.
De eigenaar werkt de huurovereenkomst af
met een advocaat.

Ik denk nu al aan de dag dat ze daar weer gaat vertrekken.
Terwijl ze nog moet verhuizen van een huis. Waar ze weg wil.
Van een (agressief) man.

Met het statuut van bijna ex-vriend.

Maar alle nutsvoorzieningen staan wel op haar naam.
Wat gaat er gebeuren als ginder plots het licht uitgaat.
Enzoverder...

Ik durf er niet aan denken. Cogito ergo dubito.

 

PS.
Dierbare lezer-es, begrijp je een beetje
waarom ik mij afsluit

van de wereld die zich afspeelt op tv, radio en krant.

Ik overleef amper in dit bekrompen epicentrum van mijn 'eigen gezin'.
Vergeef me mijn onverschilligheid
voor het 'Grote Leed'.

Dat is kenmerkend voor oude struisvogels. Zij geraken nog amper tot aan zichzelf.

 

 

 

 302491

08-01-17

Voorschrift

 Afbeeldingsresultaat voor kattenpootjes in sneeuw

 Lois Lorinde.nl! 

 

 

Voorschrift

Alsof je een vlinder of een sneeuwvlok
wilt vangen met onbeholpen handen

Zo voorzichtig
moet je een gedicht lezen

Alsof je het reeds breekt
met de vingers van je ogen

Zo kwetsbaar
je oor over de verzen leggen

Want soms vlucht het reeds
bij het openen van de woorden.

 

 

Op Facebook stuurde mij iemand vandaag een tekst van mij. Zie hierboven.
En toen dacht ik: tiens, het kan ook anders.

 

 

Voorschrift

Alsof je een vlinder of een sneeuwvlok
wilt vangen met onbeholpen woorden

Zo voorzichtig
moet je de liefde lezen

Alsof je haar reeds breekt
met de blikken van je ogen

Zo kwetsbaar
je handen over haar huid leggen

Want soms vlucht ze reeds
bij een zucht van je verlangen.

 

 

 

de waanzin van het detail

 

 

 

En dan is er nog de dichter

 

 

Ach, wat is poëzie

anders dan
het klikklakken van haar hoge hakken
het rouge op haar langzame lippen
en het blauw van haar blikken

als het zomert over het koren

wat anders dan
met twee op de brommer
als pa het niet ziet
en het explosieve verdriet
na het foute sms'je

als de lente door haar haren waait

wat anders dan
de rimpels over samen gespaarde jaren
de reuma en de gewrichten
en het nageslacht bij de taart

als een late herfst in gedichten

en dan daarna
een zachte witte winter
waarin weemoed
nog even haar haren opjaagt
als ze in de deur staat

en zegt: het gaat nog sneeuwen vandaag.

 

27-01-10

 

 

 

PS.
Titel verwijst naar een docu over Sam Dillemans.

PS.
Rouge. Is het een detail op de lippen van een vrouw?
Of een accent op de begeerte.
Dat schilderachtig teken van: ik houd nog van het leven.

En: ik maak me mooi voor jou.

PS.
In de badkamer speelt Bach zijn Goldbergvariaties.
En dan denk ik meteen aan een boek.
Dat ik dan wil strelen. Contrapunt van Anna Enquist.

Maar niet vind. Tussen de torens.

PS.
O, wat is het heerlijk. Dat routineuze ritueel.
Zondagochtend. En tijd om te vergeten.
Te zoeken en niet te vinden.

 

 

302205

 

 

07-01-17

eenzaam ben je nooit alleen

 

 

Op een morgen trok ik zoals steeds de voordeur dicht, met dat verschil dat ik niet naar buiten ging, maar in de gang bleef staan. Ik hoorde mijn moeder meteen opstaan en opgelucht zeggen: ‘Hij is weg.’

Van dan af wist ik het zeker, ik leefde in vijandig gebied. Ik vond warmte buitenshuis. Bij de grootouders van een klasvriend. Bij de scouts en vooral bij mezelf en de zee. Ik leerde alleen zijn. Droomde een volledige menagerie. Mijn bed was een slee getrokken door paarden. En als de paarden niet konden, kwamen de olifanten helpen. Ik was bevriend met een groep dwergen die als het in bed koud was, er kwamen bijliggen. Ik sprak met eksters en kauwen. De duinen op het einde van de straat waren Apachenland waar Old Shatterhand en Winnetou op me wachtten.

Hoe ik ook mijn best deed, de eenzaamheid was vaak een berg. Nog altijd als ik ‘Question’ van Moody Blues hoor, schiet mijn gemoed vol: ‘I’m looking for someone to change my life. I’m looking for a miracle in my life.’ Het mirakel bleef uit. Op mijn vijftiende werd ik zonder enige vorm van overleg naar een internaat in het centrum van Gent verbannen. Weg van mijn luchten, de duinen, mijn zee. Naar mijn vader schreef ik pathetisch: ‘Hij die vleugels breekt, zal zelf nooit meer vliegen.’

Citaat uit: De Panne – Emile Verhaerenlaan - 51°05’48,87’’N | 2°34’07,99’’O

Altijd ergens, altijd iets -



 

Ik ben gehaast. En hongerig. Naar zoveel schoonheid. Schoonheid.
Hier mag een Kapitaal staan. Van kapitaal belang.
Voor Troost. De Genade van Schoonheid.

Hier, op mijn geduldig scherm, ligt ze voor het oprapen. Zoals de sneeuw van deze nacht.
Wacht op kinderen. Hun handen en verwondering.
Verwondering. Ook zonder dàt woord wil en kan ik niet leven.

Ik ben gehaast om u te tippen. Dierbare lezer-es.

Ik weet dat het gevaarlijk is buiten. Om uw botten en benen te breken.
De radio verwittigde mij vanochtend. Hij vroeg me binnen te blijven.
Maar ik wil u buiten.

Als u geen abonnee van De Standaard bent, schuif dan voorzichtig
naar de Krantenwinkel. En koop de Verzameling Falende Helden van Dirk de Wachter.
Voor één weekend gasthoofdredacteur van het Weekblad. Een nummer om te koesteren. Dichtbij.


                          Handleiding voor een wisselvallig leven.


 

 

PS.
Veel, heel veel citaten heb ik uit De Standaard geleend in mijn dagboek.
Dank u wel, Krant. Ik hoop dat ik nu en dan een lezer aanzette om een exemplaar van u te kopen.

Vandaag is dat een noodzaak. Om een beetje verliefd en gelukkig te worden. Of te blijven.
Op beeld en woord.
Hoop en Troost. In uw wisselvallig leven. En dat van mij al evenzeer.

 

 

 

06-01-17

Karl May en Camus

...

Op die leeftijd wil ik al niets liever dan schrijven. Alsof de duivel me op de hielen zit, pen ik stapels brieven en vul ik verhuisdozen met dagboeken, verhalen, gedichten. Schrijven, schrijven, schrijven moet ik, al weet ik niet waarom, of hoe. Ik schrijf alsof ik boetseer. Ik kneed de taal tot mijn polsen pijn doen. Mijn volzinnen moeten glanzen van de pracht en de praal, zinnen met barokke krullen.

Tot ik in het gezicht geslagen word door De vreemdeling. Opeens lees ik een taal die echt schittert. Niet door overdaad maar door een feilloze precisie. Door een waarheid die onuitgesproken is en blijft, maar die ik in mijn lichaam voel trekken. Die achter de woorden brandt. Ik schrijf hele pagina’s van De vreemdeling over in mijn dagboek, traag, om zo lang mogelijk contact met u te hebben.

Achteraf denk ik: daar begon het. Met De vreemdeling begon zich langzaam, intuïtief, een begrip in mij te ontvouwen van wat schrijven is. Of: wat het voor mij is. Hoe ik wil dat het is. En daar ben ik u zo dankbaar voor dat ik deze brief toch post. Ook al is hij ontoereikend.

Want misschien is het genoeg. U leerde mij immers dat we leven in een wereld waarin we nooit daadwerkelijk tot de kern der dingen door kunnen dringen. Of tot elkaar. Maar waarin het het zoeken daarnaar is dat telt.

Citaat uit: Briefgeheim - Een auteur schrijft een brief aan een collega, een personage of een boek.
Inge SchilperoordDe Nederlandse psychologe werd met haar debuutroman ‘Muidhond’ (2015) genomineerd voor verschillende literaire prijzen en bekroond met de Bronzen Uil.

Ze schrijft een brief aan de Franse auteur Albert Camus(1913-1960).
De Standaard der Letteren - vrijdag 6 januari 2017

 

Ik ben het vergeten. Wie las ik toen ik zeventien was?
Galoppeerde ik nog op een mustang over de prairie
naast Winnetou en Old Shatterhand?

Ik betwijfel het.

Deze literaire leegte was wellicht toen reeds een indicatie.
Een schrijver zou ik nooit worden.
Ik hoef maar de symptomen van een bakvis te lezen.

"Ik lig op mijn buik op de grond, in mijn jeans en cowboylaarzen. De vreemdeling voor mij. Als een bezetene sla ik de pagina’s om, ik kan niet ophouden met lezen. Zelfs mijn lichaam is opgewonden. Mijn hart bonst. Mijn huid gloeit. "

Jawel, mijn lichaam werd ook opgewonden en mijn huid gloeide.
Zeker. Doch niet voor 'de vreemdeling' Camus.
Maar voor een meisje. Op de fiets. Of aan de grachtkant.

Ik herinner me het niet precies.

Ach, er waren niet vele plaatsen. Zonder.
En ze was telkens een vleselijke bekoring.
Want ik werd geroepen.

Door Christus, mijn Koning. En Veldheer van weleer.

Velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren.
En enkele jaren later werd ik dan maar 'piot'.
Soldaat milicien in het Belgisch Leger. Verplicht.

Om het Vaderland te dienen. Onbezoldigd. En met gevaar voor eigen leven.
Terwijl nu de Rode Duivels wat achter een balletje aanlopen.
Voor Vaderland en Volk.

En voor hun welgestelde portemonnaie.

 

 302065

 

05-01-17

het genot van dagelijkse sleur

Wat wil een mens? Spanning en adrenaline toch? Wat doet een mens? Altijd weer hetzelfde. En best maar, want daar wordt die mens gelukkig van.

Opstaan op hetzelfde uur, de kinderen aankleden, ze aan school afzetten en zelf naar het werk rijden, op hetzelfde uur ’s avonds eten, in de zetel ploffen om naar tv te kijken en netjes op hetzelfde uur gaan slapen.

Ouders die voltijds werken, kennen dat schema maar al te goed. ‘Het lijkt misschien allemaal bijzonder saai, maar net dankzij routine en structuur blijft er tijd over om leuke dingen te doen’, zegt socioloog Theun Pieter van Tienoven (VUB), die in zijn doctoraatsonderzoek pleit voor een opwaardering van de dagelijkse sleur.

2.700 Belgen tussen de 18 en de 65 jaar hielden voor zijn onderzoek een dagboek bij waarin ze noteerden wanneer ze welke activiteit uitoefenden. Daaruit blijkt dat onze dagen er in een werkweek gemiddeld voor veertig procent hetzelfde uitzien.

Een gedachte waar de meesten onder ons van huiveren. Want routine, dat is dagelijkse sleur. ‘Routine is bijna synoniem geworden met saai’, zegt Van Tienoven. ‘We vertellen onze vrienden niet wat we als ontbijt hebben gegeten of in welke file we hebben gestaan, maar wel over onze laatste vakantie. Door die focus op het speciale, bestempelen we routine als iets negatiefs. Maar dat plaatst ons voor een paradox: we willen zo weinig mogelijk routine, terwijl we niet zonder kunnen.’ 

Uit: Lang leve de dagelijkse sleur. - Van onze redacteur

 ...

Evenwicht bewaren. Ooit moest ik dat studeren.
Met mijn lichaam. Op een balk. Een deel van het examen in Zweeds turnen.
Later werd het een langdurige oefening. Met mijn hoofd.

Niet mijn beste vak, vrees ik. In mijn leven.

Dagen als vakantie brengen mij uit m'n evenwicht.
Mijn vingers en hun woorden.
Ze groeien niet in wisselende en benarde omstandigheden.

Mijn dochter organiseert weer te veel afwisseling in mijn ondermaans bestaan.
Zij brengt het ritueel van mijn saaie leven in gevaar.
Ik wankel door de dagen.

Woorden haperen. En dit witte blad blijft leeg. En ongeschonden.

 

 

 

 

PS.
Ze moet weer weg. Uit dat huis waar ze dacht dat het geluk op haar zat te wachten.
Nu vlooit ze al maanden stiekem de 'immoweb-sites' uit.
Die hun sporen achterlaten op internet. En dat is gevaarlijk.

Opa wordt moe van het zoeken. En het afgewezen worden.

Wie wil er nu een alleenstaande mama in z'n huis. Met drie pubers dan nog.
En zonder het inkomen van een middelmatige voetballer.
Ik begrijp ze best de investeerders die genieten van hun stenen rente.

O, mijn god, moge de saaie sleur weer spoedig over mij neerdalen.

 

PS.
Zouden ze het woord nog kennen: 'hoofdarbeider'?
Ik heb het menig keer ingevuld op het zoveelste formulier.

 

 

 301909

02-01-17

brief

Het is al veel te laat voor dit oud jongetje. Maar om één of andere reden, tikte ik mijn lievelingswoord "brief" in de zoekfunctie. Een zacht woord nog even voor het slapen gaan.
Boven kirt mijn kleindochter. Dolgelukkig. Zopas stond opa toe dat haar vriendin blijft slapen.
Meisjes bij meisjes.

Wanneer ik door de stad wandel, word ik gelukkig en bedroefd, bij het zien van de uitgelaten pubers.
Blij om hun vriendschap, wat verdrietig omdat ik vrees dat mijn nageslacht te weinig dit heerlijke bakvisgevoel kan uiten. En ervan genieten.

Vriendschap, bestaat er een mooier woord.
En dan bedoel ik niet dat woordje op FB, verdampt tot een getal.


Neen, tastbaar dichtbij. Op een kamer. Of in de stad. Dat gulzig gegiechel.
Die niemandalletjes. Over alles en nog wat. In mijn tijd vooral gebabbel. Van mond tot mond.
Nu zit er zo'n mobiel ding tussen hen.

Boven is het niet stil. Opa gaat slapen en zal zo dadelijk de juffers verzoeken om in de living te genieten
van elkaars nabijheid.

Deze brief schreef ik aan jou, late lezer of vroege vogel.
Ik wou dat het brieven sneeuwde vannacht.

 


301684



 

01-01-17

gesprek tussen een oud en een nieuw jaar

 

- 16- je liet me achter

- 17- ik kon niet anders

- 16- lege plekken schonk je mij, meer dan ik liefhad

- 17- laat het herinneringen wezen

- 16- je leeft niet enkel van vroeger

- 17- geef mij dan hoop voor morgen

- 16- ik zal je missen

- 17- ach, zo word je heimwee en weemoed

- 16- een jaar is kort, tu sais

- 17- jawel, ik weet het, ik ben voorbij voor ik het zal beseffen

- 16- vandaag is de belangrijkste dag in je leven, vergeet dat niet

- 17- dank je, het ga je goed ginder nu je bent uitgeteld

- 16- ach, alles gaat voorbij, behalve het verleden...

 

 

 

PS.
Alsof de wereld zou veranderen. Op één dag.
Dat willen we.
En toch, was ik altijd bang. Bij de jaarwende.

Werd het oorlog, vielen de Banken weer om in Wall Street
en werd het nog eens 1929. En Zwarte Donderdag.

Na zo'n zwartgallige gedachten, kon het enkel nog maar meevallen.
Je nam als het ware je dividend van de angst op.

 

...

 

Poëzie dient namelijk nergens toe, en dat is op zich al een verdienste. Deze wereld wordt verpest door zijn utilitarisme, als iets niet meteen winstgevend is, deugt het niet. Dus leve het nutteloze. Waartoe dient een wandeling door het bos? Hoeveel is dat waard? Wat mag zo'n bos kosten? Hoeveel kost stilte?

Bij dit soort vragen denk ik altijd aan het gedicht "Ziekenbezoek" van Judith Herzberg:

Mijn vader had een uur lang zitten zwijgen bij mijn bed.
Toen hij zijn hoed had opgezet
zei ik, nou, dit gesprek
is makkelijk te resumeren.
Nee, zei hij, nee, toch niet,
je moet het maar eens proberen.

Ik zei dus: precies de nutteloosheid van poëzie is een protest tegen al wat in deze wereld aan de orde is. Dit is een maatschappij van hebben. Poëzie hoort tot het rijk van het zijn. Eigenlijk zeg ik dit achteraf. Als ik het toen gezegd had, was ik een goeie leraar geweest. Het was wat ik ongeveer had kunnen zeggen, had ik niet met de mond vol tanden gestaan. Hoe langer ik sindsdien echter over die vraag gedacht heb, hoe minder dom ik ze ging vinden, maar hoe onvollediger mijn antwoord erop.

Poëzie dient namelijk wèl ergens toe.

Uit: Over de troost van pessimisme - Herman de Coninck

 

 

 

vrede & voorspoed

 

 

 

Nog 364 witte pagina's te gaan

tenzij op een dag

het blad zal haperen...

 

 

 

Vrede  &  voorspoed,  

het klinkt archaïsch in deze streken.

We kijken naar Aleppo als naar Star Wars. Science fiction.

 

En toch...

 

 

Gezondheid, een dak boven je hoofd, een bed en eten.

Een beetje verliefd en gelukkig,

dat wens ik jou en al je geliefden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

31-12-16

een lege plek

foto van Annabelle Stampaert.

 

 Annabelle Stampaert

 

 

Een lege plek

Er zijn vele soorten.
Die van gemis.
En die van verlangen.

Aan tafel.
En in bed.
Bij het opstaan. En het slapen gaan.

Maar het meeste
lege nog.
Daar tussenin.

 

 

 

PS.
Als een poes over een pas besneeuwd tuinpad
zoek ik mijn weg, doorheen haar sluitertijd.

Ik toets een beeld aan woorden.

Zijn ze compatibel? Of lopen ze mekaar in de weg.

 

 

301353

30-12-16

mourir d'aimer

foto van Annabelle Stampaert.

 
 


En als ze nu eens
van elkaar hielden.
Als licht en schaduw.

Hun gemis en verlangen. Wachtend op de wind.

Zodat het gordijn hen kon strelen.
Met een zucht uit het zuiden.
Een briesje tederheid.

Op hun huid van vroeger. Toen ze nog een geliefde droegen.

 

 

 

PS.
Lire c'est écrire. Het geldt ook voor kijken.
Naar een beeld. Een schilderij.

De fotografe Annabelle Stampaert schrijft verhalen à la Dewulf.
De kleine wereld die de 'Groten' niet zien of onverschillig laat.
Oorlogsfotografie dat is voor helden die hun leven riskeren.

Verslaafd aan het shot.

Terwijl de kleine dagen aan hun aandacht voorbijgaan.
Keukenpoëzie durft de grote kleine Rector het al eens noemen.
Zo'n gedicht over tulpen op een tafel. Of het heimwee van twee lege zetels.

Ach, voor minder dan oorlog, het spectaculaire leed
of de fotogenieke dood,
halen ze hun pen of camera niet uit het etui of foedraal.

 

 

https://www.youtube.com/watch?v=4LgWn7-H1-8

 
 
www.youtube.com
Romy Schneider - Mourir d'aimer (Charles Aznavour) MOURIR D'AIMER Les parois de ma vie sont lisses Je m'y accroche mais je glisse Lentement vers ma destinée ...

 

 

29-12-16

beeld & verbeelding

foto van Annabelle Stampaert.

 

 

 

http://www.annabellestampaert.be/kerstfeest

 

 

 

Fotograferen is schrijven.

Schrijven dat leerden we al in het eerste leerjaar.

Van letters woorden maken
en ze dan aan mekaar plakken tot zinnen.

En, o mijn god, plots staat daar een verhaal.

De mens schrijft al verhalen sinds zijn vroeg bestaan.
Was het niet tegen een rotswand, dan maar met zijn vingers in het zand.
Steeds hetzelfde verhaal, maar altijd anders.

Hetzelfde pakje, met telkens een andere verpakking.

Stijl onderscheidt ons van mekaar. Het overige is techniek.
En dikwijls ballast.
Eerder een last, dan een lust (voor het oog).

Hier aan tafel
ontstaat een verhaal. Een reflectie.
Tussentijds.

Het bevriezen van een werkwoord.

Het aankleden van een droom.
De droom die iemand ons wil laten zien.

Liefde is een werkwoord.

Nog voor je hem ving
in de sluitertijd.
Had je hem al geschreven.

Met je ogen. Toe.

Terwijl je dikwijls dacht
dat “le moment décisif”
nog moest komen.

Maar het momentum was volop aan de gang.

En waarom?
In dàt beeld leeft de verwachting nog.

Gisteren en morgen.

Dit schrijf ik hier zomaar neer. Een reflectie.
Zonder bezinning.
Een beeld boeit mij pas wanneer het verbeelding projecteert.

Aanmoedigt en bevrijdt van het kader.
Niet de herinnering is belangrijk.
Maar de weemoed.

Van handen. Aan een tafel.

 

 

 

Foto met toelating van Annabelle Stampaert.
Schrijfster van hedendaagse sprookjes.
Voor grote kinderen. Zo zie ik dat toch.

 

 

 

 

zoeken naar Nolens

 

 

Retie, vrijdag 2 november 1990

Omdat er schijnbaar nooit iets ophefmakends in je leven gebeurt
en je dagen bestaan uit dagdromen en herinneringen, grijpt ieder
vandaag terug naar de dagdromen en herinneringen van gisteren.
En hoe dichter het definitieve 'morgen' jou nadert, hoe meer je leven
de vormen zal hebben aangenomen van herinneringen aan herinneringen
en van dagdromen over dagdromen, en hoe dichter, dikker en ondoorzichtiger
de massa onbestaan zal zijn, die je scheidt van het enige
werkelijk  beslissende en ophefmakende feit van je bestaan: je geboorte.
En heel dat proces is dan wat dichters en filosofen durven te noemen:
de ver-wezen-lijking, de essentialisering!

Uit 'Dagboek van een dichter' - Leonard Nolens.

 

 

http://uvi.skynetblogs.be/apps/search/?s=troost

 
uvi.skynetblogs.be
Jongetje kijkt naar buiten. En naar binnen. Tussen gisteren en morgen.

 

 

Edegem, donderdag 23 maart 1989

Meer dan ooit zijn wij zoals de oude Grieken verslaafd
en verkocht aan de sfeer van het tussenmenselijke,
de intersubjectiviteit, en danken wij ons bestaan aan
onze door anderen en door de media opgemerkte aanwezigheid.
...
Niemand is nog in staat voldoende kracht te putten
uit zichzelf; iedereen moet het hebben van
de aandacht die de anderen, nu vandaag,
zo snel mogelijk, schenken aan zijn persoon en werk.
...
Voor de Helleen was er geen leven na dit leven.
Hij wilde vandaag geroemd worden.
Met dat roemen stond of viel zijn bestaan.

Uit 'Dagboek van een dichter' - pag. 325 - Leonard Nolens.

 

 

 

 

27-12-16

de rare dichter en de verwonderde filosoof

Afbeeldingsresultaat

 

Foto internet

In zijn inleiding spreekt Pfeijffer zich uit voor ‘avontuurlijke’ poëzie: hij selecteerde het liefst gedichten die ‘raar’ zijn, die ‘de natuurlijke hang naar muzikaliteit met verve exploiteren’, die iets zeggen ‘zoals het nooit eerder is gezegd’. Dat gaat ten koste van ‘welluidend gepolijste kleinoden van geraffineerde mooisprekers’, maar vooral van ‘verstilde observaties die ten onrechte voor poëtisch doorgaan’.
Niet voor niets nam Pfeijffer van zichzelf een gedicht op waarin hij afrekent met de zogenaamde ‘verwonderingspoëtica’:
‘Wie nu nog durft te schrijven, heeft de dure plicht/ iets méér te leveren dan een zesmingedicht/ dat met verwondering naar de ontroering kijkt’.
In de praktijk betekent Pfeijffers afkeer van verstilde observaties dat een veelvuldig bekroond dichter als Judith Herzberg uit de boot valt.

Ilja Leonard Pfeijffer (samenstelling) 
De Nederlandse poëzie van de twintigste en de eenentwintigste eeuw in 1000 en enige gedichten.
Prometheus, 1.434 blz., 29,95 €.

Uit: De Standaard der Letteren - vrijdag 23 december 2016

                                                                     ...


I. Verwondering en kennis
1.
In een boek met als titel ‘Inleiding tot de wijsbegeerte’ zou een paragraaf met de volgende inhoud kunnen worden aangetroffen.
‘Volgens Plato is de verwondering het begin van de filosofie. Verwondering over de veranderlijkheid van de dingen bracht hem ertoe het bestaan van eeuwige, onvergankelijke en transcendente ideeën aan te nemen.
Deze ideeën begronden het zijn en het kennen van de dingen op aarde. Als de mens naar de dingen kijkt, wordt in hem de herinnering wakker aan de ideeën, die de ziel voor haar vereniging met het lichaam heeft aanschouwd’.
Zo'n zin zou ook in een beknopte geschiedenis van de wijsbegeerte gelezen kunnen worden.
De verwondering neemt een essentiële plaats in de wijsbegeerte in, niet alleen als begin, maar ook als beginsel en fundament, waarop alles rust.
...

[p. 50]
Verwondering is alleen mogelijk vanuit een geborgenheid en als het gevoel van geborgenheid kinderlijk is, kunnen we ook zeggen dat de verwondering iets kinderlijks heeft. Dat kinderlijke is dan niet het kinderlijke van wie een kind is gebleven; het is veeleer het kinderlijke van wie een kind is geworden. Het kinderlijke is geen rudiment, maar een verworvenheid, misschien de belangrijkste. En inzoverre het kinderlijke een verworvenheid is, kan ook de gave van de verwondering worden verworven en een inleiding tot de verwondering zinvol zijn.

Citaat uit:
Inleiding tot de verwondering - Cornelis Verhoeven
Ambo, Utrecht 1967 © 2007 dbnl / Cornelis Verhoeven

 

Het wonder
van de verwondering.
Niet iedereen behoudt deze gave.

Ongeschonden.

Velen verliezen deze genade
onderweg
naar Status en Kapitaal

de consolidatie van het bestaan. Voor de Grote Mensen.


Slechts zonderlingen
bezitters
van ontroerende goederen

zoals de wind en de wolken

de dromen van bomen
het wiegen van weiden en koren
en het kabbelen van de dagen

blijven de gratie bewaren van weerloze waarden.

 

 


PS.
Ik moet toegeven dat ik niet meteen warm werd van de luide breedsprakigheid
van de jonge Pfeijffer in zijn Sturm- und Drangperiode.
Tot ik zijn GIRO GIRO TONDO las
en hij mij verwonderde. Zelfs ontroerde. Tegen zijn wil in, wellicht.

Ik zal niet investeren in de Bloemlezing van zijn 'rare' gedichten.
Inclusief zijn afrekening van verwondering en ontroering.
Het zal hem niets schelen.

 

 

 300832

 

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende