29-03-17

Reclame

 

Het levensverhaal

Iemand belde me. Een man. Stelde zich nerveus voor, naam en woonplaats. De man bood me iets aan, met name, en hij kuchte: zijn levensverhaal.

‘Uw levensverhaal?’ Dat klonk vast vreemd, besefte hij. Maar hij had er goed over nagedacht. Hij had veel tegenslag gekend, vatte hij samen, maar was steeds overeind gekrabbeld. Of ik het wou vertellen, zijn verhaal. ‘Ik denk dat mensen er iets aan kunnen hebben.’

Daar zaten we, elk aan ons uiteinde. Hij nerveus in de woonplaats, ik ongemakkelijk ontroerd in mijn dinsdagochtend. ‘Is uw verhaal dan al af?’ Ik wist niet wat zeggen, ik begon dus maar bijdehand te doen. ‘Ik ben 86.’ En daarmee kende ik mijn plek: een halve eeuw achterop.

Natuurlijk net daarom zijn vraag. Omdat zijn verhaal pas af kon zijn als het was verteld. De autobiografische reflex blijkt diep menselijk, beroemd of niet. Zonder verhaal was dat leven te willekeurig, een betekenisloze rij herinneringen.
‘Dit is mijn laatste zin, want mijn schrijfstok is leeg’, zo eindigen de plotse memoires van mijn grootvader. Als het niet meer verteld kan worden, houdt het op. Kort erna stierf hij.

Ik hoorde mezelf vakkundig het levensgrote aanbod afwijzen, met behulp van actualiteitskap­stokken en dwingende media­wetten. Te begripvol dankte de 86-jarige me voor mijn tijd.

Guinevere Claeys
De Standaard - 29 maart 2017

 

Ik kopieer heel wat zinnen, alinea's, stukjes
uit De Standaard.
Zoals dit ontroerend verhaal vandaag van Guinevere Claeys.

Ik heb me al dikwijls afgevraagd: hoe zou dat nu zitten met het 'copyright'.

Zelf zie ik het eerder als reclame dan als diefstal of plagiaat.

Altijd vermeld ik keurig en scrupuleus de bron en de auteur.
Trouwens de media geven tegenwoordig de lezer de kans hun tekst te delen op Facebook.

What's the difference?

 

311341

 

28-03-17

C'est la phrase

Woolf geloofde niet in een objectieve, ware werkelijkheid, alleen in de persoonlijke ervaring ervan, een ervaring van de geest, van het bewustzijn. In haar essay MR. Bennet and Mrs. Brown (1923) neemt ze stelling tegen de eis van sociaal en politiek engagement die een voorgaande generatie schrijvers aan de literatuur stelde. Straatrumoer, actualiteit en sociaal engagement leverden in haar ogen dorre romans op waarin geen enkel personage de lezer kan laten weten wat het is om individu te zijn, om de realiteit persoonlijk te ondergaan en desnoods te misverstaan.

Uit ' Het geluk van de eenzaamheid' - Connie Palmen
Essay in de verzameling Het drama van de afhankelijkheid - pag. 263

 

                                                            ...

 

Het licht van de ochtend
ligt als een leeg blad over de blank gemarmerde tafel.
Een tabula rasa die ik mag betreden. Als ontdekker en schepper.
Van zwart over wit.

De kleine god van papier. Een oude kleuter die kleurt, knipt en plakt.

Ik had een literaire week nog voor de boekenweek begon.
In gesprek met twee dichters en een non fictie schrijver.
Iedere keer met een andere textuur. Van vorm en inhoud.

Pakje en verpakking.

De non fictie schrijver vecht nog altijd om de wereld te veranderen.
Hij is Aanklager en Rechter.
Uiteindelijk kwamen we tot een minnelijke schikking.

Hij zou de Wereld en de Mensheid redden.
Ook in mijn naam. En het deel van mijn Schuld op zich nemen.
Zodat ik mij met een gerust geweten kon toeleggen op de kleine wereld.

De keukentafel, de dingen die voorbij gaan, kinderen en kleinkinderen.
De wereld van elke dag.

Die ongevraagd maar dringend voor je deur staat.

De tastbare hulp.

Hij zou dan, niet gestoord door de dagelijkse banaliteit,
de Geschiedenis ondersteboven halen, en als Rechtvaardige Rechter
Regeringen naar de Rechtbank leiden. En in zijn laatste boek ook nog het Klimaat redden.

Het leek mij een faire deal.



PS.
De non fictie schrijver boert niet slecht. Aan één boek van Aanklacht,
hield hij een buitenverblijf over. In la douce France.
Waar hij nu de sterren van de hemel schrijft.

Zijn woede rendeert.

Schoonheid is voor dichters en dromers.
Zij die investeren in weerloosheid en ontroering
kunnen niet leven van hun nutteloze zinnen.

Tussen de bloeiende seringen. Onder de maan op de lange rivier schuift zijn kano naar zee.




 311254

 

26-03-17

twee is niet gelijk aan één

 

Het is allemaal de schuld van Plato. Door hem denken we al eeuwen dat we in ons eentje niet compleet zijn en zoeken we ons suf naar onze wederhelft. Die vinden we meestal niet, zodat we ons behelpen met tweederangsspul dat in het gebruik heel andere dingen doet dan je van je wederhelft zou verwachten, waarna we het inruilen voor nieuw materiaal en zich exact hetzelfde patroon ontvouwt.
Bedankt, Plato.

Plato's beroemde verhaal over de liefde staat in het Symposium. Daarin legt komedieschrijver Aristofanes tijdens een diner uit waarom de macht van de liefde zo groot is. Aristofanes vertelt zijn gehoor dat er vroeger bij de mensen drie seksen bestonden. Je had de mannelijke sekse, de vrouwelijke en een combinatie van die twee. Van ieder mens was de vorm helemaal rond, met rug en zijden in een cirkel, vier armen, vier benen, twee gezichten en één schedel. De mannelijke sekse stamde af van de zon, de vrouwelijke van de aarde en de mengvorm van de maan.

'Nu waren die mensen enorm sterk en energiek', zegt Aristofanes, 'en bovendien hadden ze een groot zelfbewustzijn. Zo namen ze het op tegen de goden.' Zeus besloot daarom de mensen allemaal doormidden te snijden, zodat ze verzwakt werden. Maar elke helft verlangt nog altijd wanhopig naar de andere. 'Ze zoeken elkaar op, slaan de armen om elkaar heen en grijpen elkaar beet in hun verlangen tot een eenheid te groeien.'
Aristofanes: 'Zo lang geleden is dus in de mensen de liefde voor elkaar ontstaan. Die liefde brengt hen in hun oorspronkelijke gedaante bijeen en probeert van twee één te maken om zo de menselijke natuur te genezen. Ieder van ons is dus als het ware een ontbrekende helft, omdat de mens is doorgesneden als een schol. En ieder is dus altijd op zoek naar de helft die bij hem past.'

Uit: Zomer van de Liefde - 

                                                                ...

 

Zelfs in de winter, herfst of lente, duurt de zoektocht verder.
Naar die ontbrekende wederhelft. Een Passieverhaal.
Dat leidt naar de dood. Zonder Verrijzenis.

Een Verbond van sleur en versleten ritueel.

Het is de druppel regen
die verlangt naar de rivier.
Tot hij in het water valt. En dan zichzelf verliest.

Als het ware een ongewilde suïcide.

In de liedjes, de bundels
en de boeken,
schrijvers en zangers, allemaal vertellen ze over hetzelfde verlangen.

En toch zouden we beter moeten weten.

Laten we geen regendruppel wezen
maar klaprozen.
Wiegend tegen dezelfde berm.

Dichterbij komen met een briesje.
Maar terug wijken. Om weer te kunnen naderen.
Alleen onze wortels kunnen naar elkaar zoeken.

Zich desnoods ongezien verstrengelen.

Maar laten we authentiek en souverein blijven.
Zonder in mekaar te verdwijnen.
Want dan bestaan we niet meer.

Laat enkel de hunkering ons verbinden. Die onsterfelijke trilling van de ziel.

 

 

PS.
Smokkel je de grenzen over. Camoufleer je als Cupido.
Een flierefluiter met een lier.
Die lispelt over de lenige liefde.

Graaf je in. In haar gemis.
En vul het met leegte.
Zodat er ruimte is. Voor verlangen.

Leg de verte open. Een horizon aan de overkant.
Waar het gras groener is. Dan elders.
En beloof haar een lege plek.

Om te blijven. Te komen en te gaan.

 

 

de schrijver is een emigrant

 

"Het schrijven van een verhaal is voor mij een alibi voor het schrijven zelf.
Het verhaal interesseert me niet, mij interesseert het schrijven. Het ontdekken van dingen.'
Cees Nooteboom.
                                                                     ...

Dit citaat haal ik uit Het geluk van de eenzaamheid. Van Connie Palmen. Pagina 252.
Dat opgenomen is in haar pas verzamelde essays Het drama van de afhankelijkheid.

                                                                      ...

 

Het is een schitterende ochtend. En de glanzende dag duurt een uur minder lang.
De directeur van de Chronos heeft dat zo geregeld.
En wij de bewoners van de tijd zijn de verliezers. Of de winnaars.

Al naargelang.

De wereld verandert niet door het tikken van mijn vingers.
Of door de woorden die ze als sporen achterlaten op dit wit.
Alleen deze ruimte wordt anders. En ik.

Ze maken van mij een emigrant. Ik verhuis even en gedeeltelijk.

Naar hier. Waar ik later kan terugkomen.
Een plek die niet meer leeg is.
Waar ik een stuk van mezelf achterlaat.

Een eiland van gedachten.

Later als ik nog ouder word
en als SKYNET het wil,
dan kan ik me komen bezoeken.

Zoals een dode in het graf. Op een kerkhof.


Dan kan ik me herdenken.
Misschien mijn hoofd schudden.
En denken...

wie was die man?


...

 

'Waar zouden boeken anders voor zijn dan om ons te veranderen?' vraagt een personage
in Coetzees roman Zomertijd (2009) zich retorisch af.

Pag. 253 - Het drama van de afhankelijkheid.

 

 

311093

25-03-17

Nooit meer wenen

Altijd weer, zelfs uit een nachtmerrie, word ik wakker met het intense gevoel dat ik iets zo helder heb gezien als ik het ‘bij leven’ nooit zie. Nooit zo scherp. Alsof ik dromend andere, hogere ogen heb. Alsof ik een buizerd heb diep vanbinnen.

Ik kan me de dagen moeilijk voorstellen zonder die dromen. Ik heb dan ook in vergelijking met velen op de wereld dromen van dagen. Maar misschien, de dag dat ik onuitwisbaar een afgerukte arm in parelmoerblauwe stof zie liggen terwijl ik ren voor mijn leven, als een voorheen onbekend roofdier in mij, misschien dat er dan iets ophoudt in mij.

Ik zou het niet weten. Maar wie weet morgen.

De man herinnert zich ook nog: ‘Pas acht maanden na de aanslag huilde ik voor het eerst. Zo lang heeft het geduurd.’

Dan moet ik eigenlijk zwijgen. Dat is inderdaad verschrikkelijk lang.

Ik leef, begreep ik na het getuigenis van deze man, in dromen van dagen. Hoe dagen zijn zonder te kunnen dromen en huilen: ik zou het niet weten.

Ik doe ze beide zowat dagelijks, dromen en even kort huilen, ergens vanbinnen, waar inderdaad de pijn zit. Maar er zijn zoveel soorten pijn. In het lichaam.

Uit Si & la - Bernard Dewulf
Het Weekblad - De Standaard - 25 maart 2017

                                            ...



De laatste keer was in 2015. In een ziekenhuis.
Op de kamer waar moeder lag te sterven.
Ik brak. Heel even. Ik had het niet verwacht.

Want ik zag de dood van haar niet als een reden om te wenen.

Misschien duurde het wachten wel te lang.
Vooraleer ze naar de eeuwigheid mocht gaan.
Toen ze op zondag wakker werd, vroeg ze me:

'Werkt dat pilletje nu nog niet?'

Ze dacht dat ze euthanasie kreeg.
Maar dat mocht niet van de regels.
Het moest langzaamaan gebeuren.

En dus sliep ik naast haar, negen dagen en nachten lang. Een genade.

Tot het woensdag werd.
Halfacht in de ochtend.
En zij hier alles achterliet.

'Voor wie of voor wat moet ik nog blijven?', vroeg ze.

 


PS.
Ze genoot nog van elke dag. Hoewel ze meer dan 98 was.
En zelden buitenkwam.
Dat had ze het liefst: thuis mogen blijven.

Naar buiten kijken. Naar de wereld. Die niet groter was dan haar venster.
Gelukkig maar. Want op TV was hij te gruwelijk geworden.
Niet om aan te kijken.

Toen het, na anderhalve maand,  vaststond dat ze niet meer naar huis mocht,
toen wilde ze niet meer blijven. Leven.
Voor wie of voor wat?

PS.
Het is of er in mij een poreus gesteente leeft.
Dat wacht op water. Tranen.
Daarom sta ik elke ochtend lang onder de douche.

Een imitatie.

 

311010

 

 

 

22-03-17

de troostvogel

 

Wanneer je soms iets naars beleeft
Je niet mag uitgaan door de regen
Of slaande ruzie hebt gekregen
Met iemand waar je veel om geeft

Als speelgoed door een mankement
Niet meer zo leuk is als tevoren
Je kwartje ergens is verloren
Kortom, als je verdrietig bent


Dan komt de vogel met een lied
Je hoort hem, maar je ziet hem niet
En als hij voor je heeft gezongen
Dan vliegt hij weg met jouw verdriet

...

 

Ik maak me zorgen om hem.
Misschien geraakt hij wel overwerkt.
En krijgt hij een burn-out. Van de stress.

Vroeger was het veel eenvoudiger.

Een pop kapot of
een gekneusde knie.
Hij genas je verdriet. Met een vingerknip.

En een fluitje van een cent.

Maar nu en gisteren.
Wellicht ook morgen.
Is er slechts nog groot verdriet.

Je overziet het niet.

Je hoort het op de radio.
Het staat ook in de krant.
En de TV herhaalt de beelden. Alsof hij ervan geniet.

Als je goed luistert, hoor je zelfs de muziek.






PS.
Ik heb me al vele malen kwaad gemaakt over de muziek
die de Vrt durft te plakken onder het nieuws.
Ik heb hen zelfs al aangeschreven.

Te vergeefs. Ik ben de zieke. Zij zijn modern. Hip en hedendaags.

PS.

Ik herinner me het nog alsof het gisteren gebeurde.
Ik was bij tante Rosa toen Minister Lefèvre op de tv verscheen.
In zwart wit en 625 lijnen. Dat was toen zo.

Het was november en donker.
John Fitzgerald Kennedy was vermoord in Dallas.
Eén mens. President en beroemd. Om vele redenen.

Het verdriet was overzichtelijk.
Ook ver weg. Al kwam het dichtbij.
Maar anders dan een gebroken been.

Sedert enkele jaren worden de doden
opgeteld en bewaard in statistieken.
Te veel. Om ze nog in je hart of hoofd te sluiten.

Tenzij nu en dan.
Een kind op het strand.
Of een mooie airhostess onder het bloed en stof. Op een bank.

Moge de Troostvogel vele nesten bouwen.
En ontelbare jongen krijgen.
Voor het kleine verdriet. Van kinderen.

En oude jongetjes.

 

https://www.youtube.com/watch?v=XKjHAdSEdCY

 
 
www.youtube.com

310777 

21-03-17

Hij dacht dat hij een boom was

...

De gedachte het verlangen een deelnemer

De gedachte het verlangen een kopieerapparaat te zijn

De billen van een kantoorbediende te printen

In een donkere bureaulade te liggen

Elk denkbaar moment onverwacht vastgegrepen te worden

Een nietmachine te zijn om de dingen aan elkaar te klemmen

Of het verscheurende verlangen een liniaal te zijn

De werkelijkheid ijken aan mijn onbuigzame karakter

Een houvast worden

Het verlangen in zee

Smeltende zon te zijn

Ergens anders ter wereld weer boven te komen

De gedachte het verlangen een boom

Om bloot te worden en opnieuw te beginnen.

 

Dit is het nieuwe stadsgedicht van Maarten Inghels bij de eenzame uitvaart van meneer P.V.d.W.
Hij was geboren op 28 juli 1944 te Serskamp en overleed in woon-zorgcentrum Sint-Anna te Antwerpen op 4 maart 2017.
Zijn begraving vond plaats op maandag 13 maart 2017 op Schoonselhof. Meneer P.V.d.W. was een zwembadbouwer maar leed aan het einde van zijn leven aan psychische problemen.

                                          Hij dacht dat hij een boom was.


Uit De Standaard - 20 maart 2017

 

 

Wees een tak voor elke vogel.
Als ik ooit reïncarneer, wil ik een boom worden.
Breedgeschouderd en bladvullend.

Ik schrijf dan over de ruimte. Met wiebelende pen.

Vang het zonlicht op.
En strooi schaduw onder mijn lover.
Ik was me in de regen.

En mijn thuis is de grond. Waaruit ik geboren ben.

Mijn weemoed is de verte.
En mijn verlangen de hemel.
Mijn gasten zijn de vogels.

Met elke tak een nest voor hen. Hun droom van een boom.

 

 

 310585

 

19-03-17

misschien is het huis wel een herinnering

Elke ochtend, zo blijkt, kan mijn intiemste bestaan volkomen legaal gekraakt worden. En kan het dat wij onze boterham ergens in het bushokje moeten nuttigen. Terwijl het klokje thuis zoals nergens verder tikt.

Nu wil het geval dat ikzelf elke ochtend naar de bakker ga. Ik haal nu eenmaal graag het brood. Altijd kom ik daarna vanzelf weer thuis waar ik thuis ben. In een nieuwe dag. Soms staat het huis dan nog onder de douche. Soms kleedt het zich al aan voor de dag. Altijd zoent het me uiteindelijk goedemorgen.

En nooit ben ik van gisteren. Elke dag opnieuw zeg ik, zonder het ooit hardop te zeggen: hier ben ik thuis. Terwijl ik evengoed weet: het zijn maar wat tijdelijke stenen, muren en uren. Wij vieren hier met z’n vieren, eigenlijk z’n vijven, even het leven.

Na elk brood kan het voorbij zijn.

Na elk ontbijt kunnen wij afgelopen zijn.

Na elke ochtend kan het klokje nergens doortikken.

Na zowat elke middag vraag ik me af: waarom heten onze kamers ook ‘vertrekken’? Alsof we al moeten verdwijnen.

In menige nacht schrik ik even wakker: ben ik nog ergens thuis?

Om maar te zeggen, elk huis is heilig. Of het nu een tent, een krot, een verzameling kamers, een bank in het park of een paleis is. Ergens moeten we ons kunnen bergen. En die herbergzaamheid moet onschendbaar zijn.

In elk onderkomen wonen al na de eerste seconde herinneringen. Zelfs in tenten, kraakpanden, kampen of hotelkamers: overal laten wij onze adem, onze sporen, onze herinneringen onmiddellijk achter.

Uit Si & la - Bernard Dewulf
De Standaard Weekblad - 18 maart 2017

                                            ...

 

Misschien woon ik wel in een herinnering.
Is het dak de hemel.
En zijn de muren minuten.

Van het Uur Nu.

Misschien zijn mijn woorden
wel kamers.
Klaar om te vertrekken.

En verdiepingen seizoenen. Die veranderen met de trappen.

Misschien is het licht wel mijn Muze.
Mijn wispelturige Gezellin.
Van ochtend naar avond. Van lente naar winter.

En ik haar gemis en verlangen. Daartussenin.

 

 


PS.
Gisteren weer gebaad in de passie.
Van woorden en zinnen. La Grande Librairie.
Hemel en aarde. Heureux comme Dieu en France.

C' est la phrase. Niet het boek of de inhoud telt.
Maar de stijl.
De wereld verandert. En de schrijver is: le passage.

Une passerelle.

 

 

 310358

17-03-17

De ontsnappingsroute

 

 

 
Connie Palmen 

De zonde van de vrouw.  3,50 €. Vanaf 25 maart in de boekhandel.

 Highsmith herkent het pessimisme van andere naoorlogse schrijvers. De Tweede Wereldoorlog heeft eens en voor altijd duidelijk gemaakt dat het absurd is om te rekenen op een beloning voor een moreel hoogstaand en deugdzaam leven. Goed en kwaad zijn onontwarbaar verstrengeld geraakt en ze hebben elkaar besmet. ‘Misschien dansen God en de Duivel hand in hand rondom elk afzonderlijk elektron’, schrijft Highsmith in Vreemden in de trein. De aard van het kwaad is, naast het geweten en de identiteit, haar grote thema. Wat haar werk zo verontrustend maakt is dat de zonde nagenoeg altijd zegeviert over de wet. Door de lezer op te sluiten in het perspectief van de moordenaar bewerkstelligt ze dat hij zich vereenzelvigt met de dader en er genoegen in schept dat de misdaad niet wordt bestraft. De protagonisten misleiden de handhavers van de normale orde, ontsnappen aan het wettelijke gezag, en ze gaan niet gebukt onder een allesverterend schuldgevoel vanwege hun slechtheid. In de wereld van Highsmith heerst een haast vrolijke onverschilligheid ten aanzien van het goede. In een interview typeert ze de stereotiepe moraal als ‘hypocriet en onecht’. Ze onderschrijft het amorele gedrag van haar personages omdat ze blijk geven van moed en verbeeldingskracht, en omdat ze het leven leiden als kunstenaars die zichzelf de wet stellen.

Liefde en geluk zijn in de wereld van Highsmith alleen mogelijk dankzij de verbeelding, of dat nu die van een nieuwe identiteit of van een ideale geliefde is. De verbeelding is voor iedereen noodzakelijk om te kunnen overleven.
...
Connie Palmen over Patricia Highsmith  Moeder Martini

Het thema van de Boekenweek 2017 is ‘Verboden vruchten’.
Connie Palmen onderzoekt in haar Boekenweekessay hoe de mens, dankzij de ongehoorzaamheid van Eva, mens kon worden.
Uit De Standaard der Letteren - 17 maart 2017

                                   ***

"Liefde en geluk zijn in de wereld van Highsmith alleen mogelijk dankzij de verbeelding, of dat nu die van een nieuwe identiteit of van een ideale geliefde is. De verbeelding is voor iedereen noodzakelijk om te kunnen overleven."


Elke dag moet ik mij opnieuw uitvinden. Het Alphabet is mijn Schepper.
Mijn geliefde god en duivel.
Het gevecht tussen goed en kwaad.

Op het slagveld van mijn geweten.

Vroeger kon ik vluchten.
Naar de biechtstoel.
Waar de vergiffenis wachtte.

Zodat ik kon herbeginnen. Aan de zonde. Van een vrouw. Zwak en weerloos.

 

 

 



PS.
Verwonderd over de taal van Connie P.
Afstandelijk. Ontdaan van zichzelf. Haar stijl ontbladerd.
Ze schrijft als een zeeman zijn dagelijks logboek.

Met de kilte van een notaris. Een Essay als een Akte.

En toch duurt mijn wachten nu al te lang.
Ik zal me haasten. Naar de boekhandel.
Ik zal het boek besnuffelen als een jong hondje.

Het open waaieren en de geur opsnuiven. Om te ruiken of het goed is.




310232

 

08:56 Gepost in Dagboek | Tags: connie palmen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook

16-03-17

De oude man en de lente...

 

 

De oude man en het bed

De foto van de oude man die op de rand van zijn bed, in het kapotgeschoten Aleppo, een pijpje zit te roken en naar muziek luistert, ging de voorbije dagen de wereld rond. Duizenden mensen werden erdoor gegrepen. Door het zachte licht dat door de kapotte ramen valt. Het puin op de grond. De aan flarden gereten gordijnen. De ooit chique meubelen.

De vergane glorie. Want Mohammed Mohiedin Anis, in Aleppo beter bekend als Aboe Omar, was voor de oorlog een zeer welvarend man, vertelde fotograaf Joseph Eid van het persbureau AFP aan de Washington Post. Anis spreekt vijf talen, studeerde geneeskunde in Spanje, werkte in Italië en had zijn eigen bedrijf.

...

Maar Anis had niet opgegeven: ‘Niets zal me tegenhouden om alles weer op te bouwen, om weer te gaan leven. Hier ben ik geboren, en hier zal ik ook sterven.’ Toch was ook hij enkele weken weggevlucht voor het geweld. Hij was net terug. Het puin lag nog in zijn slaapkamer. Anis ging op het bed zitten. Hij vertelde dat hij van klassieke muziek hield. De oude platendraaier werkte nog, verzekerde hij hen, ook al had hij hem met plakband moeten repareren.

Eid stond, naar eigen zeggen, eerst een poosje te kijken en te luisteren voor hij afdrukte. ‘De muur zou instorten. Ik weet niet wanneer. En hij luisterde naar muziek. Hij rookte zijn pijp.’ (kdr)

Kopie met dank aan  De Standaard - 16 maart 2017

                                                         ...

 

          Ooit was er een Arabische lente...

 

 

 

 

15-03-17

Van de dingen die nooit overgaan...

 

 

 

 

Van de dingen die nooit overgaan...

zoals een vrouw
waarin het meisje nog vibreert
als een zachte zomerbries bij valavond

en een man tot koelte maant
wanneer hij bruist als een schuimende Cava
bij de gedachte aan haar

die het zuiden liefheeft als een zwaluw.

 

 

 

 

PS.
Hier in dit ondermaans bestaan schuifelt mijn banaal bestaan
schoorvoetend verder.
De kleine dagen, die ik liefheb. Doodgewoon. Ongewoon.

Zo dadelijk bloeien de benen van mijn stad,
op rokjesdag. Een feestdag om te vieren.

Ik wens je een heerlijke dag. Met grenzeloos verlangen.

 

 

 

 

nooit meer sprakeloos

 

En daar en dan heb ik mezelf gezworen dat ik voortaan, van nu af aan, één roeping heb, één doel, één godverloren zelfgekozen plicht, omdat ik weinig anders kan, niets anders heb geleerd en nergens anders in geloof. Dat ik, wanneer en waar ik er de kans toe zie, de stilte zal bestrijden met mijn stem, de leegte zal proberen te betwisten met mijn woord, al het beschikbare papier ter wereld zal proberen te bevechten met mijn taal. Laat dat mijn rebellie zijn, mijn revolte, tegen slijm, tegen gereutel. Nooit meer zwijgen, altijd schrijven, nooit meer sprakeloos.

Begin.

Uit Sprakeloos van Tom Lanoye

 

Ik ben geen rebel. Eerder een weke krijger.
Een hoffelijke ridder.
Desnoods een weergaloze smokkelaar.

Maar nooit altijd, eerder soms.

Ik aarzel voor elke snipper van papier.
Vraag voorzichtig of ik de tabula rasa mag betreden.
Met mijn vuile vingers.

Want wit is altijd schoon. En ook rein, toen ik nog een onbevlekte knaap was.

Maar dat is lang geleden.
En sindsdien lijkt mijn ziel op een Dalmatiër.
Met een honds bestaan.

Die ooit een roeping had.




PS.
Sprakeloos. Van verwondering,
bewondering of ontroering.
Als stilte geen woorden meer (nodig) heeft.

Maar de leegte
een ingetogen gemis is.
En het verlangen zo groot als de hele wereld.

Langoureus en amoureus. En voor altijd sprakeloos.




310048

13-03-17

de amoureuze gemiddelde man

 

 

Als het over de liefde gaat,
wie ben ik dan?
De uitzondering of de regel?

Macho, minnaar of de middelmaat?

Waar zou hij wonen?

De gemiddelde man. Hoe ziet hij eruit?
Is hij vriendelijk of verdrietig?

Niemand die het zeggen kan. Behalve de geliefde.

Ik ben geen 'kenner'. Verre van.
Mijn wetenschap stoelt slechts op vermoeden.
Geen leerstoel van de Waarheid.

Die ik trouwens wantrouw.

Hoe schamel is mijn kennis.
Mijn schoorvoetende ervaring.
Ze betekent niets.

In het tegenlicht van een hedendaagse knaap. En zijn expertise.

 

 

PS.
In de statistieken ben ik misschien wel de gemiddelde man.
Vervangbaar als een getal.
Geen huid of haar, maar een optelsom. Zelfs aftrekbaar.


Misschien ben ik een breuk. Deelbaar tot de grootste gemene deler.

PS.
Alles begint met een referentiekader. Het ijkpunt.
Waarmee je wikt en weegt.
Mijn heldendaden zijn niet gebaseerd op een getal.

Maar op gemis en verlangen.


 

als de doden spreken - sans frapper

 

Sans frapper

Het was in een dinsdagochtendfile, op de radio ging het over Kazaks geld en afkoopwetten. Ik zapte en hoorde een zin uit een andere tijd:
‘Tu vivais seul au milieu des hommes, tu fuyais la solitude et la trouvais partout.’
Lyriek bij afrit Aalst. Het was surreëel, het was prachtig.

De zinnen waren door George Sand geschreven, aan de gedoemde geliefde Alfred de Musset. Ik bevond me in het programma Entrez sans frapper op la Première, de Radio 1 van de RTBF. We waren in volle nieuwsweek, en deze eerste radiozender droeg minutenlang voor uit een dode literaire correspondentie. Ongehoord.

Het was het begin van een duurzame liefde. Ik ben er intussen aan gewend of verwend: interviews die een halfuur doorgaan, met wijdlopend artistieke doeners en denkers, gepresenteerd met een enthousiasme, dat ergerlijk had kunnen zijn als het niet aanstekelijk was. Gevoed en gewassen stap ik uit de file. Een dagelijkse evidentie van twee uur. Zo probleemloos kan cultuur zijn.

Uit De Standaard - 13 maart 2017 - Guinevere Claeys

                                                                     ...

 

Tu vivais seul au milieu des hommes, tu fuyais la solitude et la trouvais partout. - George Sand

 

Ze klopt nooit aan. Dat hoeft niet.
In mijn tijd gingen we gewoon langs achter binnen.
De deur was niet gesloten. Zelfs als er niemand thuis was.

Ze komt binnen. En legt zich breed op tafel.
Over de tulpen.
Ze fleurt mijn kamer op. Mijn dag en mijn gedachten.

Ze spint op mijn schouder. En koestert mijn ochtend.

 



PS.
Tussen al het lelijke in de Krant vind je ook wat moois.
Een klaproos op een vuilnisbelt.
Ik klamp me eraan vast. Ik weet het, dat is erg onvoorzichtig.

Want klaprozen zijn geen reddingsboeien.


PS.
Ook de eenzaamheid klopt nooit aan.
Ze vindt haar weg.
Als een ongenode gast.


309861

 

 

 

 

10-03-17

Je pen of je leven

Eenzaamheid en isolement

Volgens een Zweeds onderzoek van het Karolinska Institutet is er binnen de groep 'creatievelingen' een subgroep die nog grotere risico's loopt: schrijvers. Bij auteurs komen depressies vaker voor dan bij andere mensen. Bovendien pleegt de schrijvende mens volgens deze studie anderhalf keer zo vaak zelfmoord als gemiddeld. Je denkt gauw aan schrijvers/columnisten die zich van het leven beroofden, als Joost Zwagerman (51), Anil Ramdas (54) of Adriaan Venema (52). Volgens een suïcide-expert kent deze beroepsgroep een verhoogd risico omdat het werk in eenzaamheid en isolement wordt uitgevoerd.

Uit Trouw - Schrijvers zijn een 'risicogroep' -  Sylvain Ephimenco

De dood van VPRO-hoofdredacteur Karen de Bok, die onlangs zelfmoord pleegde,
zette Trouw-columnist Sylvain Ephimenco aan het denken: 'Zou het mij ook kunnen overkomen, dat ik geen andere uitweg zou zien dan de definitieve en onomkeerbare?'

...

gelukkig ben ik maar een amateur van amare.

Het witte vlak
is een wiegende weide. Die wacht.
Op wolken die overdrijven.

Met een jongetje dat sabbelt op een sprietje gras.
En naar Scandinavië kan reizen.
Roerloos en ontelbare malen.

Op de rug van zijn pen. Zonder te falen. 

 

***

 

Mijn woorden waren nog niet koud en de inkt was nog nat
of ik werd reeds aangeschreven door een dame.
Zij legde mij uit waar ik deze titel opgepikt had.

Mijn dagboek bleek een antwoord van mij te zijn geschreven aan haar.
Op een artikel dat zij me had doorgestuurd.
Uit een soort bezorgdheid vermoed ik. 

Want voorkomen is beter dan genezen.

Plots begreep ik pas echt de eerste regel van mijn dagboek.
"gelukkig ben ik maar een amateur van amare".
Ik moet niet schrijven, maar ik mag. 

Liefde kan niet opgelegd worden. De plicht tot schrijven 
kan verlammend werken. Voor een professioneel.
Faalangst. Voor het woord en het witte blad.

Ik daarentegen mag mij amuseren. 
Alsof ik god van het Alphabet was. 
Schepper van woorden en dingen.

La Muse s'amuse. Ce que femme veut Dieu le veut. Ainsi soit-il.

 

 



Cfr. gisteren.

 309604



 

09-03-17

Eenzaamheid en isolement

 

 

 Partir sans sortir

 

gelukkig ben ik maar een amateur van amare.

Het witte vlak
is een wiegende weide. Die wacht.
Op wolken die overdrijven.

Met een jongetje dat sabbelt op een sprietje gras.
En naar Scandinavië kan reizen.
Roerloos en ontelbare malen.

Op de rug van zijn pen. Zonder te falen.

 

 

 



PS.
Zopas vond ik deze woorden  in mijn 'map concepten'.
De titel, denk ik, verwijst naar een of ander artikel,
dat ik vergeten ben.

Vermits ik mijn geheugen nu en dan uitbesteed
aan mijn onderaannemer Google,
liet ik hem een onderzoek starten.

Ik kwam heel wat mooie titulatuur tegen.
Maar zonder een spoor dat mij naar deze tekst leidde.
Meer broodkruimels achterlaten, hoorde ik Klein Duimpje mij verwijten.

PS.
Ik plakte dan maar een andere titel boven de woorden.
Ze vinden mekaar wel.



309474

07-03-17

En niemand raakt je aan

 

 

En niemand raakt je aan.



En toen dacht ik: dit is de definitie.
Van eenzaamheid.
Geen hand of herinnering.

Huid zonder belang.
Bekleed met gemis.
En verlangen.

En niemand raakt ze aan.

Geen ogen
die je volgen naar de keuken.
Geen streling
door je haar.

Geen warme adem
over je schouder.
Geen traan
over je losgelaten.

Want niemand raakt je aan. Ook niet in Ispahan.

 

 

 

PS.
Op 27 november, 2016 11:20, schreef ik dit naar Marius.
Mijn dode dichter.
Vijf jaar al is hij heengegaan.

Hij de man die om zijn woorden geliefd werd.
Door een boeketje dames.
In hoeveel hoofden leeft er nog een geur van herinnering.

Nu en dan.

 ...

 

Ik mis je.
Is huid en herinnering.

Eenzaamheid die schuilt
in woorden.

Over tijd en afstand heen.
Voelbaar verlangen.

Tastbaar gemis.

 

 

Word wie je bent

Door naar mijn vader en zijn vrienden en vriendinnen te kijken, heb ik ontdekt dat mensen boven de tachtig niet meer ouder worden. Ze zijn in zichzelf terechtgekomen en uiteindelijk na een lange leerschool geworden wie ze zijn. Je zou na tachtig moeten ophouden met tellen en iedere dag je verjaardag vieren. Dat laatste zouden mensen onder de tachtig ook moeten doen.

Een interview met een 95-jarige Amerikaan, dat ik deze week zag op Youtube, leerde me dat niet alle oude mensen al zijn geworden wie ze zijn. Sommige mensen moeten nog uit zichzelf opstaan en tevoorschijn komen.

Uit: Duizelig -COLUMN -

 

 

‘Wat je bij deze jongeren ziet, is dat de kloof tussen de hoger- en de lageropgeleiden groter is dan die bij de oudere kiezers’, zegt Kanne. ‘Jongeren uit het beroepsonderwijs zijn nog meer bezig met de immigratieproblemen en ze zijn nog sceptischer over de EU. Hogeropgeleide jongeren zijn dan weer progressiever dan hoogopgeleide volwassenen. Ze zien alleen maar voordelen in de globalisering. Zij reizen veel en graag en dankzij die open wereld kunnen ze makkelijker werk vinden.’

Opvallend: veel van de lageropgeleide jongeren komen relatief vaker in contact met allochtone leeftijdsgenoten. Kanne: ‘Ze zitten immers op scholen die veel meer gemengd zijn. Je zou kunnen denken: dat maakt hen verdraagzamer en opener. Niet dus.

Uit De Standaard van vandaag. - Nederland.

Bizar dat men dit opvallend vindt. Hoe zou dit toch komen?
Zou het niet zo zijn dat zij die samenleven geconfronteerd worden met de problemen van een multiculturele maatschappij.
En dat zij die met vakantie kunnen vooral gelijkgezinden ontmoeten in een vakantiesfeer.
En minder dagdagelijks. Daar waar de problemen zich voordoen.

Al eens nagedacht wie er makkelijker werk vindt in een open wereld?
Al gehoord van 'braindrain'?

"Kennisvlucht, vaak ook aangeduid met de Engelse term braindrain (vrij vertaald: het weglopen van hersenen) is het fenomeen waarbij hoog opgeleide personen na hun opleiding uit een land vertrekken om elders een baan te zoeken. Dit kan emigratie zijn, maar ook een ander langdurig vertrek."


Heeft men nu nog altijd niets geleerd uit het verleden?
Ik vrees van niet. Vraag het maar aan de Minister van Onderwijs.

 309197

06-03-17

Grote mensen

In mijn kinderjaren was literatuur niet iets wat mij en mijn familie aanbelangde. Integendeel, we zagen op de televisie dat literatuurprijzen meestal boeken bekroonden die niet over ons gingen en bovendien waren we ons er net als die taxichauffeur van bewust dat in boeken, bekroond of niet, aan onze levens doorgaans geen aandacht werd besteed. Mijn moeder herhaalde het uitentreuren:
‘In armelui zoals wij is niemand geïnteresseerd’het gevoel onzichtbaar te zijn voor de anderen
bracht haar ertoe voor Marine Le Pen te stemmen, zoals nagenoeg mijn hele familie. Mijn moeder zei:
‘Zij is de enige die met ons begaan is.’ De stemmen voor het Front National, die in mijn geboortedorp meer dan 50 procent vertegenwoordigen, waren vóór alles, meer dan racisme, meer dan al het andere, een wanhopige poging om te bestaan in de ogen van de anderen.

...
Op de leeftijd waarop kinderen uit de burgerij pas met hun studie beginnen, had de school mijn ouders al uit het onderwijssysteem gejaagd en van de toegang tot de legitieme cultuur afgesneden. De cultuur, het onderwijssysteem, de boeken hadden ons de indruk gegeven ons uit te sluiten, niets van ons te willen weten, en wij gaven ze een koekje van eigen deeg. De cultuur hield geen rekening met ons en wij zetten haar dat betaald. We hadden de pest aan cultuur. De kip-of-eivraag, wat er eerst is en wat daarna komt, is ongetwijfeld één van de belangrijkste instrumenten om de wereld te begrijpen. Zeg nooit: de volksklasse wil niets weten van de legitieme cultuur, maar zeg: de cultuur wil niets weten van de volksklasse die op haar beurt niets van de legitieme cultuur wil weten. Zeg nooit: de volksklasse is gewelddadig, maar de volksklasse lijdt onder het geweld dat haar dagelijks wordt aangedaan en neemt dat gewelddadige gedrag bijgevolg over, door bijvoorbeeld voor het Front National te stemmen. Eerst is er de overheersing, de verantwoordelijkheid ligt altijd bij de heersende klasse.
...

Uit:  De Standaard der Letteren - vrijdag, 3 maart 2017
Een boek, een kaakslag - Édouard Louis over de elitaire letteren

Welke boeken speelden een bevrijdende rol in uw kindertijd? Dat vroeg The Guardian aan de jonge Franse schrijver Édouard Louis, alias Eddy Bellegueule. Thuis waren er geen boeken, antwoordt hij. Zijn ouders hadden een bloedhekel aan boeken. Meer nog: de literatuur negeert mensen zoals zijn vader en moeder.
‘Ik ben schrijver geworden omdat ik de wereld van mijn kinderjaren nergens in boeken terug kon vinden.’

...


Het is maandag en ik word verdrietig van deze woorden. Mijn twijfel schommelt.
Alsof hij aan een tak van een appelboom hangt.
Dienen de Schone Letteren dan enkel maar om een sociaal pamflet te schrijven?

Gisteren nog plaatste ik citaten over Schoonheid.
Schoonheid die ons als mens mooier zou maken.
Er komt te veel op ons af door de alles ziende en zichtbaar makende media.

Ik verlies mijn geloof en hoop. En misschien nog mijn liefde. Voor de bellettrie.
Wellicht heb ik straks spijt en berouw
over het verspillen van mijn laatste jaren.

Door het leed om de verschrikkelijke beelden van deze wereld.

Laat ik de luiken sluiten. Maar hoe zie ik dan nog het zonlicht.




PS.
We zaten samen aan tafel. Met het rumoer van deze tijd.
Opa wij mogen toch wel naar programma's kijken die wij graag zien.
We moeten toch niet altijd naar het nieuws zien.

Ik had een pleidooi gehouden over tevredenheid. Van kinderen, natuurlijk.
En wilde aanschouwelijk tonen wat ik bedoelde.
Met de afschuwelijke beelden van die vluchtende mensen uit Mossul.

Wij leven wel hier, hé.

Dat is hun verdediging.
En gelijk hebben ze.

Zij lossen dat geweld van de grote mensen niet op.

Grote mensen, sjonge, hoe overleven wij tussen hen?


PS.
Ik blijf kiezen voor de Troost van Schoonheid.
Wat dat ook moge betekenen.
Vergeef me.

Zie gisteren.

Een andere kritiek op de schoonheid argumenteert dat ze frivool is: het is simpelweg immoreel om zich op het schone te richten terwijl er ontzettend veel onrecht in de wereld is. Aandacht die aan het schone wordt geschonken, is aandacht die aan het onrecht wordt onttrokken. Maar ook dit argument veegt Scarry van tafel. Om te beginnen creëert het een paradox. Eerst werd er geargumenteerd dat kijken naar schoonheid objectiveert, wat slecht zou zijn.


 

309097

 

05-03-17

Schoonheid

 

Schoonheid

 

Hoe ouder ik raak, hoe meer conflicten ik meemaak,
hoe tijdelijker mijn tijd wordt, hoe brandender de haarden worden,
hoe hopelozer de tegenstellingen,
hoe uitzichtlozer de verzoeningen, hoe verlorener de zaken,
hoe vaker ik denk:
we zouden nu alle Tel Avivs, van Moskou over Tripoli tot Washington,
moeten beschieten met schoonheid.

Ik bedoel geen strooibrieven, pamfletten of slogans.
De eerste de beste wind neemt die zó mee.
Ik bedoel ook geen standpunten, geschilpunten of geloofspunten.
Ik bedoel gewoon schoonheid.

Eenvoudigweg schoonheid.


Uit "Si & la" - Bernard Dewulf  - De Standaard - 9 augustus 2014

 ***

 

Als we schoonheid ervaren, willen we die ervaring vasthouden. Dat is op zich geen nieuws. Kant sprak al over een doelmatigheid zonder doel: we streven iets na, maar wat we nastreven is eigenlijk het bestendigen van het moment (de beleving van de schoonheid hier en nu). Het is een doel dat steeds rond zichzelf cirkelt, als een stationair draaiende motor. Een van de meest pregnante uitdrukkingen van die doelloze doelmatigheid is het staren: wanneer we iets moois zien, willen we er eindeloos naar blijven staren. Scarry’s boek over het schone was dan ook deels een antwoord op de feministische kritiek op de schoonheid en de mannelijke blik. Volgens die opvatting herleidt het mannelijke opmerken van schoonheid de vrouw tot een object. Scarry aanvaardt dat argument niet. Het is absoluut waar, zegt ze, dat het zien van een mooie persoon ons doet staren. Maar dat is niet bij definitie een daad van geweld of agressie. Integendeel: het is het staren, en het zich daarin getroffen weten door de schoonheid van de ander, dat de aanzet kan zijn tot een zorgzame omgang met die ander. Ook staren, en blijven staren, is een poging tot bewaren, en dus verdubbelen, van het moment.

Een andere kritiek op de schoonheid argumenteert dat ze frivool is: het is simpelweg immoreel om zich op het schone te richten terwijl er ontzettend veel onrecht in de wereld is. Aandacht die aan het schone wordt geschonken, is aandacht die aan het onrecht wordt onttrokken. Maar ook dit argument veegt Scarry van tafel. Om te beginnen creëert het een paradox. Eerst werd er geargumenteerd dat kijken naar schoonheid objectiveert, wat slecht zou zijn. We mogen dus niet naar mooie mensen kijken (want dat reduceert mensen tot dingen). Maar nu plots wordt er geargumenteerd dat we te weinig naar mensen kijken. Blijkbaar mogen we enkel naar mensen kijken als ze in nood verkeren, niet als ze mooi zijn. We zouden onszelf dus het genot van het kijken naar mooie dingen moeten ontzeggen uit vrees om anders een morele misstap te begaan. Als morele norm lijkt dit weinig genereus: vinden we het werkelijk humaan en ethisch verantwoord om als universele norm op te leggen dat mensen zich moeten hoeden voor het schone? Wensen we niet veeleer alle mensen zoveel mogelijk schoonheid toe in hun leven?

Citaat uit:

Schoonheid en apocalyps. Elaine Scarry over schoonheid en rechtvaardigheid

 

 

 309068

03-03-17

Muzeliefje

 

reiger1.jpg

 Heb ik een muze, vroeg je. Ik schrok van het woord ‘muze’ dat ik zelf zo lichtvoetig had gebruikt. Zo pretentieus klonk het me in de oren. Ooit vroeg ik aan een ex, toen ze nog geen ex was, toen ze nog niets was: ‘Wil je mijn muze worden?’ Een grap, natuurlijk, en ook weer niet.

Ze antwoordde: ‘Als het niet te veel tijd kost, want ik werk ook nog in de Albert Heijn.’

Het is werk, muze zijn, en het verschilt misschien nauwelijks van de werkzaamheden van een caissière.
De schrijver wordt verliefd op een muze, vrees ik. Liefde en muze lopen in elkaar over, waar het ene begint en het andere ophoudt is onduidelijk. Waarin zij of hij verschilt van het model van de schilder is eveneens onduidelijk. De muze hoeft minder stil te zitten, misschien dat.

Op straat, in de supermarkt, in restaurants, overal modellen, muzes. In alle leeftijden, in alle stadia van verval.

Arnon Grunberg  - Uit De Standaard der Letteren - vrijdag 3 maart 2017
Elke week schrijven de Nederlandse auteur Arnon Grunberg en de Vlaamse dichter Charlotte Van den Broeck elkaar een brief.

 


Mijn stad heeft mooie benen. -Stef Bos-

Mijn stad schrijft ook poëzie. Ze is mijn Muze.
Toen ik die heerlijke cartoon zag,

kreeg ik meteen een sierlijk stel benen voor ogen.
Soms reiken die wel tot aan de hemel.
Waar je dan wil wonen.

Lichtvoetig en lichtzinnig.

Licht van pas en licht van zinnen. Een mooi paar.
Zo'n stelletje woorden. Die bij mekaar passen.
Alsof ze verliefd zijn op mekaar.

Sommigen woorden worden poëzie. Alleen al
door er naar te kijken.
De suggestie. Een beeld dat uitdijt door verbeelding.

Daar ligt de kracht van een schepper. Et Dieu créa la femme.




PS.
Alsof Hij een vrouw nodig had. Toen Hij nog alleen was. En wellicht al eenzaam.
En ziedaar, zij werd zijn schoonste schepping.
En Hij noemde haar Eva. Muze.

Zij die gemis en verlangen smokkelt in het leven van mannen.
Ridders en rovers.
Jongetjes zonder mama.

Gisteren op Vier nog maar eens gekeken naar Hotel Römantiek.
Waarin een Retorica-klasgenoot van mij zich ontbloot
zoals ik hem nooit kende.

Zo blijven we toch steeds vreemden voor mekaar.
Tot de Muze ons verblindt.
En we mekaar zien zoals nooit te voren.

 



308810

01-03-17

schemertepel

 

"En daar kwamen ze, de modellen. Ze droegen strakke pakjes, van latex. Bij sommigen
schemerden de tepels door het materiaal heen."

Over Schoonheid - Daan Heerma Van Voss - De Morgen
1 maart 2017

...

 

Schoonheid schuilt dikwijls in een klein plekje. Deze schrijver weet het te vinden.
Voor zo'n zin laat ik een Proust liggen.
Die is dik en duurt lang. En 'temps perdu' naast een opgewekte tepel.

Dit tere puntje, gelijkend op een uitroepingsteken,
voedt mijn verbeelding meer dan 5.000 trage pagina's.
Die ik, voor alle duidelijkheid, niet las.

De bibliotheek, waar ik deze zin ontkleedde,
scheen mij lichter en luchtiger dan ooit.
Toen ik door het raam keek naar een bottende struik,

schemerde het voor mijn ogen. De knoppen leken wel tepels. Wachtend op de schemering.

 

308596

 

 

 

 

 

 

28-02-17

De Sierlijkheid des levens

image.jpeg

 

Wij kregen nog les over 'Etiquette'. Een verwaarloosd vak vandaag.
Hoffelijkheid is méér dan een vak, natuurlijk, het is een attitude.

Ik weet best
dat het een milde vorm van hypocrisie is.
Maar ook een levenshouding van respect en voorkomendheid, zelfs mededogen.

Mijn vingers kenden het woord nog, motorisch slapend en toch meteen wakker.
In mijn geheugen was het echter ingedut en dus moest ik me even bevragen.
En zie,  wat een wereld leeft er in zo'n archaïsch woord: voorkomendheid.

Conferatur: ps.



Après vous, Madame, je vous en prie.
Galant en charmant.
Jawel, ik ben een ridder van de courtoisie.

Op de achterflap van het boekje, trof mij vooral het woord: "Sierlijkheid".
Ach, verder dan een zwaan, geraakt het niet meer dezer dagen.
Maar toevallig gisteren nog, geraakte het over mijn lippen.
Bij de tandarts.


De assistente schreef vriendelijk mijn volgende afspraak neer.
Ik volgde haar hand aan de overkant. En reageerde impulsief:
u heeft een mooi handschrift. Zij was verwonderd, zelfs verbaasd, leek me.

O, zegt ze, velen vinden het maar niks.
Ah, repliceer ik, ik zit aan de overkant, misschien ...

en ondertussen schuift zij het briefje door naar mij.
Ik lees het nu frontaal en dichtbij.

O, zeg ik, het blijft mooi. Zelfs sierlijk.

Zij glundert. En ik zie de tandarts in haar kabinet glimlachen.

Kijk,... , zo wordt de wereld van één mens plots mooier.
Want het mooiste moment is het compliment.
Dankzij Solo. (Reclame-slogan).





PS.
uit Wiki synoniemen:

welwillendheid (zn) : beleefdheid, benevolentie, clementie, faveur, goedertierenheid, goedheid, voorkomendheid, vriendelijkheid.
gedienstigheid (zn) : bereidwilligheid, dienstvaardigheid, hulpvaardigheid, inschikkelijkheid, voorkomendheid.

VOORKOMENDHEID - Encyclo

1) Beleefdheid 2) Dienst 3) Egards 4) Galanterie 5) Gedienstigheid 6) Minzaamheid 7) Oplettendheid 8) Tegemoetkomendheid 9) Vriendelijkheid
 
 

27-02-17

schrijfdrift

 

 

Je moest eens weten hoe beschaamd ik soms ben. Over de woorden waarmee ik dit wit bevlek.
En toch. Is mijn schrijfdrang groter dan mijn schroom.
Mijn verslaving hardnekkiger dan mijn gêne. Ik ben moe en tast de avond af.

Terwijl ik beter dit wit zou laten rusten. Als een lege plek.
Slaap wel.

tot waar je weer bij me bent

 

 

 

Ik schrijf je een meeuw
en golf je op en neer
mijn strand en mijn zee

jij, mijn liefste misverstand

ik lees je
verkeerd en telkens weer
ontkleed ik je zinnen

ontleed ik je voor de zoveelste keer

van ochtend tot avond
van winter naar zomer
en luister naar het zingen

van de weemoed op je lippen

ik vertaal je
ik laat je
ik verlaat je

tot waar je weer bij me bent.





 

https://www.youtube.com/watch?v=RUE7qHA2M9U&feature=y...

 
www.youtube.com
This video contains content from Eagle Rock. It is not available in your country.

 

 

308359

25-02-17

een beetje als een gedicht

Dat zogezegde geluk waarop ik chronisch word onderzocht, zo bedacht ik, is een beetje als een gedicht. Je kunt het in elk woord, in elke regel en witregel, uit alle windstreken, uit de zeven hoofdzonden, uit elk seizoen of desnoods uit alle statistieken benaderen. Maar finaal ontgaat het.

Zo ook schuilt diep in mij, in mijn blitzverschijning hier, mijn dagelijks raadsel. Niemand, vooral ikzelf niet, kan mij verklaren. Ik ben zo onuitlegbaar als alleman. Dat is mijn geluk. En mijn ongeluk. Daar groeit onze scheur en daar leef ik mee, zoals iedereen.

En één ding moet nu toch wel eens duidelijk zijn: ik ben geen schoolrapport, mijn geluk staat niet op punten en mijn ziel is geen examen, hoe geregeld ze ook zakt. Op het Dagelijks Werk van de dagen.

Anders was ik geen mens.

Uit Si & la - Bernard Dewulf - Weekblad van De Standaard
25 februari 2017

 

Misschien moeten we het wel verstoppen.
Vooraleer zo'n geleerde Professor het komt roven.
Voor zijn Statistieken.

Ons geluk.

Niet groter dan een gedacht,
een dag
of een gedicht.

Kwetsbaar en traag
als een huisjesslak.
Geluk dat je meesleurt.

Doorheen de lasten en lusten van je bestaan.

Zet het desnoods
op de Kast als een Relikwie.
Onder een stolp.

En stof het af.

Elke dag. Opnieuw.
Met een glimlach.
Als niemand het ziet.

Ongemerkt en ongemeten. En zonder statistiek.

En als je dan 's avonds thuiskomt.
Of straks.
Zet het dan even op je knie.

Of wieg het in je armen en zeg: blij dat ik je weerzie.

 

 

308085

24-02-17

In naam van de roos

Het estheticisme is een vorm van smetvrees en het engagement dat zich nadrukkelijk laat voorstaan op dat engagement is zelden meer dan reclame. Beide posities vind ik nogal onaantrekkelijk.

Ik zie mijzelf als bemiddelaar, ik bemiddel tussen de lezer en het verhaal, tussen de lezer en de antwoorden die hij al weet, tussen de lezer en zichzelf, tussen de lezer en de wereld. Daarmee sta ik niet boven de lezer, maar ik ben ook niet zijn knecht.

Citaat uit De Standaard der Letteren - vrijdag 24 februari 2017 - Elke week schrijven de Nederlandse auteur Arnon Grunberg en de Vlaamse dichter Charlotte Van den Broeck elkaar een brief.

                                                                                      ***


Vrijdag. De naam laat mij nog altijd denken aan Robinson Crusoë.
Het avontuur dat ikzelf niet beleefde.
Maar veilig meemaakte in een boek.

Ik besteedde mijn leven uit. Legde het in de handen van een schrijver.

Een boek sla je dicht als het gevaar te dichtbij komt.
En je verdriet verdwijnt na de laatste zin.
Later toen ik groot werd, maar klein bleef, moest ik mij zelf leren redden.

Ik slaagde er nooit écht in.

De tijd waarin ik mocht leven, was mij echter gunstig gezind.
Hij was welvarend en barmhartig. Hij had mededogen met de andere.
Zelfs zonder vijf talenten kon je overleven.

Er was voor iedereen wel een plekje. Klein maar groot genoeg voor geluk.

 

 


PS.
Het estheticisme is een vorm van smetvrees. - Grunberg.

De hunker naar schoonheid is een ziekte dus. In deze tijd.
Lelijkheid en commercie hebben het als een nutteloos verlangen verbannen.

Alleen de harde waarheid van de werkelijkheid heeft recht
om het alphabet en de lezer te verleiden.
Schoonheid is een te verwaarlozen element in stijl.

Ik blijf mij verzetten. Een weke krijger die vecht voor ontroering.

 

307977

 

23-02-17

‘Ik wil altijd vertrekken.’ - Partir sans sortir.

Marcel Möring is nergens geworteld. Niet te verwonderen dat al zijn boeken gaan over tijdloze zwervers.
‘Ik wil altijd vertrekken.’‘Marcus Aurelius zegt dat je je niet moet druk maken om dingen waarop je geen invloed kunt uitoefenen’, zegt Marcel Möring als ik hem interview in zijn Rotterdamse huis.
‘Al meteen na het verschijnen van mijn debuut in 1990 koos ik ervoor mij niet aan te trekken wat de wereld vindt, te stoppen met werken als journalist en dus de armoede te kiezen. Als ik tachtig ben wil ik hebben gedaan wat ik nodig vond. Ik schijn een verkeerd bedrijfsmodel te hebben…’ grapt hij.

Arm is Marcel Möring (59) niet meer. Hij woont met vrouw en zijn twee volwassen kinderen uit zijn eerste huwelijk in een mooi herenhuis in Rotterdam en serveert vanuit de open keuken thee met honing.

 

 

 

 

22-02-17

Wees een tak voor elke vogel

 

 

Waarde architect Benjamin,

dank voor deze visuele verankering
in de ruimte.
De leegte die een plek werd
om te blijven.

Een nest met reflectie.
En de architect: een schepper
van waterdichte dromen.

Een gebouw dat zich opricht
als een rustpunt voor de regen,
een streling voor de wind

en de verte
die het verlangen zichtbaar houdt.

 

 

 

PS.
Ik volg de jonge architect al vanaf de aankoop van het vervallen huis.
Hij droomde van een bureau.

Het gebouw staat er ondertussen.
Als een reiger op hoge poten.

Vijf hoog. Een kraaiennest.
En uitkijkpost naar de verte.

Hier komt mijn bureau, zei hij.
Toen we onder het dak  kwamen.

Alles stond  nog in de steigers.
Maar we zagen de verte al dromen.

Volgend weekend verhuizen we, zei hij. Verleden zondag.
Dan kom je een kopje koffie drinken, lacht hij.

Nu nog de dromen uitpakken.







Voor alle weerlozen

 

 

ZIJ schrijven
met diep gefronste wenkbrauwen
van engagement

voor jou.

ZIJ eisen
dat jij een eik bent
ook al ben je maar een klaproos.

ZIJ weten
best welke stappen jij zet
en de weg die je dient te bewandelen of te vermijden

opdat jij
zoals zij een held zou zijn.



 

 

PS.
From zero to hero.

Ik struikel. Steeds meer met de jaren.
Onder het gewicht.
Van de verlichten. En hun inzichten.

Sluit mijn luiken.
En word dan beticht.
Van onverschilligheid.

Misprijzen is mijn rendement. Ik ben een loser.

 
En ZIJ
vertrekken met de winst.
Naar zonniger zones waar zij zich wentelen
in de wellust van hun succes.

WIJ
zijn de jaloerse burgers.
Die onrecht verwarren met recht op verdienste.
Wij volgen de populisten.

Maar naar het waarom van onze vlucht stellen zij geen vragen.
Zij meten en weten.
Denken in dogma's.

Wij zijn de paria's. Die de wereld besmeuren.



PS.
Mijn tekst was al geschreven voor ik onderstaand artikel las.

 

                                                              ***


Wie leeft er hier boven zijn stand?

De vanzelfsprekendheid waarmee sommige politici over hun hoge inkomen praten, doet de wenkbrauwen fronsen. Wanneer een privilege als een verworven recht wordt beschouwd, dreigt de wereldvreemdheid.
...

De Gentse burgemeester Daniël Termont (SP.A), die de 21.000 euro die hij verdient met zijn mandaten ‘drinkgeld’ noemt. Geert Versnick (Open VLD), die eens goed moest rekenen of hij nu 5.850 of 6.500 euro verdient. ‘Een beetje voetballer komt daar niet voor uit zijn zetel,’ wist Versnick. Koen Kennis (N-VA), die 30.000 euro kan missen op zijn bankrekening. Leen Verbist (SP.A), die dan weer niet merkt dat er 30.000 euro te veel op de rekening staat. Louis Michel (MR), die het geen goed idee vindt om Kamerleden ‘slechts’ 4.800 euro te laten verdienen. Anders krijgen we een ‘wereldvreemd’ parlement vol met ambtenaren en onderwijzers maar zonder advocaten en bedrijfsmensen.

De zelfdestructieve trip waar sommige politici dezer dagen op lijken te zitten, is indrukwekkend. Er schort wat met hun referentiekader. Daarom ter illustratie: met een netto maandinkomen van 5.500 euro behoort iemand tot de een procent best verdienende Belgen, leren cijfers van het Centrum voor Sociaal Beleid. Het mediaan netto maandinkomen in België bedraagt 1.750 euro. Drie keer minder dan Michels ‘salaire de misère’, dat recent voor beroering zorgde in Franstalig België.
...
Maar de ontgoocheling die nu weerklinkt op cafés en rond keukentafels beperkt zich niet tot deze twee partijen en gaat breder. Ze valt simpel samen te vatten met een allusie op een beruchte uitspraak van vicepremier Kris Peeters: ‘Niet wij maar zij leven boven hun stand.’

        Uit De Standaard van vandaag.                                             

                                                                       ***




PS.
Ik heb iets tegen vet gedrukte teksten. Ze willen zich beter voordoen dan ze zijn.
Stellen zich op boven de andere.
Eisen aandacht zonder er te geven.

Maar deze keer kon ik niet anders. Spijtig van de vlekken op dit wereldvreemde wit.

307785

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende