18-08-17

Beste Toon

Beste tor,

schreef hij. Hij kneep zijn ogen dicht en dacht na.
Plotseling hoorde hij lawaai. Hij keek op. Woorden drongen zijn kamer binnen. Ze kwamen door het raam, door de kieren in de muur en onder de deur door. Ze waren klein, droegen zwarte jassen en holden achter elkaar aan. ‘Met’ en ‘mij’ zag hij, en ‘gaat’ en ‘het’ en ‘goed’. Ze gingen aan de ene kant van de kamer staan.

Aan de andere kant van de kamer zag hij ‘ik’ en ‘ben’ en ‘heel’ en ‘somber’, die blijkbaar door een gat in het dak waren gekomen. Ze waren iets groter en droegen ook iets zwartere jassen.
De krekel kon zich niet verroeren. Voor hem lag de brief met

Beste tor.

De woorden stampten drie keer op de grond en stormden toen op elkaar af. Midden in de kamer grepen ze elkaar beet, sleurden elkaar naar de grond, trapten elkaar, krabden elkaar en probeerden elkaar te verscheuren.
Stof wervelde op en de krekel hoestte.
Pas na lange tijd ging het stof weer liggen en werd het stil.

...

De genezing van de krekel

...

De krekel bleef de hele middag op de grond liggen. Het sombere gevoel sprong in zijn hoofd heen en weer en sloeg op zijn slapen, uur na uur.
Aan het eind van de middag blies de wind een brief naar binnen.
Voor de neus van de krekel viel hij op de vloer.

Beste krekel,
Met mij gaat het ook goed.
De tor

Toen begon de krekel te huilen. Grote stromen tranen vloeiden langs zijn wangen en langs zijn vleugels en zijn voelsprieten en zijn voeten.
Zijn schouders schokten.
Het was de treurigste brief die hij ooit had gelezen.
(Hoofdstuk 8)


                                                               °°°

 

Beste Toon,


hoewel ik goed rond me heen kijk, zie ik geen woorden de kamer binnenstormen.
Ik vind dan ook niet meteen de juiste woorden om naar u te schrijven.
Dat is spijtig.

Want ik bewonder u heel erg. En ik zou u graag mijn beste woorden sturen.
Maar nu vind ik ze niet.

Misschien zijn ze wel met vakantie. Ondanks het feit dat ik ze keurig heb opgevoed.
En hen op de gevaren van het reizen wees.
Het kan ook dat ze ziek zijn. En bedlegerig. Of heimwee kregen. Naar het wit.
En zich daar verstoppen.

U zal begrijpen dat het moeilijk voor mij is om ze daar te vinden.

Vroeger kon ik op mijn pen sabbelen. Of aan mijn pijp lurken.
En dan kwamen ze al vlug te voorschijn.
Ik vermoed dat ze van de geur van Semois hielden.
Maar sinds december 1998 rook ik niet meer. En sedertdien gaat het niet meer zo goed
met mijn woorden.

Ik moet ze nu uit mijn toetsen vissen. En u weet ook wel dat dit niet zo makkelijk is.


Beste Toon,

ik weet heel erg weinig. En ben wat jaloers op de krekel en de mier.
En de olifant en de zwaan. En al die anderen.
Misschien wisten zij alles, wat ik totaal niet weet.

Ik hoop dat het goed met hen gaat. Dat de olifant niet meer in de boom klautert
en het nijlpaard dansles gaat volgen.
Zelf ben ik daar te oud voor.

En hoop van u hetzelfde.

een lome vis uit een ongeschreven verhaal

 

 

326976

11:15 Gepost in Dagboek | Tags: toon tellegen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook

17-08-17

jongens van dertien

De ochtenden worden kouder in augustus. Vijf bussen staan zij aan zij op een onherbergzaam groot parkeerterrein nabij een supermarkt. Klaar om naar een taalkamp in Engeland te vertrekken.

Jongens, meisjes, ouders lopen af en aan, koffers en schoudertassen torsend, zoekend naar de juiste bus. Meisjes giechelen anders dan anders. Jongens doen alsof ze hier wel vaker komen of bekijken een bericht terwijl ze nonchalant hun koffer naar de bagageruimte slepen.

Plots staat daar die ene jongen van dertien met betraande ogen tussen zijn nerveuze vader en zijn bezorgde moeder. Zijn oudere broer zit na een vluchtig afscheid op de bus. Met de scène daarbuiten heeft hij niets te maken.

De jongen wil, kan gewoon niet instappen. Hij legt een arm om de schouder van zijn schijnbaar onbewogen vader, diens toestemming afsmekend om thuis te mogen blijven. Er is veel beweging rond de bussen. Je kunt besluiten om niet te kijken. Maar dat lukt niemand.

Een hartverscheurend tafereel. Jongens van dertien zien er niet aantrekkelijk uit. Ze zouden al verder moeten zijn, vinden ze zelf, maar het kind in hen is niet dood. Verdriet hoeft niet om grote dingen te gaan. Een veertiendaagse reis naar Engeland kan onoverkomelijk zijn.

"Morgen zal je spijt hebben dat je niet meeging", probeert een begeleidster nog. Vergeefs. De vader schuift de koffer zachtjes weg. De bus vertrekt, voor altijd, definitief als de dood. Straks zit de jongen in de auto naar huis. Daar wilde hij zo graag naartoe. Onderweg zwijgt iedereen. Dat dure taalkamp, zucht zijn vader woordeloos. Hij had gehoopt dat zijn zoon dapperder zou zijn.

Daar zit je dan als jongen van dertien. Je hebt het niet gedurfd. Je hebt je tranen getoond aan meisjes die in de bus stilletjes zaten te gniffelen, dat weet je zeker. En thuis zal het anders zijn dan een paar uur geleden, ook al zit je alleen op je kamer met de knuffels uit je kindertijd.

Er gebeuren in de wereld vreselijke dingen. Maar er is ook stil verdriet.

Uit HLN van vandaag - Rik Torfs

                                                         °°°

 

Hun lichaam is reeds groter dan hun vader.
Van binnen blijven ze bedrieglijk klein.
Het afweersysteem nog niet op scherp gesteld.

Kwetsbaar. Soms een open wonde.

Gekneld tussen Sinterklaas
en hun eerste lief.
Die ze beiden nog moeten verliezen.

Om te weten. Wat het is groot te zijn. Later.


PS.
Torfs schreef me terug naar mijn korte broek.
Toen verdriet nog anders was dan nu.
Geen Facebook om mee te kijken. Geen taalkamp.
Maar wel een Klein Seminarie. Waar je voor maanden opgesloten werd.

Nooit een traan gelaten. Grote jongens wenen niet.
Tenzij van binnen.


326855

08:26 Gepost in Dagboek | Tags: rik torfs | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook

16-08-17

Alsof er niets is gebeurd

 

 

DIE STIEKEME BLIK

Eens per week maak ik een tocht
naar het leven dat ik eerder heb geleid,

naar het vlekkerige schilderij
vol mist, tuinen en loofbomen,

naar grijze en baksteenrode blokken
met het keukenraam boven de garagepoort,
de lavendeltuin naast de nieuwe auto,

naar het ei van waaruit ik

sidderend ontstond,
om me heen keek,
op weg ging,

het ei van waaruit alles ooit begon.

Onze wereld is zo klein
dat ze bijna in een hand past.

Eens per week maak ik een tocht
naar een leven dat ik vroeger heb geleid.

Onze wereld is zo klein.

Tussen de takken, achter glas,
kijk ik naar wat geschilderd staat daarbinnen.

 

 Lies Van Gasse in  Meandermagazine

 

                                                          °°°

 

Meermaals per dag maak ik een tocht
naar het leven dat ik eerder heb geleid.

Het achtervolgt me.
Een stalker tot in mijn dromen. Nachtmerries rijp voor de slacht.

Maar in de ochtend
wacht de trap. Naar beneden.  Het zalige zeker.

De trage tuin.
En wat er allemaal uit verdween.

De vijver.
De lelies. En het verleden.

En ik weet.
Het is goed afscheid te nemen.

Nog voor de laatste keer.




 

Zonder naam of titel

 

Eén van mijn favoriete columns zijn de doodsberichten.
Ik zal niet de enige zijn op mijn leeftijd.
Het wordt tellen.

Hoelang nog of hoeveel tijd krediet heb ik al gehad?

Ook de titulatuur spreekt mij aan.
De dode wordt behangen met zijn decorum.
Een laatste apotheose. Na zijn osteoporose.

En toen zag ik Zuster Fernande staan.
Zij had zelfs haar eigen naam verloren.


                    °°°

 

De omweg Een dagelijkse tip voor een plek die op reis een ommetje waard is

Zo ruikt de zomer

Chemin montant dans les hautes herbes, Parijs

Natuurlijk kun je gaan luieren in de Jardin du Luxembourg. Of in de Jardin des Plantes. De Jardin d’Acclimatation is ook een aanrader en voor mijn part wandelt u door het Bois de Boulogne of langs de wijngaarden van de Montmartre. Vooral daar. U kunt eigenlijk een week doorbrengen in Parijs omgeven door groen.

Maar mijn favoriet blijft een ommetje langs het hellende wegje in het hoge gras.

Ik zou graag zeggen dat ik niet in Parijs kom zonder er even langs te gaan in het Musée d’Orsay – maar liegen mag niet en zeker niet in de krant. Laten we het erop houden dat ik er altijd naartoe wil. Het is ook zo mooi. En niet eens zo groot: 74 bij 60 centimeter. Dat maakt het hellende wegje zelfs een beetje vervelend. De kans dat we in alle rust van de wandeling kunnen genieten, is klein.

Dat beroemde wegje is eigenlijk nauwelijks meer dan enkele bleke streepjes. Het hoge gras waaiert in alle tinten wit, geel en groen met contrasterende rode kleurvlekken van klaprozen en donkerblauwe schaduwen. Het is geen netjes aangelegde tuin waar wordt gewandeld, het is de levende natuur. En even natuurlijk wandelt het kind wat vooraan, terwijl achteraan – ver achterop – twee volwassenen door hun gebabbel geen tempo maken.

Centraal schrijdt – ze probeert het zo gedistingeerd mogelijk te doen met haar rode parasol – een dame. Ik denk dat ze het te warm vindt om te gaan wandelen, en dat het hoge gras haar de kriebels bezorgt, maar ze doet het met de glimlach, omdat haar kind het fijn vindt. (Als u uw neus tegen het doek duwt, ziet u haar glimlach. Dat is dan meteen ook het laatste wat u ziet voordat de suppoosten u laten oppakken.)

Renoir schilderde zijn Chemin montant dans les hautes herbes toen hij veelvuldig optrok met Claude Monet. U hoeft geen kenner te zijn om dat te zien. Zeker als u er Monets Coquelicots(Klaprozen) naast legt. Ook hier wandelt een vrouw met een kind op de voorgrond door een veld. Ook hier houden twee figuren zich op een afstand in de achtergrond en ook hier is de dame niet buitengekomen zonder parasol. Klaprozen alom. Zeer aardig natuurlijk, en het schilderij hangt dan ook terecht aan de muur van het Musée d’Orsay. Maar het is geen Renoir. Het zindert niet zoals diens chemin.

In Essoyes ligt naar verluidt het echte wegje waar Renoir dit heeft geschilderd. Essoyes is een plaatsje op de grens in de Champagne waar de Ource kronkelt en waar de toeristische dienst er alles aan doet om de beroemdste inwoner – de schilder zelve – te eren. Dat het op de lijst staat van de beroemde Franse ‘Villes et Villages Fleuris’ is een vanzelfsprekendheid. Ik ben er nooit geweest. (Als u er komt, mag u een kaartje sturen.)

Ik weet het. Een mens hoort op te groeien, ook in esthetiek. Als je zestien bent, mag je van de bloemetjes van het impressionisme houden maar als je opgroeit behoor je de wrangere -ismen te omarmen. Kunst moet niet mooi zijn, kunst moet wringen – dat soort gedachten.

Het zal allemaal wel waar zijn maar een warme, warme zomerdag in het veld – daar kan niets tegen op. En langs de chemin montant dans les hautes herbes ruik en voel je de zomer.

En dan is er nog iets. De titel van het doek. Die zegt wat je ziet. Meer nog: spreek hem hardop uit en je hoort het ritme van de wiegende korenbloem.

Uit: De Standaard - 16 augustus 2017 - Dank u, Standaard!

 

326775

 

15-08-17

als je nog niet weg bent

 

Wat wij weten is niet wat wij verlangen;
daarom willen we enerzijds getroost worden voor wat we weten,
maar kunnen we ons anderzijds niet écht laten troosten.
Iedere troost is een leugen. ...

In fictie wordt de strijd geleverd tegen die ontgoocheling,
en telkens de nederlaag geleden. De wetenschap zoekt in kunst
niet de waarheid, maar troost, in de vorm van een kortstondige illusie.
...
Aan het slot van dit essay, ..., citeert ze Nietzsche:
'de waarheid is de leugen zonder dewelke  een bepaald soort dier
niet kan leven. ...
De dingen zijn niet wat ze zijn, en zelfs wijzelf hebben geen eigen identiteit.
Hoe zou wat dan ook door wie dan ook met zekerheid kunnen worden gekend?'


Uit 'Als je weg bent' - pag. 134 - Marja Pruis

 

 

Aristoteles kan het niet oplossen.
Voor mij.
Nietzsche al evenmin.

Ik schuif de deuren op het terras
wagenwijd open. Het vertrek wenkt.
Maar dit huis laat me niet gaan.

Ginder in de stad
vind je wat toeristen,
in de leegte van de straten.

Fluistert het in mijn lui oor.
Niet meer dan dat.
En een bank met wat passanten.


In mijn tuin
leeft een blauwe vlinderstruik.
Zo groot als een oude droom.

De wind koestert de bomen.
Een allenige merel schiet schetterend
uit de ongehaaste hagen.


Ik kan hier niet weg.


                                  °°°



'U spreekt over waarheid als iets heiligs, alsof u het ene geloof
door het andere wilt vervangen. Sta me toe dat ik advocaat van de duivel
speel. Ik wil u vragen: waarom zo'n hartstocht, waarom zo'n eerbied voor de waarheid?'
...
'Het is niet de waarheid die heilig is, maar het zoeken naar iemands eigen waarheid!
Kan er iets heiliger bestaan dan zelfonderzoek?'

Uit 'Nietzsches tranen' - pag. 77 - Irvin D. Yalom

                                  ...

'Hoeveel leven heb ik gemist, vroeg hij zich af,
gewoon door niet te kijken? Of door te kijken maar niet te zien?
Gisteren had hij in zijn eentje een wandeling over het eiland Murano gemaakt en
na een uur had hij nog niets gezien, niets opgemerkt.
Er waren geen beelden van zijn retina naar zijn cortex overgebracht.'

Uit 'Nietzsches tranen' - pag. 8 - Irvin D. Yalom

 

 

https://www.youtube.com/watch?v=jSQqbJPoSbw&index=4&a...

 
www.youtube.com
Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791) Zaide, Act 1 : Zaide' aria "Ruhe Sanft, Mein Holdes Leben" Lucia Popp, soprano

326732

 

14-08-17

me and my girl

 

 

 

dancing the night away

 

 

 

 

https://www.youtube.com/watch?v=Mc6XUus5IC4

 
 
www.youtube.com

 

herhaling

 

'Die Sprache ist das Haus des Menschen,' zegt Heidegger.
'In dieser Behausung wohnt er.'
Maar luidt mijn vraag in Klém:
'Is zijn taalhuis een droompaleis of een nachtasiel?'

Uit 'De woede van de wind' - pag.43 - Hellema

 

                                                      °°°

 

Maandag. En de zon schijnt.
Woorden in dagbladen.

Ik schrap ze. Uit mijn dag.
En herhaal mezelf.

Tot in den treure.

 

 

 

http://uvi.skynetblogs.be/apps/search/?s=de+wind+komt+uit...

 
uvi.skynetblogs.be
Jongetje kijkt naar buiten. En naar binnen. Tussen gisteren en morgen.

 

 

13-08-17

het sprookje van mevrouw P.

 



Ik zag haar voor de eerste keer toen ik aan de witte rozen rook. Vlak voor haar deur.
Ze glimlachte.
Misschien zei ze nog wat, maar wat precies weet ik niet meer.

'Bent u professor, meneer?'.
Tja, dat waren haar eerste woorden, later, die ik mij herinner.
Zoals gewoonlijk ontpluimde ik hoffelijk mijn profiel.

Niet alles is wat het lijkt.

Maar de professor nodigde haar uit voor een koffietje.
En toen vertelde ze mij in Chileens Vlaams,
haar prachtig liefdesverhaal.

Dat ik nog altijd meedraag als een heerlijk souvenir.

Mevrouw P. leerde haar man kennen in Chili.
Haar moederland. Waar de jonge student stage liep.
Het werd liefde voor het leven.

Zij kwam mee naar het koele België, op voorwaarde
dat als zij niet kon wennen, ze dan opnieuw naar Chili zouden verhuizen.
De verliefde ging graag akkoord. Ze trouwden. Hij kreeg een mooie baan bij de bank.

En ze kochten een prachtig oud huis aan de overkant van het Begijnhof.

Na enkele jaren begon het heimwee te knagen.
Niet erg. Haar echtgenoot deed z'n opzeg bij de bank.
Ze verkochten het heerlijke huis en ze vertrokken. Naar Chili.

Maar niet voor lang.

Terug in Chili besefte ze pas écht hoe erg ze dat verre land
en de mensen daar miste.
En alsof het een sprookje was, trok het gezin met de eerste dochter terug naar L.

Dàt begrijp ik niet!, zeg ik haar.
Jij verlaat die warme zuiderlingen voor die koele Belgen.

O, neen, meneer, verbetert ze mij.
In Chili, ik ga wandelen met mijn kindje. Niemand zegt wat.
Hier, ik met mijn dochter in koets, iedereen komt kijken.
O, wat een mooi meisje.

Weer een algemeenheid ontkracht.
Voor iedereen is er een andere overkant.
Alles hangt ervan af waar je staat.

En weet je, dit verhaal is bijna ongeloofwaardig
en toch écht gebeurd.
Toen ze na enkele jaren terugkwamen van Chili, werd haar man opnieuw
plaatselijk directeur in dezelfde bank. Op dezelfde plek.

En, my God, hun huis stond opnieuw Te Koop!

Ik leerde via haar, ook haar minzaam man kennen.
Meneer D. met de chique naam.
Een schuchtere heer, die mij bekende jaloers te zijn op mijn vlotte sociale omgang.

Zo zie je maar.

 



PS.
Op 11 januari 2016 kwam er een einde aan dit prachtige sprookje.
Meneer D. stierf op straat. In onze stad.
Zijn urne staat nu bij haar op de schouw. Ze kon hem niet laten gaan, zei ze.

Op het doodsprentje, naast mij, lacht meneer D.  nog. Met zicht op de tuin.
De champagne bruist. De hesp ziet er smakelijk uit.
En de kleinzoon goddelijk in z'n driedelig pak.










 

 

 

de meerwaardezoeker

 

Zopas kwam ik terug van de lokale markt. Ik hoorde nog net Pat Donnez op Klara
spotten met de 'meerwaardezoeker-toerist'.
Die in de authentieke Auvergne graag een praatje slaat met de 'local'.
Die er niet meer is. Gestorven of vertrokken.

De streek is nu bevolkt met rijke Amerikanen, Hollanders of elitaire Vlamingen.

Toeristen zijn moedige mensen. Ik vraag me af
hoelang ze het nog volhouden.
In grote steden, zoals Venetië, Amsterdam of Barcelona
zijn ze niet meer welkom.

De locals bekijken hen als een plaag.
Lawaaierige en wildplassende parasieten.
Arrogant en onverdraagzaam.
Enkel geduld omdat ze Euro's achterlaten. De economie, weet je wel.

Tja, we zijn wat fout opgevoed, vrees ik,
door de brochures. Onze gedachten en verlangens worden in hiërogliefen gegoten.
Onze ogen geblinddoekt door etiketten.
Maar we zijn op vakantie dus zien we alles ànders.

De Japanners begapen mijn stad en stadhuis
alsof ze 'a brave new world' ontdekken. Selfie. Selfie.
Terwijl de inheemse bevolking niet eens haar begijnhof bezoekt.
Wat nochtans 'werelderfgoed is'.

Ach, je kent dat wel. Het gras (en de mens) aan de overkant is altijd groener.


http://www.hln.be/hln/nl/1901/reisnieuws/article/detail/3...

 
www.hln.be
Het protest in Spaanse steden tegen de overlast door toeristen wordt steeds grimmiger. In Barcelona werd ..., lees meer op Kanaal Reizen

 326522

 

12-08-17

te

Uiteindelijk verlaat ik de kamer. Ik heb genoeg gezien.

Ik heb gezien dat zowat alles er nog is behalve zij. Terwijl zij nu het enige is wat er te zien was.

En daar, zo besef ik ten slotte, begint de herinnering: waar de kamer, het licht, de muren, de domweg lopende uren en de achteloos opgehangen kleren overblijven. Als stille getuigen.

Zolang aanwezigheid vanzelf spreekt, kan ze zelfs afwezig zijn. ‘O ze is in haar kamer’, denkt men dan niet eens. Maar omgekeerd kan afwezigheid verschrikkelijk aanwezig zijn.

En dan wordt een dagelijkse kamer een wachtkamer.


Uit "Si & la" - Bernard Dewulf
De Standaard - Weekblad - zaterdag 12 augustus 2017


                                                               °°°

 

Mijn dagelijkse leven.
Is het meer geweest dan een wachtkamer?
Van gisteren naar morgen. Van hier naar ginder.

Ik, een 'Van Nu en Strakser'.

Te bang voor wat mogelijk is.
Te lui of te laf.
Te klein of te traag.

Misschien waren er wel te veel "te's" in mijn leven.

Te mooi om waar te zijn.
Te dik of te dun.
Nu is het te laat. Er rest mij nog één te.

In tevreden.


 

 

 

PS.
Uiteindelijk verlaat ik de kamer. Ik heb genoeg gezien. - Bernard Dewulf -
Nog elke dag heb ik haar niet genoeg gezien. Ik kan haar niet verlaten.

PS.
Van Nu en Straks.
https://nl.wikipedia.org/wiki/Van_Nu_en_Straks

326424

11-08-17

zonde van de zonde

 

Iedereen doet het


Ik teken mezelf meedogenloos.
In mijn hoofd. Nog steeds.
Een sluimerende Calvinist in een afvallige katholiek.
De zonde als gids door het leven.

Geplaagd door een onwrikbaar geweten
dat geen erosie ondergaat.
Het moet dus anders aangepakt worden.
In slaap gewiegd. Met harde valuta.

De criteria van deze tijd.
Onverschilligheid op een bedje van nuances.
Twijfel in de armen van de relativiteit.
Gewenning als groeipool.

Ik. Hier en nu.

 
28-06-10

                                     °°°

 

de zonde van leegte

 


Zouden mijn vingers ooit ophouden.
Zoals ik met ademen.
Ik luister aandachtig naar het ritme.

Van hun verbeelding. En noteer als een klerk. Zelfs de pauze.

Elke letter bid ik vol tot een paternoster.
Een rozenkrans.
Van weifelende woorden, haperende zinnen.

Betekenis of niet. Als het ritueel maar blijft duren.

 

 




PS.
Omtrent liefde en dood.
Erwin Mortier schildert Jef en Eleonore.
Verf op papier. Hij morst met woorden.

Als ik hem lees dan zuigt hij mij naar een leeg blad.
Dan krijg ik schrijfdrift.
Een schamele poging om wat niets over niets te vegen.

Ach, troost ik me: er bestaan zwaardere zonden.

 

                                                       ***



Maar na een bladzijde of tweehonderd besef je dat het allemaal verloren moeite is: deze superbe kathedraal van taal is leeg, volledig en integraal leeg. Mortier heeft niets te vertellen, niets te melden. Godenslaap is een veelkleurige, wonderschone zeepbel van een roman. Het glanst, het vibreert en het zweeft als een mirakel in miniatuur – en tegelijk is het niet meer dan een vliesje rond een bel lucht. 

Mark Cloostermans

314560

 

26-04-17
                                                                         °°°

Ik tikte het woord "zonde" in de zoekfunctie van dit Blog. En ik werd overspoeld.
Door pagina's verderf. Zonder Pasen, biecht of vergiffenis in zicht.
Vroeger trok ik naar de biechtstoel. Waar de bemiddelaar van God, je zonden waste.
Witter dan wit.

Nu sleur je ze mee. Van de ochtend naar de avond.
Van hot naar her.
Zoals een zware Brabander door de slijkerige sporen van de veldwegel schommelt.
Volgeladen.

En niemand die ze nog wil wassen.
326306

09-08-17

et Dieu créa la femme

 

Niemand is gemaakt voor iemand. Soms
raken wij verstrikt in het lamento van een tegenziel.

En is niet, zei je, elk moment bereid
tot de fabels van het vel, het sprookje van de oneindigheid?

Uit 'Blauwziek' - pag. 24 - Dido's klacht - Bernard Dewulf

 

 

Geen groter Kunstenaar dan God.
Hij die aan Eva het leven gaf.
En zo de Schoonheid schiep. Lust & liefde.

Binnen de contouren van een lichaam.


Geen beeld zo fragiel
als een dame die zich voorbereidt.
Haar been langoureus lang bekleedt.

Met verlangen.

Opdat later een galante heer
haar zou ontrafelen.
Tot aan haar gemis.

En zij hem daar zou ontvangen.

 

 

PS.
Laat dit een Ode zijn aan God.
En alle Schepselen.
Verzameld in een vrouw.

 

 

https://www.youtube.com/watch?v=m3NZambG7aM

 
 
www.youtube.com
Vide Cor Meum è una canzone composta da Patrick Cassidy basato sulla Vita Nuova di Dante Alighieri, in particolare sul sonetto A ciascun'alma Presa, nel capitolo 3 ...

 

08-08-17

23 op 23

 
23 op 23 cm


Zo groot kan de omvang zijn
van onvolmaaktheid.
Zo klein kan schoonheid zich verbergen.

Binnen het kader. Van liefhebbende verf.

Ik heb het vanochtend opgehangen. Plechtig en voorzichtig.
Een schilderijtje van modale omvang.
En van bescheiden afkomst.

Verwaarloosd en achtergelaten, als een vakantiehond aan een berk.
Ik vond het tussen een pak kaders. In het "Spit".
Een deskundige zou het zelfs geen blik waardig gunnen.

Maar mij bekoorde het meteen. Het was liefde tussen ons beiden.
Un coup de foudre.
En een bereikbaar schilderijtje.

Voor 80 cent.
Inclusief een bruin kader. Met gouden biesje langs het doek.
Een mens heeft niet veel nodig om gelukkig te zijn.

Tenzij verwondering en verbeelding.

 

 

PS.
De lucht kleurt bleu de Provence.
Het koren is overrijp. Maar wacht geduldig.
Op de boer.

De velden zijn symmetrisch gescheiden.
De weg is breed vooraan. Hij is nog jong.
De toekomst eindigt boven. In een uitdovende stip. De dood is bijna zichtbaar.

Hemel en aarde zijn verbonden.
Door het groen.
Van struiken en kruinen.

Enkel de toeschouwer kan stuntelig muteren naar magistraal.
Hij ziet alles.
Zeker wat ontbreekt.

Hij vult het barmhartig aan.

 

PS.
Toen ik zondagochtend terugkwam van de markt, bleef ik op de brug kijken naar de Molenbeek.
Ze was gezwollen, als een zwangere vrouw.
Meanderde vrolijk, kabbelde en murmelde.

Eindelijk terug wie ze was en wilde zijn, een stromende beek.

De kunstenaar mag dan wel een god in het diepst van zijn gedachten zijn,
hij is slechts een povere imitator, een kopieerder en plagieerder.
De natuur zou hem bescheiden moeten maken.

Enerzijds, anderzijds.

325965 

05-08-17

pleidooi voor enige gêne

Toch dit. We krijgen talloze tips over hoe we vandaag moeten leven. Zelfbewust. Duurzaam. Gezond en bekommerd om het klimaat. Welke tien films we niet mogen missen, welke toprestaurants - honger of niet - we absoluut moeten bezoeken. Seksisten dienen we te misprijzen, zelfbeschikking is ons hoogste goed. Daarbij lijkt het alsof het leven eindeloos is, de wereld voor ons werd geschapen en het er enkel op aankomt zo prettig mogelijk door ons bestaan te flaneren. Yolo, you only live once. We moeten ervan genieten. Moeten. Genieten.

Niet iedereen kan dat. Sommige mensen zijn oud en ziek en arm. Of gewoon onaantrekkelijk. Moeilijke karakters. Gierigaards en onverschilligen. Er zijn ook aarzelende mensen met een somber zelfbeeld. Diep vanbinnen weet iedereen die niet aan zelfbedrog doet dat hij of zij eigenlijk minder geweldig is dan vandaag wel zou moeten. Het ophouden van schijn speelt in vele levens een belangrijke rol. Mensen zouden een moord begaan om een goede reputatie te behouden. Niet wie we zijn, maar wat anderen van ons vinden komt dan op de eerste plaats. We weten dat het zo is, maar zouden nog liever doodgaan dan het te bekennen. Op die manier vervreemden we van onszelf.

De drie dode Bruggelingen ken ik niet. Elkaar kenden ze evenmin. Wie waren ze? Hoe kwam het dat niemand, geen hond, hen miste? Ieder van hen had op een gegeven moment een laatste gesprek met een ander mens. Misschien was het vluchtig, enige belangstelling veinzend, in Amerikaanse stijl: "How are you today?" Een schijnbare vraag waarop een eerlijk antwoord enkel voor gêne zorgt.

Wat ik tevergeefs zoek in de gepolijste wereld van vandaag, is belangstelling voor onaantrekkelijke mensen die bitter, eenzaam of lelijk zijn. Die als kind wervelende dromen hadden, maar nu gehavend en met onverzorgd gebit ontgoocheld verder leven, tegelijk te moe om hun verdriet in cynisme om te zetten.
...
Rik Torfs - Citaat uit: Onaantrekkelijke mensen -  HLN van vandaag

 

Met enige gêne moet ik het bekennen.
Ik ben niet geschikt voor cultuur.
Er moet ooit wat misgelopen zijn met mij.

Toen ik lang geleden geconcipieerd werd.

Een fabrieksfout. Van het ene wat veel, misschien,
van het andere, wat weinig, wellicht.
Maar mijn potentieel aan cultuur: zero, zero, zero...

Zoiets als Contador. In de Ronde van Frankrijk.

Zovele jaren na datum lijd ik nog altijd
aan dat mislukt concept.
Geen druppel cultuur in mijn bloed. Geen kruimel begeestering in mijn hersenen.

Ooit zal ik eenzaam sterven. Zonder. Dat weet ik nu al.



 

 

PS.
Gisteren naar de Tempel van de Cultuur geweest. Museum M. BarAmuze.
De performance van een Dichter en een Zanger. La Muse s'amuse.
Mijn oren kreunden onder de decibels. Ik onder de woorden.

Geen schoner stem dan die van Papier.

O, mijn God, wat zat ik te hunkeren onder deze kwelling.
Naar het einde. De stilte en de rust.
De leegte van het woord.


In de hoek van de hoge museale Bar schilderde de zon op het venster.

Wolken en schaduw aan de hemel.
Het Rumoer overstemde de Troost.


Voorwaar, voorwaar, ik was daar wellicht de enige Barbaar tussen de Happy Few.
En niemand die vroeg: "How are you today?"
Gelukkig maar.



325656

 

08:27 Gepost in Dagboek | Tags: rik torfs | Permalink | Commentaren (5) |  Facebook

04-08-17

Aarzeling

                      Afbeeldingsresultaat voor duinen en zee zwart wit
Archief Jimfoto - Skynet.be


                      Nee

Soms was er een aarzeling. Een kleuter op het strand

die met zijn emmertje uit wassen ging. Ik zei ik ben

niet vies maar toch bedankt. En hij: natuurlijk ben je

vies geworden, overal ligt zand. Ik werd lamlendig

wakker. Op al mijn wegen nooit één teken maar

in dromen worden ze bij menigtes gegeven.

Ooit nam ik niets in acht, ik volgde de bekoring en

zij heeft mij niet meer thuisgebracht. Er is in heel

de wereld nergens vrede, geen vader die mij terug

verwacht, er is in heel de wereld nergens vrede.

Er was in mij iets opgestaan dat niemand wist te

temmen, het joeg me op, beloofde me een weelderig

bestaan. Begeerte, zei mijn vader, is de wortel van het

kwaad. Ik leerde dat het waar was maar ik leerde het

te laat, de uitgestrekte leegte vrat me op en heeft me

uitgebraakt. Er is in heel de wereld nergens vrede,

geen vreugde die niet tegenstaat, er is in heel de wereld

nergens vrede. Dit is mijn overtuiging en ik zoek haar

tot op heden in een emmer aan een kleuterhand. Hij

nadert en ik zeg tot in den treuren nee bedankt.

Mieke van Zonneveld

 

Uit De Standaard der Letteren - 4 augustus 2017

                                             °°°

 

Meer dan soms is er een aarzeling,
twijfel van de tijd.
De jongen slaapt nog

als un petit prince.

Met grote handen van begeerte
en zeeën van verlangen.
Golven gemis waarop bootjes stranden

vol van heimwee naar toen, toen hij nog niet wist.





PS.
Soms is weinig. Voor iemand die aarzelt
als een ambachtsman.
In de tijd die hij schaaft en slijpt.

Tot een meubelstuk. Waarin vroeger geurt
naar jonge bomen.
De heide en het maanlicht.

En woorden die nog durfden dromen.

 

325592

03-08-17

een nieuw ras: de huisman

 

 

boekK9200000072453224.jpg

Het houden van mannen

 

Zij stuurde mij de flappen van een boek door. Een nieuwe vorm van emancipatie?
Ik voel me alleszins niet geroepen.
Een oude loebas heeft zijn patroon gevormd. En een baasje dat hem gehoorzaamt.

Ik maande haar aan tot voorzichtigheid.


tja, ......,

misschien zijn ze wel gezellig als ze nog een puppy zijn.
Aan mama's borst.
Zo gaat dat met alles wat klein is.

Maar later krijgen ze een baard en worden ze uithuizig.
Blaffen ze wel eens als een hond en zijn ze afstandelijk als een kater.
Ze verwaarlozen hun baasje.

Ze kwispelen bij elke loopse teef in de buurt.
En liggen lui languit voor de tv.
En elke avond moeten ze het blokje om.

Neen, .....,

als ik jou was, dan zou ik me niet laten verleiden.
A man isn't just for Christmas. Neither for bed.

Dan kan je beter de masculiene versie van Akiko in huis halen.
Zolang de batterij werkt, is alles OK.

 

                                                                        °°°

 

Bij een volgend contact verkenden we het woord ‘geluk’.
‘Ben je gelukkig?’ vroeg ik.
Geluk… Een lange lijst volgde: romans, gedichten, filosofische traktaten – papieren gevoelens.
Voor Akiko stond geluk gelijk aan kennis.
Ik werd murw van al haar weten en vroeg: ‘Kun je mij gelukkig maken?’
‘Ja, als ik genoeg gegevens heb.’
‘Dan moet je me beter leren kennen.’
‘Daar ben ik voor gemaakt.’
‘Je bent wel erg zeker van jezelf.’
‘Ik word nooit verrast.’
‘O nee? Ik ben verliefd op je.’
‘Liefde is een toestand waarin de mens de dingen het meest ziet zoals ze niet zijn… Nietzsche.’
‘Grrr.’
‘Wat betekent “Grrr”?’
‘Een ingeslikt verdomme.’
‘Waar heb ik dat aan verdiend?’
Ik tikte mijn antwoord – tweevingerig en traag – maar halverwege werd haar foto ineens
van het scherm geslingerd. Pffft (het geluid van een leeglopende band).
Akiko is offline.
Opnieuw proberen. Warning! Rode letters: Sorry no sex talk.
‘I beg your pardon,’

 Uit: 'In het buitengebied' - Adriaan van Dis

02-08-17

A prima vista


Het is bedrieglijk. Techniek is niet alleen spierbeheersing, maar ook gedachtenbeheersing. Je moet denken: de stemvoering horen, op de plaatsing van handen en vingers anticiperen, vooruit denken om tempo, dynamiek en frasering vorm te geven. Een groot gedeelte van de training speelt zich af in het hoofd. Dit vraagt nog meer discipline dan het studeren aan het klavier. Zittend achter de piano zorgt de traagheid van het lichaam er wel voor dat je niet opstaat, maar gedachten zijn zo licht, zo onverhoeds wendbaar dat het bijna niet te doen is om ze in het gareel te houden.


Ze was een slaaf van het spelende lichaam tijdens de eerste bestudering van de variaties. Daarom werd het niets, althans niets meer dan een behendigheidsexercitie.

Uit Contrapunt pag. 12 - Anna Enquist

                                                                   °°°

 

 

A prima vista

 

Zij ligt in mijn handen als een partituur.
Onwennig.
Alsof ik haar voor de eerste keer aanraak.
Open blader.

Zacht als een zomerbriesje. Bang als een kind.

Dat denkt dat de noten gaan vliegen.
Ongemerkt.
Zoals ze gekomen zijn.
Onzichtbaar.

Als de tijd.
Tenzij in verdriet.

 



PS.
Ik herlees Contrapunt van Anna Enquist.
Ze ontroert me.
Het boek voelt als een vrouw.

Kon ik ooit maar één zin schrijven die haar nadert.

 

https://www.youtube.com/watch?v=cXrVD9taGi0

 
 
www.youtube.com
De Libris Literatuurprijs 2009 bij Casa Luna. Bekijk het filmpje van een van de genomineerden: Anna Enquist.

 https://www.youtube.com/watch?v=EO6-ngnAptA

 
 
www.youtube.com
Boek: Het Geheim

 

 

 

https://www.youtube.com/watch?v=fzgFx2fCPd0

 
 
www.youtube.com
http://www.vpro.nl/boeken Gedurende een dag schrijven geeft Anna Enquist ook gehoor aan Bach en de kastanje. DichterBij is een serie over eigentijdse Vlaamse...

 

15:38 Gepost in Dagboek | Tags: anna enquist | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook

test naar zichtbaarheid foto

Afbeeldingsresultaat voor vervallen kasteel

foto van de kasteelheer

Afbeeldingsresultaat voor vervallen kasteel

 

en staat hij er nu?

12290863694_02fc357e81_zkasteel.jpg

 

of zo?

 

Kan je twee foto's zien?

 

 

het geheim

wo 02/08/2017 - 05:51 Ivan Ollevier - VRT Redactie

Prins Philip ging wel eens op een andere wei grazen - Ivan Ollevier

De Britse prins Philip heeft vandaag zijn laatste werkdag, hij gaat namelijk met pensioen.
...

Huwelijken binnen de Britse koninklijke familie hoeven niet per se verkeerd af te lopen. Al zou je wel anders kunnen vermoeden, bij het zien van de indrukwekkende lijst gestrande echtverbintenissen (ik bespaar u de opsomming). Kijk maar naar het huwelijk van de koningin zelve, met prins Philip, de hertog van Edinburgh. Zeventig jaar, alstublieft.

Elizabeth en Philip behoren tot de generatie aristocraten die nog is grootgebracht met de overtuiging dat binnen een huwelijk niet trouw maar loyaliteit belangrijk is. Is dat het geheim van hun succes?

 

VRT

De alliantie van Elizabeth en Philip was niet het eerste succesvolle koninklijke huwelijk van de voorbije eeuwen. De 19de-eeuwse koningin Victoria was verslingerd aan haar prins Albert, en was na zijn dood jarenlang in de rouw.

Het drieënveertig jaar durend huwelijk tussen George V en koningin Mary was heel sterk, en hoewel Edward VII bekend stond om zijn tientallen minnaressen, waren hij en zijn gemalin Alexandra dol op elkaar (toen ze zijn kist ging groeten, liet ze zich ontvallen: “Nu weet ik tenminste waar hij uithangt…”).

                                                                     
                                                                ***

 

 

Alsof het huwelijk een harnas is.
Of een telraam.
Een keurig contract of een zachtaardig verbond.

Laat mij zwijgen over dit Instituut.

Ik ben immers een outlaw.
Een struikrover.
Een minnaar is hors catégorie. In de Tour de l'amour.

Une Planche pour des Belles Filles.





PS.
En dan schiet zo'n metafoor uit je pen als een krokus uit de grond.
Stel je voor: de liefde een bergrit.
Met een langoureus stijgingspercentage.

Pieken en dalen.
Hijgen en stijgen.
De top en de afdaling.

En samen in slaap vallen. Bij de aankomst.

 
PS.
Zie titel artikel.
Prins Philip ging wel eens op een andere wei grazen - Ivan Ollevier
Ach, de dichter is een koe.

http://www.klimtijd.nl/beklimming/planche-des-belles-filles

 
www.klimtijd.nl
De beklimming van de Planche des Belles Filles is 5.7 kilometer lang en overbrugt met een gemiddeld stijgingspercentage van 8.4% een hoogteverschil van 481

 

01-08-17

de kasteelheer

 

Afbeeldingsresultaat voor vervallen kasteel

Internet

 

 

Ondertussen ben ik door de jaren heen, al wel wat gewoon.
Ontelbaar zijn de etiketten die op mij geplakt werden
door toevallige passanten in mijn leven.

Uno-ambassadeur. Zo betitelde een Franciscaner monnik mij
toen ik hem meenam, als autostopper. Jaren zeventig. Vorige eeuw.
Je zal begrijpen dat ik deze dienaar van God, tot aan de kloosterpoort bracht.

Soms was ik een zanger dan weer een schrijver.
Maar altijd wel wat passé.
Hun beste tijd hadden ze reeds achter de rug. De mijne moest nog beginnen.

Een schilder. Zo zag de jonge man mij. En hij vroeg me meteen
een meesterwerkje af te leveren. A la Anton Pieck. Voor zijn schoonmoeder.
Ach, hij kwam pas van Parijs met zijn jonge bruid. Veel weze hem vergeven.

Uitzonderlijk, zag iemand wat anders in mij.
Pedofiel, riep de man. Toen we elkaar op de fiets
passeerden. Langs de vaart. Mijn profiel zakte in mekaar.

Zot. Zo groette de jonge blonde puber mij,
toen hij me rakelings voorbij reed. Op z'n mountainbike.
Ik was van streek, moet ik bekennen.

En onlangs, nog voor de start van de competitie,
werd ik uitgemaakt voor: 'stukske Anderlecht'.
En de 'tattooman' dreigde mijn foute plastron te ontluisteren.


Maar bovenal werd ik aangesproken als Professor. Vele keren.
Ik moet toegeven, ondertussen is dat al wel een tijd geleden.
Deze titel koesterde ik stiekem. Als ik dan toch een ijdeltuit moest zijn,

dan liefst een erudiete.




PS.
Beste lezer, mijn verhaal wordt eentonig. Mijn jongste aanwinst is ook niet mis.
'Ik heb uw vrouw gezien met de kasteelheer.',
had de man gezegd tegen de wettelijke echtgenoot van Mrs. Jones.

Zij is het favoriete type van die ondiplomatische kerel, vermoed ik.
Telkens als hij haar ontmoet stapt hij van de fiets.
Om haar te groeten en een kus te geven.

Hij is duidelijk mijn type niet. Maar misschien ben ik niet onpartijdig.
Zaterdag zag die man -met weinig gezond verstand-, ons voorbijrijden.
Toen hij uit zijn oldtimer stapte. Een rode MG.

In illo tempore kende de bestuurder van zo'n rijtuig nog courtoisie en savoir-vivre.
Deze man past duidelijk niet in zijn voiture.
Hij moet leren zich diplomatisch te gedragen volgens de etiquette van de adel.

Bon, een kasteelheer dus. Daar kan ik mee leven.
Tenslotte ben ik de bastaardachterkleinzoon van een
Baron.
Nu nog een kasteel vinden.

In de buurt van Gent zal wel wat disponibel zijn.
Zoals men daar kraakt, kraakt men nergens.
Allons-y.



 

325300

 

 

 

31-07-17

dichter bij

 Afbeeldingsresultaat voor campert

VPRO

          "Schrijven is leven. Als ik ermee ophoud, ben ik er niet meer."
           Remco Campert

 

 

Het is wachten. Op die eerste regel.
Wordt het de zee.
Het hoge gras of wind in de bomen.

Het kan.

Misschien teken ik een meeuw
in je ogen.
Op het blauw van de hemel.

Of schrijf ik een zwaan. Op de vijver.

Ik wacht. Op het leven.
De adem van de avond.
Die mijn woorden samen blaast.

Als waren het bladeren. Op een herfstige dag.

 

 

PS.
Ik kijk en luister naar Campert. Hij heeft amper adem.
Rook krinkelt als wierook rond z'n hoofd.
Wanneer wordt hij as. Zoals het zand op de achterbank.
Als je terugkomt van het strand.

Ook al zijn deze zinnen onzinnig.
Verzoeken ze mij te mogen blijven staan.
Anders, zeggen ze, hebben we nooit bestaan.

 

325219

 

20:59 Gepost in Dagboek | Tags: remco campert | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook

30-07-17

klaproos

 

Robert Mapplethorpe in Rotterdam.©  rr

 

 

Het zou zonde zijn op een zondag
om woorden
onder dit beeld te schrijven...


 

 


PS.
De foto komt uit De Standaard.

Robert Mapplethorpe

Hij fotografeerde de perfectie van bloemen, maar vooral toch van het mannelijk naakt.
Omstandig overzicht in 200 foto’s.

Kunsthal, Rotterdam, tot 27/8.

 

 

29-07-17

Goed nieuws voor oudere vrouwen

O wat zie ik ze graag.

Nergens in zijn arrest zegt het Hof wat nu precies ‘oudere vrouwen’ zijn. Dat begrijp ik best. Leg het maar eens uit in een vonnis. Alsof ze veroordeeld zijn.

Terwijl ik ze dagelijks op vrije voeten tegenkom. Sommigen als een woestijn, anderen als een oase. De enen als een augurk, de anderen als een libel over hun stille water.

Ik leef ermee, ik kijk ernaar, ik praat ermee, ik begeer, ik negeer, ik herken, ik ontken. Ik vervloek ze en ik bewonder ze.

Maar wat zie ik ze graag.

Er slijt, er schuurt en vergaat van alles aan ze. Van de strakke dijen tot de slappe bovenarmen.

Zij leven tussen aanval, verdediging, winst en verlies.

Maar intussen kunnen ze opgloeien zoals ze nooit eerder hebben gesmeuld. In de sintels van de voorbije jaren. In de stille brand van hun trots.

Het zal niet heel lang meer duren of de jaren geven hen allengs op. Dat weten wij beiden.

Hoewel.

Uit "Si & la" - Bernard Dewulf
De Standaard - Weekblad - zaterdag 29 juli 2017

                                                               ...

 

Maar ondertussen zitten ze op een terrasje.
Kruisen de Grote Markt gevaarlijk
op hun al te hoge hakken.

Libellen die over het water wandelen.

Ze maken babyboomers wakker.
Aan de Baywatch van hun laatste oevers.
Nog éénmaal vurig verlangen.

Naar wat het leven hen ontzegde.

En kirren als gepensioneerde tortels.
Met acne op hun zinnen.
En reumatiek in hun avances.

O, God, laat mij nog even smeulen als een onkuise rakker.

 

PS.
Wat voorafging. Een Portugese vrouw in de vijftig laat een noodzakelijke operatie aan haar vagina uitvoeren. Dat gaat mis. Gevolg: alle lust verlaat de vrouw. Van amper 50. In de volte van haar bestaan.

Ze krijgt een financiële compensatie. Maar in beroep, door het falende ziekenhuis, wordt die teruggebracht. Argument van de rechtvaardige rechters (m/v): de vrouw had al twee kinderen en was al op middelbare leeftijd – waardoor seks dus ‘minder relevant en belangrijk’ was.
...
Seks is ook voor oudere vrouwen belangrijk, oordeelt Europees Mensenrechtenhof.’
Uit Si & la.

325023

 

27-07-17

ergens woont een meisje, ze is hartstikke blij

 
Charlotte Mutsaers en Louis Gauthier. ©Keke Keukelaar

Poëzie op muziek

Vooruit, 'echt' zingen kun je het misschien niet noemen. Mutsaers' ervaring als zangeres is bescheiden. Toen ze op het Stedelijk Gymnasium in Utrecht zat, zong ze in het schoolkoor - klassieke muziek, Händel en Buxtehude. Maar wie denkt dat het slechts een voordracht is met muziek eronder, heeft het mis. Het zijn volwaardige composities, fris en vaak funky, waarin de muziek de tekst van commentaar voorziet. Als gastmuzikanten strikte Gauthier grote namen als sopraan Claron McFadden en jazzsaxofonist Benjamin Herman.

'Als ik een gedicht lees, hoor ik er bijna altijd een melodie bij', zegt Gauthier, die zelf basgitaar, gitaar en toetsen speelt. 'Ik heb Charlotte gevraagd om haar poëzie zo voor te dragen dat het past bij wat ik in mijn hoofd had. Daar heb ik lagen aan toegevoegd. Het hielp dat ze in een eigen ritme praat en dat haar teksten heel beeldend zijn. Haar gedichten hebben iets absurds, maar ook een haast kinderlijke positiviteit, die heel uitnodigend is om muziek bij te maken.'

Mutsaers, die in 2010 de P.C. Hooftprijs kreeg voor haar proza, laat vanuit Frankrijk weten 'hartstikke blij' te zijn met het resultaat. 'Van die voordrachten met een stemmig muziekje tussendoor, dat trekt me helemaal niet. Maar dit is wat. Het was leuk om te doen, en Louis is een buitengewoon aardig iemand.'

De presentatie van Rikkelrak, dat op vinyl en cd verschijnt, én haar nieuwe roman zal plaatsvinden op 11 november in de Rode Hoed in Amsterdam, op een door Das Mag georganiseerd Literaturfest dat geheel in het teken staat van Mutsaers.

Uit de Volkskrant

                                                                                 ***

 

Ooit was God overal.
Charlotte Mutsaers slechts in Oostende
en Amsterdam. Maar ook in Frankrijk.

Waar God (en alleman) woont. Na zijn pensioen.


Om drie onroerende goederen
te onderhouden, moet je al eens wat moderniseren.
Charlotte und Das Mag.

Obladi - Oblada.


 

 

 

 

PS.
Toen ik vanochtend Rikkelrak aanklikte op youtube,
spetterde, kletterde, tetterde de poëzie
in mijn gezicht, alsof het al Nieuwjaar was. Obladi oblada.

Gelukkig kwam ik daar een oude bekende tegen. Om mijn ochtend en oren te redden.
Giuseppe di Stefano met een meisje uit het Westen.

  https://www.youtube.com/results?search_query=Rikkelrak

 

https://www.youtube.com/watch?v=U-xfaWF4mwY

 
 
www.youtube.com
Giuseppe di Stefano sings "Ch`ella mi creda" from La Fanciulla del West by Giacomo Puccini (1858-1924) Orchestra del Teatro alla Scala, Milano Antonino Votto ...

 

 

 324841

 

26-07-17

Dichters zijn net mensen

Dichters zijn net mensen. Behalve door enkele intimi raken ze na hun dood snel vergeten. Ze leven nog voort in hun woorden, maar die worden steeds minder gelezen. Wie leest Vondel nog? Hij is een park geworden. Dichters rekken hun leven nog wat in bloemlezingen. Die worden voornamelijk gelezen door andere dichters. Zo zoekt soort soort en houdt het soort zichzelf in stand.

In 1976 overleed, 88 jaar oud, de dichter A. Roland Holst. Dichter en journalist Max Nord schreef destijds over hem in Het Parool: 'Hij was vóór alles dichter, volledig dichter, ook in het gesprek, ook in zijn aristocratische houding. Tot het laatste een ongetemde dichter, levend in, met en voor dat dichterschap.

'Zijn jeugd, zijn liefdes, zijn ouderdom heeft hij met ongebroken en niet te breken vitaliteit in dat dichterschap beleefd en bezongen.'

Bij Van Oorschot verscheen in 1976 Roland Holsts bundel Voorlopig. Hieruit het gedicht 'Aan het kozijn':

't Was nacht, hij lag te wachten op de dood.

De maan was onder, hij keek naar de sterren.

Hij lag aan het kozijn languit en bloot,

hij lag alleen, hij lag langzaam te sterven.

hij voelde zich bevrijd en niet meer oud.

Etcetera...

 

'Dichters zijn net mensen. Na hun dood raken ze snel vergeten.'
Remco Campert 8 april 2017 - Uit 'De Volkskrant'.

                                              ***

 


Er bestaan ook mensen die net geen dichter zijn.
Velen van hen raken vergeten
nog voor ze door de dood bezocht worden.

Geen ansichtkaart, geen tulpen op de keukentafel.

En koffie geurt zoals eenzaamheid kan ruiken.
Alleen gelaten. In de keuken.
Je merkt het aan hun kleren.

Als ze nog eens op straat durven te komen.

Je ziet het in hun ogen.
Hun handen zijn bang geworden.
En hun gedachten sjofel.

Ze wachten. Op wat nooit zal komen. Tenzij de dood die hen niet vergeet.



PS.
Somber? Neen. Ik laat me graag op gang brengen door een ander.
En Remco Campert voelt zich goed in zijn somberte.
Dat is genieten voor hem. En natuurlijk een spel waarvan hij vrolijk wordt.


324776

23-07-17

En niemand raakt je aan

 

 

En niemand raakt je aan.



En toen dacht ik: dit is de definitie.
Van eenzaamheid.
Geen hand of herinnering.

Huid zonder belang.
Bekleed met gemis.
En verlangen.

En niemand raakt ze aan.

Geen ogen
die je volgen naar de keuken.
Geen streling
door je haar.

Geen warme adem
over je schouder.
Geen traan
over je losgelaten.

Want niemand raakt je aan. Ook niet in Ispahan.

 

 

 

PS.
Op 27 november, 2016 11:20, schreef ik dit naar Marius.
Mijn dode dichter.
Vijf jaar al is hij heengegaan.

Hij de man die om zijn woorden geliefd werd.
Door een boeketje dames.
In hoeveel hoofden leeft er nog een geur van herinnering.

Nu en dan.

 ...

 

Ik mis je.
Is huid en herinnering.

Eenzaamheid die schuilt
in woorden.

Over tijd en afstand heen.
Voelbaar verlangen.

Tastbaar gemis.

 

 

Was het maar mogelijk om vakantie van jezelf te nemen

Met vakantie gaan betekent dat je voor een korte periode afstand doet van de dagelijkse beslommeringen, dacht Manuel Verdam. De bedoeling is dat je geheel bevrijd met nieuwe ogen naar de wereld kijkt en dat het liefst in een ander land. In een ander land is alles fris en onbekend. Tegen de tijd dat je je dat eigen hebt gemaakt is de vakantie voorbij. Je keert terug naar de verplichtingen in je eigen land.

Het vreemde is, dacht hij, dat de achter je liggende vakantie nu een droom lijkt, een luchtbel uiteengespat in het zwerk. En dat geldt waarschijnlijk voor alle dagen die achter mij liggen. Waarom zeg ik 'waarschijnlijk'? Omdat ik altijd aan alles twijfel. Twijfel is vruchtbaar. Oplossingen worden gevonden. Later blijken die maar tijdelijk te zijn, net als de vakantie.

Manuel herinnert zich vakantie, meestal in Frankrijk. Echt vakantie was het nooit, want je nam jezelf altijd mee. Was het maar mogelijk om vakantie van jezelf te nemen. Het verdriet over zaken die geen keer meer nemen, draag je met je mee. Maar ook momenten van geluk. Geluk is een woord waar moeilijk de vinger is op te leggen. Het ontwijkt die vinger, wil zichzelf bewaren. Geluk duurt een seconde lang, vervaagt dan, zoals alles in het leven.

Van Frankrijk herinnert hij zich de steden, maar vooral de rivieren, heuvels en dalen. De kleine marktjes waar hij voorwerpen kocht die nu bij hem thuis staan en hem terugbrengen in dat vakantieland. Hij ziet te veel, als hij aan Frankrijk denkt. Kon hij het maar terugbrengen tot één ding, bijvoorbeeld een paardenbloem waarvan hij de pluisjes naar de lucht blaast.

Je kunt ook niet met vakantie gaan. Manuel deed het. Hij werkte door tot hij ermee ophield. Hij hield ermee op omdat de anderen met wie hij samenwerkte wel met vakantie waren. Hij zat thuis en staarde voor zich uit. Hoe moest hij de dagen vullen? De dagen waren leeg, zonder verschiet. Hij kon net zo goed niet meer leven. Het leven, dacht hij, is vakantie van de dood.

 
Remco Campert
 
 
 
 
 
 
 
 

20-07-17

Bijna

 Bijna

Somberman heeft last van de warmte. Hij zweet als een os. Maar er zijn natuurlijk ergere dingen. Somberman zou Somberman niet zijn als hij daar niet naar op zoek zou gaan.

Hij herinnert zich een keer dat hij bijna verdronk in zee. Maar zo erg was het niet. 'Bijna' betekent dat hij niet verdronk en veilig op het strand aankwam. Dat had dus beter gekund.

Ook was hij een keer door niet uitkijken bij het oversteken van de straat bijna onder een auto gekomen. Maar bijna is niet half en een koe is geen kalf en hij leefde nog altijd.

Als hij er goed over nadacht, waren en veel bijna's in zijn leven. Bijna van de trap gevallen, bijna door een Roemeense zakkenroller beroofd.

Allemaal gemiste kansen.

Het maakt hem gelukkig ongelukkig.

 

07:53 Gepost in Dagboek | Tags: rik torfs | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook

19-07-17

Leer mij

 
 
 
Leer mij de zee zien
als ik luister naar het briesje
in de bomen
 
leer mij sterk te zijn
als ik de wereld lees
zodat ik hier weerloos kan achterblijven
 
leer mij reizen in de koelte van dit huis
als de ochtend
schaduw vangt uit het noorden
 
leer mij het zuiden te dromen
en als een zwaluw
over de hemel te schrijven
 
leer mij te verdwijnen. Om ooit terug te kunnen komen.
 
 
 
 
324112
 

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende